In de onzekere tijden van het coronavirus worden politici voor het blok gezet om lastige keuzes te maken, zoals de keuze: wel of geen totale lockdown? Lange tijd werd in de economie aangenomen dat de mens een rationele consument is en de keuzes die hij/zij maakt baseert op zijn voorkeuren, inkomsten en de prijs van een product. Het maken van een keuze zou een rationeel proces zijn, waarbij de beslissingsnemer als doel heeft om zijn eigen nut te maximaliseren. Echter, door onderzoek vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw van onder anderen Nobelprijswinnaars Daniel Kahneman en Richard Thaler, psychologen, is de hierboven besproken aanname op losse schroeven komen te staan. Er blijkt uit het onderzoek van Tversky & Kahneman (1981) dat mensen helemaal niet zo rationeel zijn in de keuzes die zij maken. We veranderen bijvoorbeeld aan de hand van hoe een vraag geformuleerd wordt (‘framing’) onze keuzes gemakkelijk. Hieronder zal ik een belangrijke studie van het duo bespreken over de uitbraak van een ongebruikelijke Aziatische ziekte waaruit het sterke effect van ‘framing’ bleek.

Uitbraak van een ongewone Aziatische ziekte

Studenten aan de University of British Columbia en Stanford University werden gevraagd een aantal korte vragen te beantwoorden. De casus was als volgt: Verbeeld je dat de Verenigde Staten zich aan het voorbereiden is op de gewenste reactie op de uitbraak van een ongebruikelijke Aziatische ziekte, die naar verwachting 600 doden tot gevolg zal hebben. Twee alternatieve programma’s om de ziekte te bestrijden werden voorgesteld.

  • Indien programma A wordt uitgevoerd, zullen er 200 mensen gered worden.
  • Indien programma B wordt uitgevoerd, is er een 1/3 kans dat 600 mensen worden gered en 2/3 kans dat er geen mensen worden gered.

Welk van de twee programma’s zou jij kiezen? Het overgrote deel koos programma A (72%), het vooruitzicht van de zekerheid op 200 levens redden is aantrekkelijker dan het riskante vooruitzicht (met gelijke verwachte waarde) van 1/3e kans op 600 levens redden. Met andere woorden, de meerderheid is risicomijdend.

Een tweede groep studenten kreeg dezelfde casus voorgelegd met een net iets andere formulering van de twee te kiezen programma’s.

  • Indien programma C wordt uitgevoerd, zullen 400 mensen overlijden.
  • Indien programma D wordt uitgevoerd is er een 1/3 kans dat niemand zal overlijden en een 2/3 kans dat 600 mensen overlijden.

Welk van de twee programma’s zou jij kiezen? Ditmaal koos de meerderheid voor programma D (78%), terwijl dit het equivalent is van programma B. De zekerheid van 400 mensen die overlijden is minder acceptabel dan de 2/3e kans dat alle 600 mensen overlijden. Oftewel, de meerderheid is nu risiconemend.

© Kike Franssen voor PsyBlog.nl

Welk programma is aan onze minister-president voorgesteld?

Mensen laten dus risicomijdend gedrag zien indien ze voor een keuze staan waarbij winst gegenereerd kan worden (bijvoorbeeld levens redden), terwijl risiconemend gedrag wordt getoond in situaties waarbij het gaat om verlies maken (bijvoorbeeld levens verliezen). Dit patroon van het veranderen van een keuze op basis van hoe een vraag gesteld wordt, is niet exclusief bij studenten geobserveerd, maar ook bij personen met beroepen waarin cruciale beslissingen moeten worden gemaakt, zoals artsen en politici. Het is niet moeilijk te zien dat programma A volledig identiek is aan C en programma B aan D. Het is ook niet lastig voor te stellen dat de bevindingen uit bovenstaand onderzoek zich zeer waarschijnlijk herhalen in allerlei situaties vandaag de dag. Speculerend zou het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de targeted lockdown (risiconemend) als programma D hebben voorgesteld aan onze minister-president en het Chinese RIVM de totale lockdown (risicomijdend) als programma A aan Xi Jinping. Hoe het ook zij, de studie van het duo Kahneman & Thaler blijkt 40 jaar later actueler dan ooit tevoren.

Bron:
Tversky & Kahneman (1981) – The framing of decisions and the psychology of choice

Geschreven door Pim van der Meer

Pim van der Meer zit op dit moment in de masterfase van zowel geneeskunde als psychologie, specialisatie klinische neuropsychologie, aan de universiteit van Leiden. In 2016 is hij tevens toegelaten tot het MD/PhD-traject, waardoor hij tijdens zijn studie al kon starten met een promotietraject. Hij volgt dit traject bij de afdeling neuro-oncologie, waar zijn drie grote interesses, neurologie, psychiatrie en de oncologie, in één specialisme samenkomen. Met zijn onderzoek richt hij zich op o.a. neurocognitie, kwaliteit van leven, epilepsie, depressie en angst bij patiënten met een hersentumor. Deze thematiek zal zich ook vertalen naar de artikelen die hij zal schrijven voor PsyBlog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *