In het eerste deel van dit drieluik las je over de narcistische persoonlijkheidsstoornis aan de hand van de criteria in de DSM 5. In dit artikel lees je hoe een narcistische persoonlijkheid ontstaat, en maken we onderscheid tussen twee typen narcisme. 

De classificatiecriteria in de DSM 5 bieden leidraad bij het classificeren van een groep symptomen, maar het is ook een wat abstracte opsomming van klinische klachten. Laten we dus kijken of we wat meer kleur kunnen geven aan de klinische begrippen. Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis voelen zich superieur aan anderen. Ze buiten anderen uit, zijn zelfzuchtig in contact en relaties met anderen, en ze zijn ervan overtuigd dat ze persoonlijk uniek zijn. Ze hemelen hun kinderen op en hebben vaak een publiek nodig dat hen bewonderd. Het gaat dus om iemand die behoefte heeft aan aandacht en ervan overtuigd is dat die aandacht ook terecht is. De keerzijde hiervan is dat wanneer de aandacht uitblijft of er kritiek (of zelfs maar ervaren kritiek is), de gekrenkte persoon direct in de tegenaanval gaat. Hierbij is de tegenaanval vaak gericht op de bron van kritiek, en zal die regelmatig door anderen als buitensporig of overdreven aanvoelen. Tijd om een verklaring te geven voor dit bijzondere en opvallende reactiepatroon.

Verklaring ontwikkeling narcisme

Zoals bij andere psychische stoornissen zijn er meerdere verklaringen voor het ontwikkelen van narcisme. Bij persoonlijkheidsstoornissen in het algemeen bevindt de oorzaak zich in de kindertijd, waarbij de hechting van een kind met de ouders of andere belangrijke mensen verstoord kan raken. De hechting van het kind loopt schade op als het opgroeit in een emotioneel afstandelijke of koele omgeving, als de ouders altijd met veel emotie reageren op gebeurtenissen, of als het voor het kind onduidelijk is welke reactie het van de ouders kan verwachten. Men spreekt van een persoonlijkheidsstoornis wanneer de verstoorde hechting zich ontwikkelt tot in de vroege volwassenheid. Dit betekent dat de narcistische persoonlijkheidsstoornis zich begint te ontwikkelen in de kindertijd.

LEES OOK:
De onvrijwillige mens – Hoogtepunten uit een lezing van Dick Swaab

Stel je een gezin voor met een vader, moeder, en een kind. Beide ouders hebben van hun eigen ouders meegekregen dat emoties maar lastig zijn, en dat je er niet over hoeft te praten of er uiting aan hoeft te geven. Het kind van de ouders groeit op deze manier op in een emotioneel koud milieu, terwijl er eigenlijk aandacht besteed moet worden aan de emotionele behoeften van het kind. Het kind voelt zich niet geliefd door zijn ouders en ziet zichzelf mogelijk als een slecht kind. Het ontwikkelt hierdoor een woede die hij vervolgens onbewust op zijn ouders projecteert. Zij zijn tenslotte de bron van een tekort aan emotionele aandacht. Door de woede op de ouders te projecteren worden zij nog meer als kwaad en sadistisch gezien door het kind, en hiertegen is maar één verdediging: zich terugtrekken in die paar aspecten van jezelf die wel de moeite waard zijn en die wel worden gezien en gewaardeerd door de ouders. Hierdoor ontwikkelt de positieve kijk op zichzelf tot een grandioos zelfbeeld, dat tegelijkertijd heel kwetsbaar is voor negatieve feedback en genegeerd worden door anderen, omdat het kind dit meemaakte tijdens de jeugd.

Naast een koud emotioneel milieu kan ook een overdreven steunende omgeving oorzaak zijn van een narcistische persoonlijkheid. Wanneer de ouders het kind voortdurend prijzen en alleen de positieve kanten benoemen en belonen, misschien omdat zij zelf zo door hun ouders zijn opgevoed, dan leert het kind dat het uniek en perfect is. Wanneer het kind, en later de volwassene, geconfronteerd wordt met teleurstelling of kritiek zal het reageren met woede, veroorzaakt door een deukje in het grandioze zelfbeeld. Het is dus zeer kwetsbaar voor kritiek.

LEES OOK:
Geboortevolgorde en Persoonlijkheid: Mythe of Waarheid?

Kleine kinderen worden groot, en de verstoorde hechting kan in de volwassenheid tot dermate grote problemen leiden dat we kunnen spreken van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Bij mensen met een narcistische persoonlijkheid kunnen we onderscheid maken tussen kwetsbaar narcisme en grandioos narcisme. Bij kwetsbaar narcisme zien we vooral iemand die woedend reageert of overstuur raakt bij onrechtmatige behandeling, moeite heeft met het ontvangen van kritiek, en overgevoelig is voor falen. Dit komt overeen met het kind dat opgroeit in een emotioneel koud milieu. Er is een opgeblazen zelfbeeld ontstaan dat tegelijkertijd heel kwetsbaar is. Grandioos narcisme vertoont vooral kenmerken van arrogantie, een gebrek aan empathie, en een gevoel van superieur zijn. Hierin herkennen we het kind dat opgehemeld is, maar dat tegelijkertijd veel moeite heeft met falen, en daar met woede op zal reageren. In de praktijk is een duidelijk onderscheid tussen de twee niet mogelijk, en zien we vooral een dynamiek tussen kwetsbaar en grandioos narcisme binnen dezelfde persoon.

Nu er een duidelijk beeld is van de narcistische persoonlijkheid bespreek ik in het derde en laatste deel onder andere de invloed van narcisme op managers en politici, en ga ik in op de ethiek rondom diagnostiek en classificatie.

Geschreven door Bart van der Meer

Bart heeft de studie Clinical Psychology aan Universiteit Leiden gedaan. Hij liep praktijkstage bij PsyQ Centrum voor Persoonlijkheidsstoornissen in Den Haag. Bart werkt nu als psycholoog met volwassenen die een autismespectrumstoornis hebben. Psyblog.nl biedt de mogelijkheid om twee passies te combineren: Psychologie en schrijven.

2 comments

  1. Geachte heer,

    Met belangstelling heb ik uw artikel gelezen. Ik heb wel een vraag, al weet ik die niet goed te formuleren.
    Ik kom uit een narsistische omgeving en ondervind veel problemen met het vinden van de juiste hulp. Het lijkt wel of ik a.h.w. het narcisme/ agressie oproep bij hulpverleners. Nu vraag ik me af, of “narcisme” een soort fase is in de vroegste ontwikkeling van een kind.

    Ik hoop dat u een antwoord heeft, of me kunt verwijzen naar literatuur.

    Vriendelijke groet, Joke Knol

  2. Beste Joke,

    Wat vervelend dat je ervaringen hebt met narcisme in je omgeving, en dat je merkt dat dit in de weg zit bij het vinden van de juiste hulp. Ik hoop dat mijn antwoord je verder kan helpen.

    Je stelt een goede vraag, waarop niet een makkelijk antwoord is. In zekere zin zijn alle jonge kinderen van zichzelf inderdaad wat narcistisch, waarbij het narcisme meer op de achtergrond komt naarmate we ouder worden. Als baby hadden we bijvoorbeeld alleen maar oog voor onszelf, en hadden we zelfs geen enkel idee dat een ander ook iets zou willen of nodig had. (Hopelijk stoot ik ouders hiermee niet voor het hoofd. Het narcisme bij kinderen lijkt vooral op de narcistische persoonlijkheidsstoornis maar is het niet, en het is een relatief korte fase aan het begin van hun leven).

    Dit wil echter niet zeggen dat mensen met narcisme zijn blijven “hangen” in hun jeugd, maar wel dat er iets in hun jeugd is geweest waardoor ze een meer narcistische persoonlijkheid hebben ontwikkeld. Martin Appelo heeft hierover geschreven, ik heb hieronder een aantal links voor je waar je meer informatie kunt vinden.

    Hopelijk kom je hier wat verder mee,

    Met vriendelijke groet,

    Bart van der Meer

    Tedx-talk Martin Appelo over narcisme https://www.boompsychologie.nl/actueel-item/80-968_Martin-Appelo-vertelt-over-narcisme-bij-TEDx
    Artikelen Psychologie Magazine Martin Appelo over narcisme https://www.psychologiemagazine.nl/redacteur/martin-appelo/
    Boek: een spiegel voor narcisten – Martin Appelo https://www.bol.com/nl/f/een-spiegel-voor-narcisten/9200000010220497/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *