“55 Fransen verdronken in ruim een week tijd door hitte.”

Het is een kop die direct een oorzaak aanwijst. De boodschap lijkt helder: de hitte heeft 55 mensen het leven gekost door verdrinking. Maar wie het nieuwsbericht verder leest, ziet een genuanceerder verhaal. Volgens de Franse minister van Sport ging het vooral om jonge mensen die gingen zwemmen op plekken waar dat eigenlijk te gevaarlijk was.

De vraag is dan: verdronken deze mensen door de hitte, of door riskant gedrag dat samenhing met de hitte? Dat verschil lijkt klein, maar raakt aan een bekende denkfout uit de psychologie.

Onze behoefte aan eenvoudige oorzaken

Mensen hebben een sterke neiging om gebeurtenissen aan één duidelijke oorzaak toe te schrijven. Psychologen noemen dit causale attributie: het proces waarbij we proberen te verklaren waarom iets gebeurt.

Wanneer een gebeurtenis meerdere oorzaken heeft, kiezen we vaak de meest opvallende of gemakkelijk beschikbare verklaring. Dat maakt de wereld overzichtelijker, maar niet noodzakelijk accurater.

Denk maar aan het bekende voorbeeld over de ijsjes: meer ijsverkoop, leidt tot meer verdrinkingen. Maar dat komt door de hoge temperaturen, waardoor meer mensen gaan zwemmen.

In het voorbeeld van de Franse verdrinkingen is de hittegolf de meest opvallende factor. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat de hitte zelf de verdrinkingen veroorzaakte. In werkelijkheid ligt de causale keten waarschijnlijk anders:

Hitte → meer mensen zoeken verkoeling in het water → meer zwemmen op risicovolle locaties → meer verdrinkingen.

De hitte is dan geen directe oorzaak, maar een indirecte risicofactor.

Correlatie is geen causaliteit

Dit voorbeeld laat een klassieke denkfout zien: het verwarren van correlatie met causaliteit. Dat twee gebeurtenissen tegelijkertijd optreden, betekent niet automatisch dat de ene de andere veroorzaakt. De hittegolf en het hogere aantal verdrinkingen hangen waarschijnlijk samen, maar die relatie verloopt via menselijk gedrag.

Statistici en psychologen waarschuwen al decennialang voor deze valkuil. Zoals de statisticus Edward Tufte schreef, kunnen sterke visuele of verbale verbanden gemakkelijk de indruk wekken van causaliteit zonder dat daarvoor voldoende bewijs bestaat.

Ook epidemiologen benadrukken dat causale uitspraken alleen verantwoord zijn wanneer alternatieve verklaringen zorgvuldig zijn uitgesloten (Hill, 1965).

Lees ook: Correlatie of Causaliteit? IJsjes, Piraten en de Media

Wat zegt het onderzoek over hitte en verdrinking?

Interessant genoeg blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat extreem warm weer wel degelijk samenhangt met een groter verdrinkingsrisico.

Een Australische studie van Richard C. Franklin en collega’s vond dat het aantal verdrinkingen significant stijgt tijdens perioden met hoge temperaturen. De verklaring is echter niet dat warm weer mensen letterlijk doet verdrinken, maar dat meer mensen recreëren in en rond het water, vaker alcohol gebruiken en vaker risico’s nemen (Franklin et al., 2020).

Ook onderzoek uit de Verenigde Staten laat zien dat warme dagen leiden tot meer waterrecreatie en daardoor tot meer verdrinkingen, vooral onder jongeren en jongvolwassenen. Met andere woorden: de temperatuur verandert het gedrag, en dat gedrag verhoogt het risico.

Waarom kiezen media voor zulke koppen?

Nieuwsredacties zoeken naar korte, krachtige koppen die direct duidelijk maken wat er is gebeurd. “55 mensen verdronken tijdens hittegolf” trekt minder aandacht dan “55 mensen verdronken door hitte.”

Psychologisch gezien is dat begrijpelijk. We houden van verhalen met één duidelijke oorzaak. Psychologen noemen dit ook wel een causaliteitsbias: de voorkeur voor eenvoudige verklaringen boven complexe causale netwerken.

Die neiging zien we niet alleen in het nieuws, maar ook bij maatschappelijke discussies over criminaliteit, gezondheid, onderwijs en klimaat. Complexe problemen worden vaak teruggebracht tot één oorzaak, terwijl de werkelijkheid meestal bestaat uit een samenspel van factoren.

Een nauwkeuriger formulering

Een kop als: “Hittegolf leidt tot meer risicovol zwemgedrag; 55 verdrinkingen in ruim een week.”, zou waarschijnlijk dichter bij de beschikbare informatie liggen. Minder spectaculair, maar psychologisch én wetenschappelijk nauwkeuriger.

Conclusie

De Franse verdrinkingen illustreren hoe gemakkelijk we één opvallende factor aanwijzen als dé oorzaak van een gebeurtenis. De hitte speelde waarschijnlijk een belangrijke rol, maar vooral doordat mensen ander gedrag gingen vertonen. Het is een mooi voorbeeld van hoe onze behoefte aan eenvoudige verklaringen kan botsen met de complexiteit van de werkelijkheid.

De volgende keer dat een krantenkop een duidelijke oorzaak aanwijst, is het daarom de moeite waard om even verder te lezen. Vaak blijkt het verhaal achter de kop aanzienlijk ingewikkelder.

Bronnen

Franklin, R. C., Scarr, J., & Pearn, J. (2020). Reducing drowning deaths: the continued challenge of aquatic injury prevention. International Journal of Injury Control and Safety Promotion, 27(1), 67–73.

Hill, A. B. (1965). The Environment and Disease: Association or Causation? Proceedings of the Royal Society of Medicine, 58(5), 295–300.

Daniel Kahneman. (2011). Thinking, Fast and Slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.

Susan T. Fiske, & Shelley E. Taylor. (1991). Social Cognition (2nd ed.). McGraw-Hill.

Jones, E. E., & Davis, K. E. (1965). From acts to dispositions: The attribution process in person perception. In L. Berkowitz (Ed.), Advances in Experimental Social Psychology (Vol. 2, pp. 219–266). Academic Press.

Geschreven door Redactie PsyBlog

Heb jij een interessant en passend onderwerp waar je over wil schrijven, stuur ons dan een mailtje!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *