Catherin verliet Manchester om in London te gaan studeren. Zij kon zich van tevoren niet voorstellen hoe het zou zijn om met een moslima samen te leven. Totdat ze een perfecte woonplek vond waar reeds een moslima leefde, genaamd Delilah. In het begin vroeg Catherin zich af hoe ze met elkaar moesten communiceren en wat ze moesten doen met de grote verschillen in religieuze gewoontes. Delilah kon ook niet bedenken wat ze met elkaar gemeen hadden. Nadat ze samen wat tijd hadden doorgebracht kwam Catherin erachter dat Delilah ook de televisieseries ‘House M.D.’ en ‘How I met your mother’ volgde. En wanneer Delilah gestrest was vond ze het, net als Catherin, fijn om tot rust te komen met een goed boek en muziek. Ze kwamen erachter dat ze veel dingen met elkaar gemeen hadden en er ontstond een vriendschap. Ze realiseerden zich dat samenleven met een meisje met een andere etniciteit en religie niet de problemen had veroorzaakt die ze zich van tevoren voorgesteld hadden.

Inter-group Contact Theory

Mensen kunnen bevooroordeeld zijn ten aanzien van mensen die niet uit de eigen groep, maar uit een andere groep komen, de out-group. Deze out-group kan gekwalificeerd worden door bijvoorbeeld het hebben van een andere etniciteit. Wel kunnen vooroordelen verminderd worden door tijd met elkaar door te brengen en de andere persoon beter te leren kennen. Dit verschijnsel kan verklaard worden door de Inter-group Contact Theory van Allport (1954). Artikel vooroordelen 2Daarin suggereert hij dat interactie tussen mensen uit verschillende groepen vooroordelen kan doen afnemen. Dit gebeurt echter alleen als leden van de verschillende groepen een gelijke status, dezelfde doelen en toestemming van de betreffende autoriteit hebben. Ook moet er geen sprake van competitie zijn. Wagner, van Dick, Pettigrew en Christ (2003) hebben tevens aangetoond dat bevriend zijn met een lid van een out-group vooroordelen vermindert en dat in gesprek gaan met out-groupleden op school of in de directe woonomgeving de meest eenvoudige wijze is om zulke vrienden te maken. Het is belangrijk om te benoemen dat het afnemen van vooroordelen met betrekking tot één lid van een out-group gegeneraliseerd kan worden naar de totale out-group waaruit deze persoon afkomstig is en bij voorkeur ook naar andere out-groups.

LEES OOK:
Het Grote Racisme Experiment: Blue eyes/ Brown eyes – Matige resultaten

colouredKamergenoten als voorbeeld

Allports (1954) theorie kan volgens van Laar, Levin, Sinclair en Sidanius (2005) het best getest worden in een setting waarin mensen, meestal studenten, hun woonruimte met anderen moeten delen, dus in het geval van kamergenoten. Kamergenoten verschillen thuis niet van elkaar in status en zullen waarschijnlijk goed met elkaar samenwerken omdat ze eenzelfde doel hebben, namelijk slagen aan de universiteit. Als er al sprake is van competitie op de universiteit dan kunnen ze die thuis vergeten. Ten slotte hebben de studenten de vereiste toestemming van de autoriteit om samen te werken, in dit geval van de professor. Van Laar en anderen (2005) vonden dat een grotere mate van diversiteit in woonruimte gepaard gaat met een positievere attitude tegenover blanken, latino’s, Aziatische Amerikanen en Afrikaanse Amerikanen. Een grotere mate van diversiteit heeft tevens tot gevolg dat blanken minder racisme vertonen jegens Afrikaanse Amerikanen (symbolic racism) en daarbij wordt zowel de potentie om met mensen uit andere etnische groepen om te gaan (intergroup competence) als de acceptatie van daten buiten je eigen groep (out-group dating) vergroot.

Generalisatie naar de maatschappij?

Kunnen vooroordelen dan alleen verminderd worden als mensen met elkaar samenwonen? Er is bewijs dat vooroordelen ook in andere settings, zoals school en leefomgeving, verminderd kunnen worden. In de context van school is gebleken dat blanken die een Afrikaanse Amerikaan of latino kennen minder negatieve stereotypes hebben ten aanzien van mensen uit deze groepen als schoolgenoten die geen Afrikaanse Amerikaan of latino kennen. In de maatschappij blijken blanken die een latino kennen minder geneigd te zijn om vooroordelen te hebben ten aanzien van latino’s (Dixon & Rosenbaum, 2004). Hoewel de aanwezigheid van minderheidsgroepen in een bepaalde omgeving niet altijd hoeft te betekenen dat vooroordelen zullen afnemen, is de kans groter dat mensen uit verschillende groepen met elkaar in contact zullen komen, omdat er eenvoudigweg meer leden van
17151965178_6f5263baa9_mminderheidsgroepen
aanwezig zijn. Contact met andere mensen en de ontwikkeling van vriendschappen zorgt ervoor dat vooroordelen afnemen. Dit is onderzocht in Duitsland, waar zich meer buitenlanders bevinden in West- dan in Oost-Duitsland (Wagner et al., 2003). De onderzoekers vonden dat mensen in Oost-Duitsland minder mogelijkheden hadden om met buitenlanders in contact te komen en dus ook meer vooroordelen hadden ten aanzien van buitenlanders dan mensen in West-Duitsland.

LEES OOK:
Een Aanval door Aliens is Wat de Wereld Nodig Heeft

Tevens heeft een onderzoek in Italië onder Italiaanse werknemers en collega’s van buiten de Europese Unie uitgewezen dat een verbetering met betrekking tot iemands attitudes ten opzichte van enkele leden van een out-group gegeneraliseerd kan worden naar de totale out-group (Voci & Hewstone, 2003). De onderzoekers toonden aan dat verbetering in de attitudes van ziekenhuismedewerkers ten aanzien van buitenlandse collega’s tevens doorgetrokken kon worden naar immigranten in het algemeen en dat deze medewerkers de sociale en civiele rechten van immigranten steunden. Hoe positiever ze waren ten opzichte van collega’s, hoe positiever ze waren ten aanzien van immigranten en hoe meer ze voorstander waren van sociale en civiele rechten voor immigranten. Kortom, interactie met mensen uit de out-group is ingewikkelder dan het lijkt, maar het is de eerste stap naar het verminderen van vooroordelen.

Bronnen:

Allport, G. W. (1954). The nature of prejudice. Cambridge [etc.] Mass: Addison-Wesley Publishing Company.

Dixon, J. C., & Rosenbaum, M. S. (2004). Nice to know you? Testing contact, cultural, and group threat theories of anti-Black and anti-Hispanic stereotypes. Social Science Quarterly, 85, 257-280.

Van Laar, C., Levin, S., Sinclair, S., & Sidanius, J. (2005). The effect of university roommate contact on ethnic attitudes and behavior. Journal of Experimental Social Psychology, 41, 329-345.

Voci, A., & Hewstone, M. (2003). Intergroup contact and prejudice toward immigrants in Italy: The mediational role of anxiety and moderational role of group salience. Group Processed & Intergroup Relations, 6, 37-54.

Wagner, U., Van Dick, R., Pettigrew, T. F., & Christ, O. (2003). Ethnic prejudice in East and West Germany: The explanatory power of intergroup contact. Group Processes & Intergroup Relations, 6, 22-36.

Geschreven door Georgia Gkoumasi

Georgia heeft gestudeerd aan de Aristoteles-universiteit van Thessaloniki in Griekenland, waar ze haar bachelor Psychologie behaalde. Momenteel doet ze de master Sociale Psychologie aan Tilburg University. Ze is geïnteresseerd in inter-group relaties en, meer specifiek, het verminderen van stereotypen, vooroordelen en racisme.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *