Je maakt een angstige muis moedig door hem darmbacteriën te geven van een moedige muis. Dat is het resultaat van recent wetenschappelijk onderzoek. De laatste tien jaar is het onderzoek naar darmen enorm toegenomen. Die zijn veel belangrijker dan we denken.

Giulia Enders schreef een licht verteerbaar boek over de verwerking van voedsel in je darmen. Ze wisselt degelijke uitleg af met aansprekende voorbeelden, grappige opmerkingen en tekeningen. Ongegeneerd schrijft ze over poepen en winden laten. Omdat ik dit artikel voor PsyBlog schrijf, concentreer ik me op de stukken die over de relatie tussen hersenen en darmen gaan.

Het hoofd en de hersenen zijn veel te belangrijk geworden. Volgens Enders is er een denkomslag nodig. Ons buikgevoel en ons instinct laten weten of het goed met ons gaat. Ons ‘ik’ bestaat uit hoofd en buik. De darm heeft onwaarschijnlijk veel (soorten) zenuwen. De darmen hebben ook een grote voorraad aan signaalstoffen en isolatiematerialen. Alleen de hersenen hebben zo’n grote verscheidenheid. Daarom wordt het zenuwstelsel van de darmen ook wel darmhersenen genoemd.

Suiker

DMV2Fructose is een suiker en zit in fruit, honing en in veel bewerkte levensmiddelen. Een fructose-intolerantie kan een slechte invloed op de stemming hebben. Het aminozuur tryptofaan hecht zich graag aan fructose. Als we meer fructose in onze buik hebben dan kan worden opgenomen door de darmen, gaat er tryptofaan verloren. En die hebben we juist zo hard nodig om de neurotransmitter serotonine te maken. Een tekort aan deze signaalstof kan een depressie veroorzaken. Dit is nog niet zo lang bekend in de medische wereld.

Prikkelbare darm

Het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) heeft voor veel artsen nog een psychische oorzaak. Inmiddels kunnen wetenschappers op hersenscans laten zien dat er een lichamelijke oorzaak is. Ze plaatsten bij patiënten een ballonnetje in de darmen dat ze groter lieten worden. In de hersenen werd het gebied actief, waar onprettige gevoelens worden verwerkt. Bij de controlegroep was dat niet zo. Mensen met PDS voelden zich beroerd, terwijl er niets ergs was gebeurd. Er is nog een verband tussen de darmen en het brein: mensen met PDS hebben vaak last van angstaanvallen en depressies. Maar de oorzaak is lichamelijk: langdurig kleine ontstekingen in de darm, een slechte darmflora of een nog niet ontdekte allergie voor voedsel.

LEES OOK:
Boekrecensie: Ikigai, het Japanse geheim voor een lang en gelukkig leven

Muizen

In een recent experiment zwommen er laboratoriummuizen rondjes in een bakje water. Ze konden net niet met hun pootjes op de grond gaan staan, dat is een manier om stress te veroorzaken. Optimistische muizen bleven hoopvol rondjes zwemmen, maar depressieve muizen zwommen niet zo lang en gingen drijven. In de volgende fase van het onderzoek, met bijna dezelfde opzet, kreeg de helft van de muizen een goede darmbacterie bij het voer, die de darm verzorgt. De muizen
Schermafbeelding 2015-02-09 om 16.14.56reageerden daar goed op: ze zwommen langer, hun geheugen was beter en ze hadden minder stresshormonen. Maar het effect verdween toen de onderzoekers de zenuw tussen de hersenen en de darmen doorsneden. Toen was er geen verschil meer met de controlegroep.

Bepalen darmen ons gedrag of doen onze hersens dat? Voor wetenschappers is dat een interessante vraag die ze proberen te onderzoeken. Stephen Collins en zijn team deden daarvoor een bijzonder experiment. Ze namen muizen uit twee families, een bange stam en een moedige stam. Beide muizenfamilies kregen een mix van drie verschillende soorten antibiotica die alleen op de darmen werkten. Er bleef geen bacterie over. Daarna spoten ze bij de angstige muizen de darmbacteriën van de moedige muizen in, en andersom. Ze deden vervolgens testen waaruit bleek dat de angstige muizen moedig waren geworden en de moedige muizen bang. Zo is bewezen dat darmen het gedrag van muizen kan beïnvloeden. Er moet nog heel veel onderzoek worden gedaan om er achter te komen of dit ook voor mensen geldt.

LEES OOK:
Boekrecensie: Geluk is ook niet alles – Willem van der Does

ToxoplasmaAbb.02-231x300

De parasiet toxoplasma zit in kattendarmen en kan ook op mensen terechtkomen. Dit gebeurt via kattenpoep in je moestuin of het schoonmaken van de kattenbak. Een derde van de mensen heeft de parasiet, zonder er echt last van te hebben. Vaak hebben deze mensen alleen wat griepachtige verschijnselen. Soms heeft toxoplasma invloed op gedrag, op verschillende manieren. Mensen met toxoplasma zijn roekelozer en zijn vaker betrokken bij verkeersongelukken. Mensen kunnen er ook depressief van worden: het stofje dat hen beschermt tegen de parasiet, is ook een bouwstof van serotonine. Deze concurrentie kan een tekort aan serotonine en daarmee een depressie veroorzaken.

Het is geweldig dat Giulia Enders informatie beschikbaar heeft gemaakt die anders nog heel lang alleen in de wetenschappelijke wereld had gecirculeerd. En het boek slaat aan: ze is hoog genoteerd in de Bestseller 60; ze heeft weken op de eerste plaats gestaan en ze staat op het moment van schrijven nog steeds op de vierde plek. Dat spreekt voor zich!

Naar aanleiding van: Giulia Enders. De mooie voedselmachine. Alles over de darmen, een onderschat orgaan. Amsterdam, 2014.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *