De psychologie van vervormde waarneming
Stel je voor: je kijkt naar je handen en ze lijken plots enorm groot. De kamer om je heen voelt kilometers ver weg, terwijl je rationeel wéét dat er niets echt veranderd is. Tijd vertraagt, afstanden kloppen niet meer en je lichaam voelt vervormd. Voor mensen met het Alice in Wonderland-syndroom (AIWS) is dit geen fantasie, maar een tijdelijke werkelijkheid.
Hoewel de naam sprookjesachtig klinkt, is AIWS een serieus en fascinerend verschijnsel op het snijvlak van psychologie, neurologie en perceptie. Het syndroom laat zien hoe kwetsbaar onze ervaring van de werkelijkheid is. En hoe sterk ons brein bepaalt wat we “zien”.
Wat is het Alice in Wonderland-syndroom?
Het Alice in Wonderland-syndroom is een perceptiestoornis waarbij de waarneming van het eigen lichaam, objecten of de omgeving tijdelijk verstoord raakt. Mensen kunnen last krijgen van:
-
Micropsie: objecten lijken kleiner dan ze zijn
-
Macropsie: objecten lijken juist groter
-
Teleopsie: dingen lijken verder weg
-
Lichaamsvervormingen: lichaamsdelen voelen groter, kleiner of anders van vorm
-
Tijdvervorming: tijd lijkt te versnellen of te vertragen
Belangrijk is dat het realiteitsbesef intact blijft. Iemand met AIWS weet dat wat hij of zij ervaart niet letterlijk klopt. En dat is een cruciaal verschil met psychotische stoornissen (Blom, 2016).
De naam verwijst naar Alice’s Adventures in Wonderland van Lewis Carroll. In het verhaal verandert Alice voortdurend van grootte en verliest ze haar gevoel voor proporties en richting. Opvallend is dat Carroll zelf waarschijnlijk migraine had: een aandoening die sterk gelinkt is aan AIWS (Podoll & Robinson, 2000).
Is het Alice in Wonderland-syndroom een psychische stoornis?
Strikt genomen wordt AIWS niet geclassificeerd als een psychiatrische stoornis, maar als een neurologisch-perceptueel syndroom. Toch is het onmiskenbaar relevant voor de psychologie.
Het syndroom raakt namelijk aan fundamentele psychologische processen, zoals:
-
lichaamsbewustzijn
-
zelfbeleving
-
perceptie en interpretatie van de werkelijkheid
Psychologisch gezien is AIWS interessant, omdat het laat zien hoe het brein zintuiglijke informatie integreert tot een coherent zelfbeeld — en wat er gebeurt als dat proces tijdelijk ontspoort (Sierra & Berrios, 1998).
Wat gebeurt er in het brein?
Onderzoek suggereert dat AIWS ontstaat door tijdelijke verstoringen in hersengebieden die visuele, ruimtelijke en somatosensorische informatie combineren. Vooral de pariëtale en occipitale gebieden spelen hierin een rol (Blom, 2016).
Bij kinderen met AIWS zijn afwijkingen gevonden in de doorbloeding van specifieke hersengebieden, wat de vervormde waarneming kan verklaren (Kuo et al., 1998). Deze verstoringen zijn meestal tijdelijk, wat verklaart waarom de klachten vaak vanzelf verdwijnen.
De rol van migraine, infecties en stress
AIWS komt het meest voor bij:
-
migraine, vooral bij kinderen
-
virale infecties (zoals Epstein-Barr)
-
epilepsie
-
koorts
-
extreme stress of vermoeidheid
Bij kinderen wordt AIWS vaak gezien als een voorloper of variant van migraine, waarbij de waarnemingsveranderingen optreden vóór de hoofdpijn (Lanska & Lanska, 2013).
Hoe verschilt AIWS van derealisatie of psychose?
Dit onderscheid is cruciaal.
| AIWS | Psychose |
|---|---|
| Realiteitsbesef intact | Realiteitsbesef verstoord |
| Tijdelijk | Vaak langdurig |
| Waarneming vervormd | Overtuigingen vervormd |
| Neurologische trigger | Psychiatrische kern |
AIWS kan wel angst oproepen, vooral als iemand niet weet wat er gebeurt. Sommige mensen ontwikkelen secundair derealisatieklachten, maar dit is niet hetzelfde als een primaire angst- of psychotische stoornis (Sierra & Berrios, 1998).
Behandeling en prognose
Er bestaat geen specifieke behandeling voor AIWS zelf. De aanpak richt zich op de onderliggende oorzaak:
-
migrainebehandeling
-
rust en stressreductie
-
behandelen van infecties of neurologische aandoeningen
In veel gevallen, vooral bij kinderen, verdwijnen de klachten vanzelf. Psycho-educatie is daarbij essentieel: begrijpen wat er gebeurt vermindert angst aanzienlijk (Lanska & Lanska, 2013).
Wat AIWS ons leert over de menselijke geest
Het Alice in Wonderland-syndroom confronteert ons met een ongemakkelijke waarheid:
de werkelijkheid die we ervaren is geen vaste gegevenheid, maar een constructie van het brein.
Wanneer die constructie tijdelijk verandert, verandert niet alleen wat we zien, maar ook hoe we onszelf ervaren. AIWS laat zien hoe nauw perceptie, identiteit en psychologie met elkaar verweven zijn.
Misschien is dat wel de wonderlijke moraal van het verhaal.
Bronnen (APA)
Blom, J. D. (2016). Alice in Wonderland syndrome: A systematic review. Neurology: Clinical Practice, 6(3), 259–270. https://doi.org/10.1212/CPJ.0000000000000251
Kuo, Y. T., Chiu, N. C., Shen, E. Y., Ho, C. S., & Wu, M. C. (1998). Cerebral perfusion in children with Alice in Wonderland syndrome. Pediatric Neurology, 19(2), 105–108. https://doi.org/10.1016/S0887-8994(98)00030-8
Lanska, J. R., & Lanska, D. J. (2013). Alice in Wonderland syndrome: A historical and medical review. Pediatric Neurology, 48(1), 5–10. https://doi.org/10.1016/j.pediatrneurol.2012.10.006
Podoll, K., & Robinson, D. (2000). Lewis Carroll’s migraine experiences. The Lancet, 356(9243), 1835–1836. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(00)03234-0
Sierra, M., & Berrios, G. E. (1998). Depersonalization: Neurobiological perspectives. Biological Psychiatry, 44(9), 898–908.
