Je krijgt tien complimenten en één kritische opmerking. Welke onthoud je de volgende ochtend nog? De kans is groot dat juist die ene negatieve zin door je hoofd blijft spoken. Waarom eigenlijk?
Eén slechte reactie kan tien goede overschaduwen
Stel: je hebt een presentatie gegeven op je werk. Na afloop zeggen vier collega’s dat ze het duidelijk vonden, twee mensen complimenteren je over je verhaal en iemand zegt dat je wel wat minder snel had mogen praten. Op de fiets naar huis denk je vooral aan dat laatste. Was je presentatie dan toch niet goed genoeg? Had iedereen gezien dat je zenuwachtig was? Had je beter moeten oefenen?
Psychologisch gezien is het helemaal niet vreemd dat je brein juist aan die ene kritische opmerking blijft hangen. Mensen hebben namelijk een negativiteitsbias: negatieve informatie krijgt vaak meer gewicht dan positieve informatie van vergelijkbare sterkte. Dat betekent niet dat we positieve gebeurtenissen niet opmerken. Wel hebben negatieve gebeurtenissen vaak een grotere invloed op onze aandacht, beoordelingen en herinneringen (Baumeister et al., 2001; Rozin & Royzman, 2001).
Dat verklaart waarom een compliment soms prettig voelt, maar kritiek nog uren kan blijven rondzingen.
Het brein is niet simpelweg ‘negatief’
De negativiteitsbias betekent overigens niet dat mensen van nature pessimistisch zijn. Het gaat subtieler. Wanneer we iets positiefs meemaken, is er vaak weinig reden om onmiddellijk in actie te komen. Maar negatieve informatie kan wijzen op gevaar, verlies of een probleem dat opgelost moet worden. Vanuit evolutionair perspectief kan het daarom nuttig zijn geweest om negatieve signalen extra serieus te nemen. Een gemiste kans is vervelend. Een gemist gevaar kan veel grotere gevolgen hebben.
Baumeister en collega’s (2001) beschreven na een omvangrijke review van psychologisch onderzoek een opvallend patroon: slechte gebeurtenissen hebben gemiddeld genomen een krachtiger effect dan goede gebeurtenissen. Dat werd teruggevonden in uiteenlopende domeinen, waaronder emoties, relaties, sociale interacties, leren en feedback.
Dat betekent niet dat het positieve onbelangrijk is. Het betekent vooral dat het negatieve vaak harder binnenkomt.
Waarom kritiek zo persoonlijk kan voelen
Een interessant voorbeeld is feedback.
Stel dat je leidinggevende zegt: “Je hebt dit project goed aangepakt. Eén ding zou ik de volgende keer anders doen: begin iets eerder met afstemmen.”
Objectief gezien bevat die zin vooral positieve informatie. Toch kan je hoofd na afloop vooral bezig zijn met dat ene verbeterpunt.
Dat past bij het bredere onderzoek naar negatieve informatie. In een experimentele studie onderzochten Ito et al. (1998) hoe mensen positieve, negatieve en neutrale informatie verwerken. Met behulp van EEG-metingen vonden de onderzoekers aanwijzingen dat negatieve informatie sterker werd verwerkt dan vergelijkbaar positieve informatie. De negatieve informatie had dus niet alleen invloed op wat deelnemers uiteindelijk rapporteerden; er waren al eerder in het verwerkingsproces verschillen zichtbaar.
Je brein lijkt negatieve informatie dus niet pas belangrijk te maken nadat je er bewust over hebt nagedacht. Het krijgt relatief snel extra gewicht.
Waarom één fout soms belangrijker voelt dan alles wat goed ging
De negativiteitsbias speelt ook een rol bij hoe we naar andere mensen kijken. Een nieuwe collega kan tijdens de eerste weken vriendelijk, behulpzaam en betrouwbaar overkomen. Maar als diegene één keer geïrriteerd reageert, kan dat voorval plotseling veel betekenis krijgen.
“Zie je wel, misschien is die persoon helemaal niet zo aardig.”
Volgens Baumeister et al. (2001) kunnen negatieve indrukken bovendien sneller ontstaan en moeilijker verdwijnen dan positieve indrukken. Een enkele negatieve ervaring kan daardoor een bestaande positieve indruk aantasten.
Dat betekent niet dat één slechte ervaring altijd zwaarder moet wegen. Wel kan ons brein geneigd zijn om er automatisch extra betekenis aan toe te kennen. En daar ontstaat een interessant verschil tussen wat er gebeurt en hoe belangrijk het voor ons voelt.
Negatief nieuws trekt onze aandacht
Hetzelfde mechanisme kan verklaren waarom negatieve berichten zo aantrekkelijk kunnen zijn. Een nieuwsbericht met de titel “Alles gaat goed in Nederland” voelt waarschijnlijk minder urgent dan “Dit gaat helemaal mis in Nederland.” Negatieve informatie roept sneller de vraag op: Wat is er aan de hand? Moet ik hier iets mee?
Rozin en Royzman (2001) beschreven verschillende vormen van negativiteitsbias. Een daarvan is negativity dominance: wanneer positieve en negatieve informatie samenkomen, kan het negatieve element een disproportioneel grote invloed hebben op de uiteindelijke beoordeling.
Dat principe zie je ook in het dagelijks leven. Een restaurant kan negen dingen goed doen en één ding slecht. Toch kan die ene slechte ervaring bepalen of je er de volgende keer opnieuw naartoe gaat.
Maar waarom onthouden we positieve dingen dan wél?
Gelukkig betekent een negativiteitsbias niet dat positieve ervaringen geen effect hebben.
Integendeel: positieve ervaringen kunnen zich opstapelen. Een veilige relatie, fijne collega’s, waardering op het werk en momenten waarop iets lukt, kunnen allemaal bijdragen aan welzijn en positieve verwachtingen. Het probleem is eerder dat positieve ervaringen soms minder vanzelfsprekend onze aandacht opeisen.
Een rustige werkdag is bijvoorbeeld nauwelijks nieuwswaardig voor je brein. Een conflict met een collega wel. Je zou het kunnen vergelijken met een rookmelder. Die is ontworpen om af te gaan wanneer er mogelijk iets mis is. Een rookmelder maakt geen geluid wanneer alles normaal verloopt.
Ons brein werkt natuurlijk veel complexer dan een rookmelder, maar het principe is vergelijkbaar: problemen verdienen aandacht omdat ze mogelijk opgelost moeten worden.
En sociale media maken het misschien nog ingewikkelder
In het dagelijks leven krijgen we voortdurend informatie binnen. Via nieuwsapps, sociale media en berichten zien we niet alleen wat goed gaat, maar ook wat misgaat.
Daarbij is het belangrijk om voorzichtig te zijn met grote conclusies. De negativiteitsbias betekent niet automatisch dat sociale media ons ongelukkig maken of dat negatieve berichten altijd beter presteren.
Wel helpt het concept om te begrijpen waarom negatieve informatie zo moeilijk te negeren kan zijn. Wanneer iets ons boos, bezorgd of geschokt maakt, heeft het een grotere kans om onze aandacht vast te houden.
Dat kan vervolgens voelen alsof er overal problemen zijn. Niet omdat er daadwerkelijk niets positiefs gebeurt, maar omdat positieve gebeurtenissen minder vaak om onze aandacht schreeuwen.
Kun je je brein dan ‘omtrainen’?
Je kunt de negativiteitsbias niet simpelweg uitzetten. En dat hoeft ook niet. Een brein dat gevoelig is voor mogelijke problemen heeft immers ook voordelen.
Het is wél mogelijk om bewuster aandacht te geven aan wat anders onder de radar blijft. Bijvoorbeeld door aan het einde van de dag niet alleen te bedenken wat er misging, maar jezelf ook af te vragen:
Wat ging vandaag eigenlijk goed?
Dat hoeft geen geforceerd positief denken te worden. Het doel is niet om negatieve gebeurtenissen weg te poetsen. Het gaat erom dat je voorkomt dat één negatieve ervaring automatisch de volledige balans overneemt.
Als een collega kritiek geeft, kan die kritiek waardevolle informatie bevatten. Maar de vraag “Wat moet ik hiervan leren?” is iets anders dan “Blijkbaar kan ik dit helemaal niet.”
Die twee gedachten kunnen voortkomen uit dezelfde gebeurtenis, maar hebben een heel andere betekenis.
Een kritische gedachte is niet automatisch de waarheid
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les van de negativiteitsbias.
Als iets negatiefs sterk binnenkomt, voelt het daardoor niet automatisch belangrijker omdat het ook daadwerkelijk belangrijker is.
Je brein kan een kritische opmerking uitvergroten. Een fout kan daardoor voelen als bewijs dat je het niet kunt. Een ongemakkelijke reactie kan voelen als bewijs dat iemand je niet mag. Eén slechte dag kan voelen als bewijs dat alles verkeerd gaat.
Maar gevoel en werkelijkheid zijn niet altijd hetzelfde. De volgende keer dat je merkt dat één negatieve opmerking je hele dag beheerst, kun je jezelf daarom een simpele vraag stellen:
Als ik deze gebeurtenis naast alles leg wat er vandaag gebeurde, verdient hij dan echt zoveel ruimte in mijn hoofd?
Misschien is het antwoord ja. Misschien valt er iets van te leren. Maar misschien is het ook gewoon die ene kritische opmerking die, dankzij een eeuwenoud psychologisch mechanisme, nét iets harder binnenkwam dan alle complimenten bij elkaar.
Bronnen:
Baumeister, R. F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C., & Vohs, K. D. (2001). Bad is stronger than good. Review of General Psychology, 5(4), 323–370. https://doi.org/10.1037/1089-2680.5.4.323
Ito, T. A., Larsen, J. T., Smith, N. K., & Cacioppo, J. T. (1998). Negative information weighs more heavily on the brain: The negativity bias in evaluative categorizations. Journal of Personality and Social Psychology, 75(4), 887–900. https://doi.org/10.1037/0022-3514.75.4.887
Rozin, P., & Royzman, E. B. (2001). Negativity bias, negativity dominance, and contagion. Personality and Social Psychology Review, 5(4), 296–320. https://doi.org/10.1207/S15327957PSPR0504_2
