Dat mentale problemen onder jongeren toenemen, is inmiddels geen nieuws meer. Wat vaak onderbelicht blijft, is dat die problemen niet gelijk verdeeld zijn. Jongeren groeien op in heel verschillende omstandigheden, en die verschillen laten zich niet alleen zien in schoolkansen of leefstijl, maar ook in hun mentale gezondheid. Wetenschappelijk onderzoek laat al jaren zien: wie opgroeit met minder, draagt dat vaak ook mentaal met zich mee.
De cijfers liegen niet
In Nederland wordt de mentale gezondheid van jongeren al ruim twintig jaar systematisch onderzocht via de Health Behaviour in School-aged Children-studies (HBSC). Dit internationale onderzoeksprogramma, uitgevoerd in samenwerking met onder meer Universiteit Utrecht en het Sociaal en Cultureel Planbureau, volgt het welzijn van 11- tot 16-jarigen (Currie et al., 2012).
Uit deze grootschalige onderzoeken blijkt consequent dat jongeren uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status (SES) vaker psychische klachten rapporteren. Het gaat daarbij om meer angst- en somberheidsklachten, gedragsproblemen en een lagere levenstevredenheid (Reiss, 2013).
Ook Nederlandse analyses van HBSC-data laten zien dat deze ongelijkheden hardnekkig zijn. De kloof tussen jongeren met een hoge en lage SES is sinds het begin van de metingen nauwelijks kleiner geworden, wat betekent dat mentale gezondheidsverschillen structureel zijn ingebed in sociale omstandigheden (Stevens et al., 2020).
Niet alleen geld, ook het gevoel telt
Opvallend is dat niet alleen objectieve factoren zoals ouderlijk inkomen of opleidingsniveau een rol spelen. Minstens zo belangrijk is hoe jongeren hun eigen positie ervaren. Jongeren die zichzelf als “minder welvarend” zien dan hun leeftijdsgenoten rapporteren meer psychische klachten, zelfs wanneer hun objectieve SES vergelijkbaar is (Elgar et al., 2015).
Dit fenomeen, ook wel subjectieve sociaaleconomische status genoemd, sluit aan bij bredere psychologische literatuur. Sociale vergelijking, gevoelens van uitsluiting en het idee ‘er niet bij te horen’ blijken krachtige stressoren te zijn, vooral in een levensfase waarin identiteit en zelfbeeld zich nog ontwikkelen (Reiss, 2013).
De pandemie als vergrootglas
De coronapandemie heeft deze bestaande ongelijkheden verder uitvergroot. Verschillende studies laten zien dat het mentale welzijn van jongeren tijdens de pandemie verslechterde, maar vooral onder jongeren uit gezinnen met financiële of sociale kwetsbaarheid (Ravens-Sieberer et al., 2022).
Schoolsluitingen, minder sociale contacten en verhoogde stress thuis raakten niet iedereen even hard. Jongeren met minder ruimte, minder digitale middelen of meer financiële zorgen liepen aantoonbaar meer risico op emotionele problemen en stressgerelateerde klachten. De pandemie fungeerde daarmee als een vergrootglas voor bestaande verschillen.
Verder kijken dan klachten alleen
Steeds vaker klinkt binnen de psychologie de oproep om mentale gezondheid breder te benaderen dan alleen symptomen zoals angst of depressie. Door ook te kijken naar sociaal functioneren, schooldeelname en ontwikkelingsmijlpalen ontstaat een completer beeld van hoe jongeren zich daadwerkelijk redden in hun dagelijks leven (Ravens-Sieberer et al., 2014).
Een dergelijke benadering maakt zichtbaar dat mentale klachten vaak niet losstaan van context. Chronische stress, beperkte kansen en voortdurende onzekerheid kunnen ontwikkeling afremmen, zonder dat dit altijd direct zichtbaar is in een diagnose.
Wat helpt wél?
Onderzoek wijst erop dat effectieve ondersteuning verder gaat dan individuele behandeling alleen. Laagdrempelige hulp, sterke sociale netwerken en interventies die jongeren een gevoel van controle en veerkracht geven, hangen samen met beter psychisch welzijn (Reiss, 2013).
Ook community-gerichte initiatieven en preventieve programma’s die inzetten op sociale steun en empowerment blijken veelbelovend. Niet omdat ze armoede direct oplossen, maar omdat ze de psychologische gevolgen ervan kunnen verzachten.
Conclusie
Armoede is geen abstract economisch begrip, maar een dagelijkse realiteit die diep kan doorwerken in het mentale welzijn van jongeren. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat sociaaleconomische ongelijkheid samenhangt met psychische klachten, lagere levenstevredenheid en verhoogde stress.
Wie mentale gezondheid serieus neemt, kan daarom niet om sociale context heen. Niet alleen symptomen verdienen aandacht, maar ook de omstandigheden waarin jongeren opgroeien. Pas dan ontstaat ruimte voor beleid en hulp die écht aansluiten bij hun leefwereld.
Bronnen
Currie, C., Zanotti, C., Morgan, A., Currie, D., de Looze, M., Roberts, C., … Barnekow, V. (2012). Social determinants of health and well-being among young people: Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study. WHO Regional Office for Europe.
Elgar, F. J., McKinnon, B., Walsh, S. D., Freeman, J., Donnelly, P. D., de Matos, M. G., Currie, C. (2015). Structural determinants of youth mental health: A cross-national study. Journal of Adolescent Health, 57(6), 561–567.
Ravens-Sieberer, U., Erhart, M., Rajmil, L., Herdman, M., Auquier, P., Bruil, J., … European KIDSCREEN Group. (2014). Reliability, construct and criterion validity of the KIDSCREEN-10 score. Quality of Life Research, 23(7), 1927–1940.
Ravens-Sieberer, U., Kaman, A., Erhart, M., Devine, J., Schlack, R., & Otto, C. (2022). Impact of the COVID-19 pandemic on quality of life and mental health in children and adolescents in Germany. European Child & Adolescent Psychiatry, 31(6), 879–889.
Reiss, F. (2013). Socioeconomic inequalities and mental health problems in children and adolescents: A systematic review. Social Science & Medicine, 90, 24–31.
Stevens, G. W. J. M., van Dorsselaer, S., Boer, M., de Roos, S., Duinhof, E., ter Bogt, T., de Looze, M. (2020). HBSC 2017: Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Universiteit Utrecht.
