De introductie van een Barbie met een autismespectrumstoornis door een grote speelgoedfabrikant leidde recent tot een gemengde reacties. Waar de één spreekt van erkenning en zichtbaarheid, ervaart de ander het ontwerp als stereotiep. De discussie raakt aan een bredere psychologische vraag: hoe verbeeld je een spectrum, zonder het te versmallen?

De Barbie maakt deel uit van een inclusieve lijn en is ontwikkeld in samenwerking met het Autistic Self Advocacy Network. De pop heeft onder meer een afgewende blik, draagt comfortabele kleding en wordt geleverd met accessoires zoals een fidgetspinner en een ruisonderdrukkende koptelefoon. Elementen die voor sommige mensen met autisme herkenbaar zijn, maar zeker niet voor iedereen.
Autisme als spectrum, niet als vast profiel
Binnen de psychologie wordt autisme omschreven als een spectrumstoornis. Dat betekent dat kenmerken, ondersteuningsbehoeften en ervaringen sterk uiteenlopen (American Psychiatric Association, 2022). Waar de één gevoelig is voor prikkels, heeft een ander vooral moeite met sociale interpretatie. Sommige mensen met autisme vermijden oogcontact, anderen juist niet.
Die diversiteit maakt representatie complex. Beeldvorming vraagt om keuzes: wat laat je zien, en wat niet? Daarmee ontstaat onvermijdelijk vereenvoudiging. In de sociale psychologie wordt dit verklaard door het concept essentialisme: de menselijke neiging om groepen te reduceren tot een aantal kernkenmerken, ook wanneer de werkelijkheid veel genuanceerder is (Haslam et al., 2000).
Kunnen herkenning en stereotypen naast elkaar bestaan?
De uiteenlopende reacties op de Barbie illustreren dat representatie tegelijkertijd herkenning én frustratie kan oproepen. Voor sommige kinderen en volwassenen met autisme biedt de pop zichtbaarheid. Zij vinden het fijn dat er aandacht voor is. Voor anderen voelt het beeld te beperkt en zelfs stigmatiserend.
Onderzoek laat zien dat groepsrepresentaties invloed hebben op identiteitsbeleving. Wanneer mensen het gevoel hebben dat hun groep te beperkt wordt neergezet, kan dit leiden tot gevoelens van identiteitsbedreiging of miskenning (Steele, 1997). Tegelijkertijd kan het onzichtbaar blijven ervan juist bijdragen aan gevoelens van uitsluiting.
De onmogelijke opdracht van ‘juiste’ representatie
In maatschappelijke discussies over inclusie lijkt soms de verwachting te bestaan dat representatie volledig recht moet doen aan iedereen binnen een groep. Vanuit psychologisch perspectief is dat echter niet haalbaar. Geen enkel symbool, personage of product kan de volledige variatie van menselijke ervaring weerspiegelen.
Dat betekent niet dat kritiek onterecht is. Integendeel: kritische reacties maken zichtbaar waar beelden tekortschieten en waar nuance nodig is. Maar ze laten ook zien hoe groot de spanning is tussen de wens tot erkenning en de realiteit van diversiteit. In moreel-psychologisch onderzoek wordt deze spanning vaker beschreven als een botsing tussen goede intenties en onvermijdelijke vereenvoudiging (Haidt, 2012).
Wat deze discussie blootlegt
De discussie rond de Barbie met autisme gaat daarmee over meer dan speelgoed alleen. Ze legt bloot hoe lastig het is om psychologische diversiteit te verbeelden zonder te versimpelen. Autisme laat zich niet vangen in accessoires of uiterlijke kenmerken. Het is geen vast profiel, maar een verzameling uiteenlopende ervaringen.
Misschien ligt de waarde van deze discussie dan ook niet in de vraag of de Barbie ‘klopt’, maar in het gesprek dat ze oproept. Over hoe we kijken naar autisme, over welke beelden dominant zijn. En over het besef dat geen enkel beeld het volledige verhaal vertelt. Maar ook dát er een verhaal is, als poging tot inclusie.
Bronnen (APA):
American Psychiatric Association. (2022). DSM-5-TR: Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.). APA Publishing.
Haslam, N., Rothschild, L., & Ernst, D. (2000). Essentialist beliefs about social categories. British Journal of Social Psychology, 39(1), 113–127.
Haidt, J. (2012). The righteous mind: Why good people are divided by politics and religion. Pantheon Books.
Steele, C. M. (1997). A threat in the air: How stereotypes shape intellectual identity and performance. American Psychologist, 52(6), 613–629.
