Doordat autisme een diagnose is die veelvuldig voorkomt, kent iedereen wel iemand met autisme. Maar wat is autisme nu precies? Welke informatie/stereotypen over autisme kloppen wel en welke niet? Peter Vermeulen geeft antwoord op deze vragen in zijn boek Autisme is niet blauw maar smurfen wel.

Peter Vermeulen is een autoriteit op het gebied van autisme, als medewerker bij Autisme Centraal en heeft 30 jaar autisme-ervaring. Zijn kennis en ervaring heeft hij verwerkt in verschillende boeken, maar ook is Peter Vermeulen een veelgevraagd spreker op congressen.

Stereotypen

In het boek worden verschillende stereotyperingen geschetst die autisme oproept. Enkele voorbeelden zijn: alle autisten zijn goed met computers of alle autisten zijn allemaal bijzonder intelligent. Maar kloppen deze stereotypen wel? Zo is niet iedereen met autisme bijzonder intelligent en hebben zij zeker niet allemaal interesse voor computers. Met andere woorden; niet elk persoon met autisme is hetzelfde. Een mooi citaat uit het boek dat hierbij past is: “Er bestaat niet zoiets als de autist en autisme kent vele gezichten” (Peter Vermeulen, autisme is niet blauw maar smurfen wel).

Vervolgens gaat het boek verder met de vraag: welke informatie klopt er dan wel over autisme? Iets dat bijvoorbeeld wel klopt is dat mensen met autisme het lastig vinden om contact te maken met anderen. Voor hen is het bijvoorbeeld lastig om in te schatten wanneer iets wel letterlijk bedoelt en wanneer er sarcasme gebruikt wordt of wanneer er een grapje gemaakt wordt. Volgens Peter Vermeulen zit de wereld vol met onvoorspelbaarheid en onzekerheid voor mensen die autisme hebben waardoor zij het moeilijk vinden om mee te komen in de wereld van de mensen zonder autisme.

LEES OOK:
Spiegel in het brein

Samenspel van factoren

In het boek wordt in gegaan op de rekbaarheid en diagnosticeren van het begrip autisme. In het boek worden de DSM-5 criteria beschreven met als kritiekpunt dat ze vrij algemeen opgeschreven zijn. Hierdoor lijkt eigenlijk iedereen (een beetje) autistisch. En dit is meteen een belangrijke oorzaak van waarom autisme zo vaak gediagnosticeerd wordt en waarom zoveel mensen iemand met autisme kennen. Tijdens het lezen van deze criteria rees bij mij de vraag: maar welke criteria zijn dan wel van belang? Gelukkig werd mijn nieuwsgierigheid beloond en ging de schrijver over op de criteria die wel belangrijk zijn en of er zoiets bestaat als HET kenmerk voor autisme. Het boek beschrijft dat er niet zoiets is als HET kenmerk van autisme maar dat het een samenspel van factoren is. Een belangrijk kenmerk is de contactstoornis. Mensen met autisme hebben vaak een gebrekkige empathie en vinden het lastig om te weten hoe zij moeten reageren in een sociale situatie. Hun brein heeft dus moeite om de sociale informatie te verwerken. Andere kenmerken die het boek noemt, zijn bijvoorbeeld: het moeilijk kunnen verwerken van zintuiglijke prikkels, zaken letterlijk begrijpen, geen overzicht kunnen krijgen op gebeurtenissen, overspoeld worden door details en prikkels, moeite hebben met wisselende betekenissen van woorden en veranderde contexten.

LEES OOK:
Boekrecensie: ‘Sociaal denken’, tussen de sociale regels leren lezen

In het laatste deel van het boek wordt er aandacht besteed aan de veelvuldige discussie over hoe je mensen met autisme noemt. Zijn dat autisten, aspie’s, auti’s of spreken we van Autisme Spectrum Stoornis, ook wel ASS genoemd? Het voornaamste argument dat de schrijver geeft voor de veranderde namen voor autisme is omdat mensen respectvol om willen gaan met mensen die autisme hebben en daardoor dus namen verzinnen om respectvol met autisme om te gaan. Maar is dat de manier om te laten zien dat je met respect omgaat met autisme? Laat je niet het beste respect zien in je gedrag, dus hoe jij omgaat met iemand die autisme heeft? De schrijver pleit ervoor om alle namen die er verzonnen zijn voor autisme weg te gooien en het beestje gewoon bij de naam te noemen; autisme dus.

Oordeel

Naar mijn mening is het boek zeker een aanrader voor iemand die geïnteresseerd is in autisme. Doordat de schrijver een aantal situatieschetsen geeft, kom je als lezer makkelijk in het verhaal en neemt de lezer je vanaf daar makkelijk mee door het boek. Ik vond het prettig dat de hoofdstukken kritisch en met humor geschreven zijn waardoor jij als lezer geactiveerd wordt om mee te denken en te bedenken hoe jij denkt over autisme en mensen met autisme.

Geschreven door Sabrina Wagelmans

Sabrina is nog bezig met haar bachelor Psychologie aan de Radboud universiteit en zit momenteel in het tweede leerjaar. In het derde jaar wil zij zich gaan specialiseren in het domein brein en na haar bachelor wil ze de master Gezondheidszorgpsychologie gaan doen. In deze master wil Sabrina zich verder gaan specialiseren in het domein brein en uiteindelijk wil zij klinisch neuropsycholoog worden. In haar vrije tijd leest ze graag en is ze graag aan het werk in haar moestuin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *