foto: Mark de Rooij

Dit gastblog is geschreven door Rian Meulenbroeks. Na haar opleiding creatieve therapie is Rian – in verschillende functies – gaan werken in de GGZ. Ze werkte op verschillende werkvloeren; open, gesloten, deeltijd, forensische psychiatrie, jeugd en het sociaal domein. Via haar toetsenbord geeft ze haar lezers een confronterende blik achter de schermen van de psychiatrie en portretteert Rian mensen die velen van ons alleen maar kennen als ‘gekken’. Een beschrijving van hun verdriet en uitzichtloosheid, maar ook hun humor en doorzettingsvermogen. Niets is wat het lijkt en achter elke diagnose schuilt een verhaal. Meer weten over Rian bezoek dan haar website www.werkenmetgekken.nl

“Je moeder is een hoer!”
Ik hoor Ilona al gillen nog voordat ik binnen ben. Haar stem galmt als een sirene door de openstaande ramen naar buiten. Ik ben aan de late kant; had nog een overleg, vandaar dat een collega mijn groep bij het Trefpunt alvast heeft opgestart.
“Ze moeten iedereen bij de GGZ vergassen!”, schreeuwt ze.
Ik rep me langs het buurthuis en zodra ik de bij de voordeur ben, zie ik Ilona al staan. Verder dan een eindje voorbij de deuropening is ze niet gekomen. Als een uitzinnige staat ze haar gif te spuien. “Jullie zijn allemaal mongolen!”, roept ze tegen de andere bezoekers, “dat jullie überhaupt mogen leven!?”

“Ilona, doe even normaal!” zeg ik, “waar ben jij mee bezig?”
Ze draait zich om en kijkt me vanaf ongeveer 1.95 aan. Ik voel me klein, maar ben vastberaden me niet te laten intimideren. “Kom mee, naar buiten,” zeg ik kordater dan ik me voel. Als ik haar als een soort verkeersleider richting de buitendeur stuur, kijkt ze me recht aan. Alsof ze peilt of ik te ‘pakken’ ben, maar dan loopt ze toch mee. Buiten op de stoep probeert ze mij te overtuigen.
“Ja, het is toch zo; die sukkels die bij het Trefpunt komen zijn toch allemaal psychiatrisch gestoord?!”, kijft ze.
Een dametje, dat op de fiets voorbijkomt zet even een tandje bij als ze ons ziet staan.
“Fiets maar gauw  door, ouwe heks!” krijst Ilona haar na.
Dat de dame vaart maakt snap ik wel want Ilona is een opvallende verschijning. Vroeger was ze man. Ivo heette ze toen. Sinds een jaar of tien is ze een vrouw, maar ze heeft nog steeds behoorlijk wat mannelijke kenmerken. Die probeert ze met wijde gewaden, overdadige make up en een extreem hoge falsetstem te verbloemen. Maar haar lengte en omvang werken niet in haar voordeel. Het lange, grijze haar dat alle kanten opwaait evenmin.
“Waarom ben je in godsnaam zo aan het tieren?” vraag ik haar.
Haar gezicht is rood aangelopen en haar felblauwe ogen staan vol tranen.
“Ik ben boos. En verdrietig. En teleurgesteld. En iedereen laat me in de steek.”

Daar gaan we weer, dat heeft ze me al vaker verteld. Dat klinkt misschien onaardig, maar ze jaagt hele groepen op de kast met haar gescandeer. Daarom zien ze haar overal liever gaan dan komen. Haar eigen aandeel legt ze echter volledig buiten zichzelf. Ik heb met haar te doen en wil graag meedenken om te voorkomen dat ze nog meer van haar eigen ruiten ingooit.
“Iedereen stuurt me altijd weg of dreigt met de politie. Ik ben zelfs met stenen bekogeld.”
“Nee, dat is niet oké. Maar ik snap het wel.”
“Hoezo snap jij dat wel?” snerpt ze vijandig.
“Nou, je gaat tekeer als een viswijf, gooit verwensingen rond alsof het niks is en het lijkt alsof je iedereen doelbewust tegen je in het harnas probeert te jagen.”
Haar gezicht plooit zich in een grijns.
“Je maakt het jezelf gewoon onmogelijk. Het lijkt alsof je het erom doet, alsof je de afwijzing bewust opzoekt.”
“Maar wat moet ik dan doen?”
“Geen idee, dat ligt eraan wat je wilt, wat je zoekt.”
Ze valt even stil, draait om haar fiets heen en duwt het sleuteltje in het slot dat met een metalige klik openspringt.
“Ik wil eigenlijk gewoon een fijne plek waar ik gelijkgestemden kan ontmoeten voor een praatje.”
“Dat kan hier,” zeg ik, “daar is het Trefpunt voor, Ilona.”
“Maar hier komen alleen idioten van de GGZ. Daar hoor ik niet bij. Ik ben transseksueel, ik ben niet gek.”
“Het Trefpunt is er voor iedereen. Ook voor jou. En bovendien begrijpt iedereen hier hoe lastig het soms is om aansluiting te vinden. Dus misschien moet je het nog eens een kans geven.”
“Denk je?”
“Ja, dat denk ik. Alleen heb je vandaag al voor genoeg opwinding gezorgd. Misschien wil je het morgen weer proberen,” zeg ik terwijl ik haar een knipoog geef. Ze begint hysterisch te schateren, stapt op haar omafiets met knalroze zijtassen en rijdt weg. Ik mag haar wel dat malle mens.
Even later krijg ik een appje van Ilona. “Sorry, ik neem verantwoordelijkheid voor mijn gedrag. Ik heb er spijt van. Jij bent een goeie.”

Een week later vallen alle bezoekers van het Trefpunt stil als Ilona weer binnenstapt. Ze blijft wederom als een strak opgeblazen ballon in de deuropening staan. “Hé hallo,” zeg ik, maar voordat ik opgestaan ben blért ze: “jullie zijn allemaal van god los, stelletje imbecielen. Vergassen moeten ze jullie!”
Daar gaan we weer. Verdomme, dit had ik willen voorkomen. Ik sta op, loop naar haar toe en leidt haar weg van de geschrokken groep. Als we weer onder het afdak bij de buitendeur staan vraag ik haar: “flik je dat nou ook bij de HEMA?” Ze begint te bulderen van het lachen. “Nee, maar bedankt voor de tip, dat ga ik zo proberen.”

Geschreven door Redactie PsyBlog

Heb jij een interessant en passend onderwerp waar je over wil schrijven, stuur ons dan een mailtje!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *