In deze zomerse temperaturen trekken we weer massaal erop uit om vakantie te vieren. Daarnaast komen we voor een aantal sporten ook graag buiten. Het immer populaire tennistoernooi van Wimbledon is nog maar net achter de rug, of de Tour de France is alweer in volle gang. Bij zulke prestigieuze toernooien wordt dikwijls vergeten hoe moeilijk het is om onder grote druk te presteren. Neem je bijvoorbeeld deel aan de Tour de France, dan zijn de verwachtingen van je prestaties vaak hooggespannen! Wat kan de psychologie ons leren over hoe prestaties beïnvloed worden door groepsdruk?

Geboorte van de sportpsychologie

Deze vraag houdt mensen al sinds lange tijd bezig. Het eerste experiment binnen de sociale psychologie had op deze vraag betrekking. Psycholoog Norman Triplett merkte in 1898 al op dat de prestaties van wielrenners op de baan vaak lager uitvielen als men alleen op de baan reed, dan wanneer er tegen anderen werd gereden. Geïnteresseerd in wat de verklaring hiervoor zou kunnen zijn begon hij zijn eigen experiment. Hiervoor liet hij kinderen ofwel alleen fietsen, of wel tegen elkaar. De gescoorde tijden van de kinderen wezen uit dat kinderen beter presteerden als zij tegen een ander fietsten, dan wanneer ze alleen fietsten.

Triplett vond ook dat louter de aanwezigheid van anderen effect op prestatie kan hebben. Zo liet hij de kinderen een vislijn op een hengel winden. Dit bleek de kinderen makkelijk te lukken met de aanwezigheid van een ander.

Prestaties onder groepsdruk bij makkelijke en moeilijke taken

Latere onderzoeken van diverse psychologen vonden dat er verschillen bestaan in het effect van de aanwezigen. Zo is de hierboven genoemde setting typerend voor een prestatieverhogend effect op een relatief simpele taak. Sporters zijn zo bekwaam in het uitvoeren van hun vak dat er nauwelijks nog denkwerk verricht hoeft te worden.

In een onderzoek met kakkerlakken vonden Robert Zajonc en zijn collega’s dat zodra je de beestjes een wat moeilijkere taak geeft dan het simpele lopen van een rechte lijn van het licht vandaan, de aanwezigheid van soortgenoten ineens prestatiedrukkend werkt.

Volgens de onderzoekers zorgt de bijkomende opwinding door de aanwezigheid van soortgenoten ervoor dat er minder goed geconcentreerd kan worden op een taak, wat bij complexe opdrachten wel nodig is!

Dit werd ook bij mensen gevonden en het komt je misschien bekend voor. Zo lukt het makkelijk om iets simpels als fietsen extra hard te kunnen doen als er andere toekijken. Echter, krijg je een ingewikkeld wiskundig raadsel voor je neus, dan werken de omstanders eerder op je zenuwen en zal het geenszins helpen om het raadsel sneller op te lossen. Tenzij de omstanders het antwoord influisteren …

Deze neiging om simpele taken beter, en complexe taken slechter uit te voeren in de aanwezigheid van anderen, wordt social facilitation genoemd.

Hoe meer spanning (arousal), hoe beter de prestatie (performance), op een simpele taak.

 

Waar maken we ons druk om?

Hoe kan de aanwezigheid van anderen ons zo gespannen maken dat we moeilijke taken slechter doen met anderen erbij?

Hiervoor zijn drie verklaringen in omloop. De aanwezigheid van anderen kan ons meer alert maken omdat de handelingen van die anderen lastig te voorspellen zijn in vergelijking met de gemiddelde keukentafel, balpen of kookboek. Er is een kans dat we op ze moeten reageren. Dit zorgt ervoor dat we waakzaam zijn en daarmee een beetje gespannen.

We kunnen ook gespannen raken omdat anderen ons kunnen beoordelen en we in hun aanwezigheid de lat nog hoger leggen. Dit zorgt dan weer voor de bijbehorende stress. Hierbij gaat het dus puur om de zorg dat anderen ons kunnen beoordelen, ook wel evaluation apprehension genoemd.

De derde verklaring wijst erop dat alles wat ons van iets afleid ons gespannen maakt. We kunnen ons nou eenmaal moeilijk focussen op meer dan één ding tegelijk. Denk bijvoorbeeld aan een ouder die rustig de krant denkt te kunnen lezen met een tweejarig kind in de buurt.

Samen ontspannen

Gelukkig zijn er ook situaties waarin je in een groep niet zo opvalt en anderen je niet zullen beoordelen. Denk bijvoorbeeld aan het applaudisseren na een concert. Er zal geen onderscheid gemaakt worden door de aanwezigen over wie het best klapt. Je zit er ontspannen bij wat er wel voor zorgt dat je minder goed je best doet. Gevonden is dat je op een simpele taak minder goed presteert als je er niet op beoordeeld zal worden.

Krijg je een moeilijke taak voor je en wordt je gegarandeerd dat je er niet op beoordeeld zal worden, dan zal je hierop beter presteren.

Dit tegenovergestelde effect staat bekend als social loafing wat de neiging van mensen is om slechter te scoren op simpele taken, maar beter op complexe taken in de aanwezigheid van anderen als de individuele prestatie niet beoordeeld kan worden.

Het klaslokaal is vol en je mag kiezen of je er nog net in de overvolle ruimte bij wil of dat je alleen in een ander lokaal de toets afneemt. Wat doe je?

Als je de stof vaak herhaald hebt en goed beheerst kan je beter gezellig aanschuiven. De aanwezigheid van anderen zal je prestatie bevorderen.

Heb je geen tijd gehad om te leren en is de stof je vrij onbekend? Ga dan in je eentje in het andere lokaal zitten om je goed te kunnen focussen op de nieuwe materie!

Bronvermelding:

Triplett, N. (1898). The dynamogenic factors in pacemaking and competition. American Journal of Psychology, 9, 507-33.

Zajonc, R.B., Heingartner, A., & Herman, E.M. (1969). Social enhancement and impairment of performance in the cockroach. Journal of Personality and Social Psychology, 13, 83-92.

Geschreven door Jelle Bauer

Jelle heeft een Bachelor in de Psychologie behaald aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast heeft hij vakken gevolgd van Humanistiek en gaat zich in de toekomst richten op Wijsbegeerte. Naast studeren is hij actief bij de Europese studentenvereniging AEGEE. Jelle schrijft zo nu en dan ook gedichten en houdt van toneel spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *