Iedereen herkent het wel: samenwerken. Samenwerken komt in het dagelijks leven vaak voor. Of het op de middelbare school is voor het profielwerkstuk, tijdens de studie of op werk. Het komt ook voor tijdens activiteiten, bijvoorbeeld touwtrekken op een familiedag. Sommigen vinden samenwerken fantastisch en anderen zien het als een last. Waarom vinden sommigen dit hinderlijk? Samenwerken verdeelt toch de taken? Of is dat niet hoe samenwerken eruitziet en profiteren mensen van anderen?

Het is vast opgevallen dat mensen verschillende rollen aannemen in een groep. Zo zijn er mensen die voornamelijk de leiding nemen en hun best doen om hoge groepsprestaties te krijgen. Anderen profiteren van deze mensen en laten hen het groepswerk doen. Het laatste kan ook onbewust voorkomen. Dit heet social loafing.

Meeliftgedrag

Social loafing is de neiging van mensen om in aanwezigheid van anderen minder goed te presteren bij eenvoudige taken, als hun individuele prestatie niet kan worden beoordeeld. Social loafing noemen we in het Nederlands ook wel sociaal lummelen of sociaal lanterfanten (Aronson et al., 2018). Kortom: meeliftgedrag. Het gaat hierbij om het feit dat mensen zich meer ontspannen voelen in het bijzijn van anderen. Doordat mensen zich ontspannen voelen tijdens een taak met anderen, doen zij minder hun best. Dit komt omdat hun individuele prestatie er minder toe doet dan wanneer zij alleen moeten presteren. Ze voelen minder druk om goed werk te leveren (Van Orden et al., 1996).

Sociale aanwezigheid                            

De druk om te presteren kan afhangen van de situatie. In een samenwerking waarbij je met elkaar aan tafel zit, is de werkdruk hoger. Dit komt omdat mensen elkaar in de gaten houden tijdens het werk. Tegenwoordig komt het steeds vaker voor dat een samenwerking online plaatsvindt, bijvoorbeeld door middel van Skype of Teams. Hierbij zijn de deelnemers niet fysiek aanwezig, maar de resultaten zijn direct zichtbaar. Ook is er direct contact door de online verbinding. Hierdoor voelen mensen zich sociaal gedwongen om ook aan het werk te gaan. Het heeft te maken met sociale aanwezigheid. Dit is een belangrijke factor om social loafing te voorkomen. Door sociale aanwezigheid gaan mensen werken, omdat ze anderen zien werken (Chen et al., 2014).

Als een samenwerking niet op dezelfde tijd en locatie plaatsvindt, een asynchrone samenwerking, is de kans groter dat er social loafing optreedt. Dit komt omdat de deelnemers geen druk voelen om te presteren en anderen niet kunnen volgen in actief gedrag. Ze zien elkaar immers niet aan het werk. Het heeft ook te maken met sociale vergelijking. Mensen zijn van oorsprong geneigd om zichzelf met anderen te vergelijken. Als bijvoorbeeld een werknemer zichzelf niet kan vergelijken met een collega die hogere prestaties behaald, zal deze werknemer niet streven naar hetzelfde gedrag (Chen et al., 2014).

Verder speelt groepscohesie een grote rol. Wanneer er geen of weinig verbondenheid in een groep is, is de kans op social loafing groter. Mensen die geen verbondenheid voelen in de groep, zijn minder geneigd om samen aan het groepsdoel te werken. Hierbij kan het dus voorkomen dat een persoon in de groep het erbij laat zitten en anderen het werk laat doen (Chen et al., 2014).

Anonimiteit

Een andere factor die bij social loafing een grote rol speelt is anonimiteit. Er is onderzocht wat het effect van anonimiteit is in samenwerkingen. Het onderzoek concludeert dat anonimiteit de groepsprestaties kan verbeteren. Dit zou komen doordat bijvoorbeeld verlegen personen in anonimiteit wel hun mening durven te geven. Anderen weten immers toch niet wie ze zijn. Zodra de anonimiteit er niet zou zijn, zouden deze verlegen personen meer geneigd zijn om social loafing te laten zien. Hetzelfde onderzoek liet ook de andere werking zien. Anonimiteit bevordert social loafing, omdat mensen niet kunnen achterhalen wie het werk niet (goed) doet. De druk om te presteren is kleiner en daardoor worden mensen luier in hun werk. Ze gaan makkelijker meeliften op iemand anders werk. Anonimiteit speelt voornamelijk een rol bij samenwerkingen online, want bij face-to-face contact is dit lastiger (Connolly et al., 1990).

Groepsgrootte speelt bij deze anonimiteit ook een rol. Als de groep groter is, is het makkelijker om anoniem te blijven. Daarnaast heb je bij grotere groepen meer de gelegenheid om het werk op anderen af te schuiven. In deze groepen is in mindere mate groepscohesie aanwezig. Zoals hierboven besproken, zorgt weinig groepscohesie voor meer kans op social loafing (Chen et al., 2014).

Kortom social loafing is een psychologisch fenomeen, waarin mensen in groepen minder hun best doen om te presteren. Sociale aanwezigheid, anonimiteit, groepsgrootte en gebrek aan groepscohesie spelen hierin een belangrijke rol. Met dit in het achterhoofd weet je hoe je de volgende keer je groepsgenoten kunt sturen om social loafing te voorkomen. Of om achterover te leunen en anderen het werk te laten doen.

Bronnen:
Aronson, E., Wilson, T. D., Akert, R. M., & Sommers, S. R. (2018). Sociale psychologie (9de editie). Pearson Benelux
Chen, F., Zhang, L., & Latimer, J. (2014). How much has my co-worker contributed? The impact of anonymity and feedback on social loafing in asynchronous virtual collaboration. International Journal of Information Management, 34(5), 652–659. https://doi.org/10.1016/j.ijinfomgt.2014.05.001
Connolly, T., Jessup, L. M., & Valacich, J. S. (1990). Effects of Anonymity and Evaluative Tone on Idea Generation in Computer-Mediated Groups. Management Science, 36(6), 689–703. https://doi.org/10.1287/mnsc.36.6.689
Van Orden, C. Y. D., Gaillard, A. W. K., & Langefeld, J. J. (1996). Effecten van vermoeidheid en sociale omgeving op prestatie: de rol van feedback. TNO Technische Menskunde. https://apps.dtic.mil/sti/citations/ADA321074

Geschreven door Femke Zandbergen

Femke is 22 jaar en studeert met veel plezier Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool Leiden. Als eerstejaars student is ze erg nieuwsgierig naar wat ze allemaal nog mag gaan leren. Haar passie voor de levensloop staat vast en ze kan niet wachten om over een aantal jaar al haar opgedane kennis en vaardigheden te gaan gebruiken in het werkveld.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.