Psychologie is de stroming binnen de wetenschap die zich bezighoudt met het psychisch functioneren van de mens en het gedrag dat zij vertoont. Eén van de facetten die van grote invloed kan zijn op ons gedrag en de manier waarop we naar de wereld kijken, is de taal die wij spreken. Je moedertaal is dan ook zeer bepalend voor de percepties die je doet, en voor de manier waarop je verschillende situaties interpreteert. Met ruim zevenduizend talen wereldwijd, zorgt dit voor een hoop diversiteit. In dit stuk wordt gekeken naar het komen en gaan van talen en het belang van taalontwikkeling.

Taal is een wonderlijk fenomeen en een uiterst effectief communicatiemiddel. Vaak begrijpen we pas de complexiteit ervan wanneer we luisteren naar een vreemde taal. Terwijl ik dit artikel schrijf, luister ik naar een (wat ik vermoed) Portugese familie, die met vier volwassenen, een peuter en een baby aan de tafel naast mij lunchen. Ik versta er geen woord van, en ik vraag me af of zelfs die baby er nu al meer van snapt dan ik. Charles Darwin benadrukte al vroeg het evolutionaire belang van taalontwikkeling, en het grote voordeel dat het de mens ten opzichte van de rest van het dierenrijk heeft opgeleverd. Taal is niet alleen een instrument waarmee we onszelf in onze primaire behoeften kunnen voorzien (voedsel, kleding, onderdak), maar tevens een instrument dat ons sociaal voordeel oplevert: het is een manier om onze innerlijke wereld te uiten en het zorgt voor verbinding.

Talen versus dialecten

Wereldwijd worden maar liefst 7097 talen gesproken. Een dynamisch getal, aangezien het ontstaan en verdwijnen van talen continu in flux is. Net zoals er bedreigde diersoorten zijn, zijn er ook talen die nog maar door minder dan 1000 mensen gesproken worden. Nederlands taalkundige Marten van der Meulen geeft bovendien aan dat de criteria voor het classificeren van een taal vaag zijn. De lijn tussen een dialect en een op zichzelf staande taal is vaak dun. In Nederland zijn we het erover eens dat het Fries een volwaardige taal is, terwijl het Maastrichts als een dialect wordt beschouwd. In 1992 is het ‘Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden’ opgesteld. Een verdrag met als doel om schaars gesproken talen – en de culturele rijkdom die daarmee geassocieerd wordt – te beschermen. In dit Europese verdrag zijn zowel het Fries als het Limburgs erkend als afzonderlijke talen. Het Nedersaksisch staat er ook in (hieronder vallen het Gronings en het Drents).

Klanken en gebaren

Talen zijn uiteraard niet gelijk verspreid over de wereld. In Papoea Nieuw-Guinea alleen al worden er twee keer zo veel talen erkend als in heel Europa. Met een totaal van 842 talen, spant dit land dan ook de kroon. Vlak daaronder eindigt Indonesië, met 710 talen. Interessant genoeg hoeft dit niet perse om gesproken talen te gaan. Een van de meest recente aanwinsten is namelijk een Nicaraguaanse gebarentaal die ontstaan is in een weeshuis voor dove kinderen. Deze taal heeft zich spontaan ontwikkeld, en steunt daarmee wat ik eerder al benoemde: het evolutionaire belang van taal. Zonder communicatie zijn we niks. Allemaal leuk en aardig die statistieken, zul je denken, maar hoe komt het nou dat we überhaupt in staat zijn om een taal te leren spreken?

Taalsysteem

Veel theoretici zijn het erover eens dat er sprake zou zijn van een aangeboren taalsysteem, wat ervoor zorgt dat baby’s en kinderen extra gevoelig zijn voor taalprikkels. Bovendien zou er een universeel grammatica systeem zijn dat ervoor zorgt dat kinderen instinctief aanvoelen waar in een zin bepaalde woordgroepen moeten voorkomen, en hoe werkwoorden moeten worden vervoegd. Dit laatste is echter een onderwerp van discussie. Het is gebleken dat veel argumenten die gebruikt worden voor het bestaan van een dergelijk universeel grammatica-systeem, in feite moeilijk te ondersteunen zijn. Grotere consensus bestaat over het idee dat taalontwikkeling gepaard gaat met de ontwikkeling van specifieke taalgebieden in de hersenen. Zo kan er onderscheid worden gemaakt tussen Broca’s en Wernicke’s gebied, beiden gelegen in de linker hemisfeer. Waar Broca’s gebied wordt beschouwd als het centrum voor spraak, wordt Wernicke’s gebied geassocieerd met taalbegrip. Sinds kort weten we dankzij een team van onderzoekers aan de Universiteit van Leiden dat ook de rechter hemisfeer een belangrijke rol speelt bij het aanleren van een nieuwe taal.

De kritische periode

Een ander opvallend fenomeen is de ‘kritische periode’. Het aanleren van een moedertaal blijkt namelijk te moeten gebeuren binnen bepaalde leeftijdsgrenzen. Het ontvangen van auditieve stimulatie (gesproken taal in de omgeving) is daarbij van cruciaal belang. Gebeurt dit niet, dan kunnen de taalgebieden in de hersenen zich niet goed ontwikkelen, wat zal leiden tot een permanente achterstand. Een bekend verhaal is dat van de Amerikaanse Genie Wiley. Een meisje dat dertien jaar lang werd geïsoleerd van de buitenwereld. Door haar ouders behandeld als zwakzinnig, en van normale communicatie was geen sprake: elke vorm van geluid werd bruut afgestraft door de vader des huizes. Toen de gezinssituatie van de familie Wiley aan het licht kwam, werd direct een team van kinderpsychologen en taalwetenschappers op haar afgestuurd. Hoewel Genie er uiteindelijk in slaagde om betekenissen van bepaalde woorden te leren, bleek zij niet in staat om grammaticaregels te leren toepassen. De kritieke periode was inmiddels verstreken, en het foutloos aanleren van een moedertaal bleek onmogelijk. Ze heeft nooit zelfstandig kunnen wonen.

Wanneer ik de lunchroom verlaat, kijk ik nog een keertje om naar de baby. In de eindeloze stroom van onsamenhangende klanken, is er één ding waar ik geen Portugese taalkennis voor nodig heb: glinsterende oogjes en een grijns van oor tot oor. Héél even voelen ook wij ons verbonden. Vol goede zin stap ik naar buiten, misschien is Portugese taalles zo’n gek idee nog niet.  

 

LEES OOK:
Psychologie en je Favoriete Kleuren (Deel II)

Bronnen:

  • Dabrowska, E. (2015). What exactly is Universal Grammar and has anyone seen it? Frontiers in Psychology, 6, 852. http://doi.org/10.3389/fpsyg.2015.00852
  • Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, Straatsburg (5 november 1992). Geraadpleegd op 10 mei 2018, van http://wetten.overheid.nl/BWBV0001223/1998-03-01/0/informatie
  • Simons, G.F. & Charles, D. Fennig (eds.) (2018). Ethnologue: Languages of the World, Twenty-first edition, Dallas, Texas: SIL International.
  • Universiteit Leiden (2017, 16 oktober). Right brain hemisphere also important for learning a new language. Geraadpleegd van https://www.universiteitleiden.nl/en/news/2017/10/right-brain-important-for-learning-languages
  • Van der Meulen, M. (2016). Het eb en vloed van taal. Leiden, Nederland: Erik Schilp, Stichting Taalmuseum Leiden.

 

Geschreven door Dunja Bastiaens

Dunja heeft psychologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en is momenteel nog een minor psychobiologie aan het afronden. Haar interessegebieden lopen ver uiteen, maar de mens en haar psyche hebben daarin altijd centraal gestaan. Ze gaat graag zelf op onderzoek uit om actuele onderwerpen en ingewikkelde vraagstukken nader te verklaren. Schrijven is een passie die ze goed kan combineren met haar liefde voor de wetenschap. Voor PsyBlog zal ze dan ook over uiteenlopende onderwerpen gaan schrijven. Dunja groeide op in Maastricht, maar woont inmiddels al een paar jaar in het altijd bruisende Amsterdam-Oost. In haar vrije tijd houdt ze zich veel bezig met muziek, en daarnaast is ze een echte Cineville fanaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *