Als je hoofdpijn hebt, neem je vast weleens een aspirientje of paracetamol in. Dit doe je omdat je verwacht dat dit de hoofdpijn zal doen afnemen of zelfs zal weghalen. Deze positieve verwachtingen kunnen invloed hebben op de werking van het pilletje, zelfs als er helemaal geen werkzame stoffen in de pil zitten.

Dat is het placebo-effect, ofwel de invloed van de verwachtingen van een patiënt op een bepaalde, vaak medische, behandeling. Dat willen zeggen dat niet alleen de bestandsdelen in de paracetamol ervoor zorgen dat je je beter voelt, maar dat ook jouw verwachtingen daaraan bijdragen. Wanneer de werkzame stoffen ontbreken – zoals bij een aantal alternatieve geneesmiddelen – er ook een positief effect van de behandeling mogelijk.

Hoe het werkt

Dat het placebo-effect bestaat, hoeft niemand in twijfel te trekken. Maar hoe het precies werkt, is nog niet compleet ontrafeld. Want hoe kan een pilletje zonder werkzame stoffen er nu voor zorgen dat je bijvoorbeeld minder last hebt van hoofdpijn?
De wetenschap probeert hier antwoorden op te vinden. Hoewel er waarschijnlijk meerdere factoren bijdragen aan het effect, zijn er twee heel belangrijk: de verwachting en conditionering. De dokter schept verwachtingen over een bepaald medicijn of behandeling, en de patiënt neemt dat meestal aan als de waarheid. Die positieve verwachtingen dragen dan bij aan een positieve uitkomst.
Daarnaast speelt conditionering een rol. Dit is het aanleren van het verband tussen twee stimuli, waardoor er gedragsveranderingen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het hondje van Pavlov dat steeds al ging kwijlen bij het horen van de bel. Enkel omdat de hond verwacht dat hij na de bel eten krijgt, reageert zijn lichaam daarop door kwijl aan te maken.

LEES OOK:
Don't Shoot the Messenger: (Overheids)communicatie en Gedragsbeïnvloeding

Verminderen

Ook in de hersenen is het placebo-effect te zien. Op het moment dat je pijn ervaart, geven de zenuwbanen in je lichaam signalen af aan je hersenen, waardoor je je ‘bewust’ bent van de pijn. Er zijn verschillende hersengebied betrokken bij pijn, zoals de thalamus, de somatosensorische cortex, de insula en de anterior cingulate cortex (ACC). In die hersengebieden zitten niet alleen receptoren die betrokken zijn bij pijn, maar ook receptoren die  betrokken zijn bij pijnvermindering, de zogenoemde opioid- receptoren. Uit wetenschappelijk onderzoek van F. Benedetti en collega’s blijkt dat een placebo inspeelt op die opioid-receptoren en zo pijnvermindering in werking stelt. Mogelijk maakt een placebo een lichaamseigen pijnstiller, ofwel opioïde, aan.
Belangrijk om te noemen is wel dat een placebo nooit geneest, maar alleen bepaalde klachten of symptomen kan verminderen. Placebo-effecten treden vooral op bij vage klachten, zoals pijn of vermoeidheid. Een placebo kan nooit een gebroken arm genezen, maar kan alleen subjectieve klachten verminderen.

Pillen

Andere zaken die bijdragen aan de sterkte van het placebo-effect, zijn de hoeveelheid
pillen, de kleur van de pillen, de aandoening, de houding van de behandelend arts en alle handelingen omtrent het voorschrijven van de behandeling. Verder geldt dat hoe bekender en duurder de pil is, hoe beter de door de gebruiker ervaren werking ervan. Tot slot gaan veel klachten ook vanzelf over en is het spreekwoord ‘tijd heelt alle wonden’ ook van toepassing op het placebo-effect.

LEES OOK:
Boekrecensie: Negativiteit Mania – De waan van het negativiteitsdenken

Hoewel artsen en onderzoekers het effect van een placebo graag willen vermijden, kan je het ook vanuit een positief daglicht bekijken. Want als je de volgende keer van je hoofdpijn af wilt, kan het best nuttig zijn om hoge verwachtingen van die simpele paracetamol te hebben.

Bron: Benedetti, F.,Mayberg, H. S., Wager, T. D., Stohler, C. S., & Zubieta, J. K. (2005).
Neurobiological mechanisms of the placebo effect. Journal of Neuroscience, 25(45), 10390-
10402.

Geschreven door Anouk Bercht

Anouk volgde de bacheloropleiding Psychobiologie en haalde een master in de Psychologie. Daarna verdiepte zij zich in de wetenschapscommunicatie en liep zij een journalistieke stage bij het populair wetenschappelijke tijdschrift Eos Psyche&Brein. Daar merkte ze dat zij het een fantastische uitdaging vond om complexe zaken te kunnen vertalen naar heldere en aantrekkelijke teksten. Ze schreef daar voornamelijk over hersenwetenschap en over psychologie. Daarnaast houd ze van fotograferen, rennen en reizen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *