Oud en Nieuw staat weer voor de deur, en de enthousiaste sportliefhebbers zullen uitkijken naar het vierschansentournooi. Dit skischansspring toernooi heeft als hoogtepunt de wedstrijd van nieuwjaarsdag: Garmisch-Partenkirchen. Terwijl menig Nederlander slaperig de overgebleven oliebollen op zit eten, glijden vijftig skischansspringers met een snelheid van ruim 90 kilometer per uur van de 149 meter hoge ‘Grote Olympiaschans’, om vervolgens rond de 125 meter door de lucht te vliegen. Hoewel er veel wordt gedaan om ervoor te zorgen dat skischansspringers veilig landen is skischansspringen geen ongevaarlijke sport. Alle skischansspringers accepteren dat een val kan resulteren in gecompliceerde botbreuken, hersenschuddingen, verlammingen, of zelfs de dood. Wat bezielt deze topsporters om zich keer op keer van de schans af te storten?

Gevaarlijke sporten?

Sporten worden over het algemeen bestempeld als ‘gevaarlijk’ als de consequenties van een fout levensbedreigend kunnen zijn. Om deze reden worden sommige sporten met een hoge kans op blessures (voetbal) als minder ‘gevaarlijk’ gezien dan een sport met een relatief kleiner risico op blessures (skydiven). Mensen die deelnemen aan gevaarlijke sporten zoals skischansspringen worden vaak bestempeld als adrenaline junkies. Veel mensen denken dat ze van de schans springen voor de ‘adrenaline rush’, of ‘de kick’ die ze ervaren wanneer ze door de lucht vliegen. Maar zo simpel is het niet.

Motieven deelname

Er zijn verschillende motieven om deel te nemen in gevaarlijke sporten. Sommigen atleten zullen het inderdaad doen vanwege de adrenaline rush. Maar er zijn ook atleten met andere motieven. Voor hen helpt het deelnemen in gevaarlijke sporten om controle in hun leven te ervaren, en om hun emoties te reguleren (Barlow, Woodman, & Hardy 2013). Wanneer deze atleten een poosje niet kunnen deelnemen aan gevaarlijke sporten zullen zij zich niet in controle voelen over hun eigen leven, en vinden ze het lastig om te gaan met emotionele situaties. Tijdens het deelnemen in gevaarlijke sporten verdwijnt dit gevoel gedeeltelijk, en ook na deelname in een gevaarlijke sport voelen zij zich meer in controle over hun leven, en vinden ze het makkelijker om met hun emoties om te gaan. Zodoende heeft participatie in gevaarlijke sporten voor hen een positief effect op hun welbevinden buiten de sport.

LEES OOK:
Max Verstappen: genen of omgeving?

Verschil tussen sporters

Het soort motief dat mensen hebben om deel te nemen in gevaarlijke sporten hangt dus af van de persoonlijkheid die mensen hebben. Daarnaast lijkt er ook een relatie te zijn tussen de motieven om deel te nemen in een gevaarlijke sport, en het type gevaarlijke sport dat wordt gedaan (Woodman, Hardy, Barlow, & Le Scanff, 2010). Neem bijvoorbeeld bungeejumpen en bergbeklimmen. Beide sporten worden bestempeld als gevaarlijke sporten, maar de sporten verschillen enorm. Als je wil bungeejumpen hoef je zelf weinig voorbereidingen te treffen en zal je in de minuut dat je sprong zal duren een enorme adrenaline rush meemaken. Als je de Himalya wil beklimmen zal je juist een lang voorbereidingsproces moeten doorstaan. Een voorbereiding waarvan het doel is om in zo min mogelijk extreme gevaarlijke situaties terecht te komen, en zo dus hopelijk een enorme adrenaline rush te voorkomen.

Conclusie

De sport skischansspringen lijkt een beetje tussen bungeejumpen en bergbeklimmen in te liggen. Er wordt veel getraind door atleten om de risico’s verbonden met de sport te minimaliseren, maar je mag er van uit gaan dat ze toch een adrenaline rush zullen ervaren wanneer ze van de schans af glijden.
Skischansspringers kunnen dus verschillende motieven hebben om zich van de schans storten. Sommigen zullen het misschien doen voor de ‘kick’, maar anderen zullen springen om controle over hun leven en emoties te ervaren.

LEES OOK:
De topsportmentaliteit is NIET alles over moeten hebben voor de sport

Bronnen:
1. Barlow, M., Woodman, T., & Hardy, L. (2013). Great expectations: different high-risk activities satisfy different motives. Journal of personality and social psychology, 3, 458-475.
2. Woodman, T., Hardy, L., Barlow, M., Le Scanff, C. (2010). Motives for participation in prolonged engagement high-resk sports: an agentic emotion regulation perspective. Psychology of Sport and Exercise, 11, 345-352.

Geschreven door Fleur van Rens

Dr. Fleur van Rens is als ‘lecturer sports psychology’ verbonden aan Murdoch University. Fleur’s PhD richtte zich op het bevorderen van het welbevinden van topsporttalenten. Daarnaast is Fleur geïnteresseerd in onderzoek met betrekking tot het bevorderen van welzijn en prestaties van topsporters en circus artiesten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *