Op internationale vrouwendag zwengelde minister Van Engelshoven de discussie over vrouwen in topposities nog eens aan. Vrouwen vervullen nog steeds een veel te klein deel van de topfuncties in bedrijven. Slechts dertien (!) bedrijven haalden vorig jaar het streefcijfer van 30% vrouwen in zowel de raad van bestuur als de raad van commissarissen. Het wettelijk vastgestelde streefcijfer van 30% vrouwen in topfuncties in 2020 gaat, tot grote teleurstelling van de minister, hoogstwaarschijnlijk niet gehaald worden. In de hoop een extra motivatie te geven om aan dit probleem te werken, publiceerde de minister onder het motto van ‘naming and shaming’ een lijst van bedrijven die niet aan dit wettelijke percentage voldoen.

Deze statistieken zijn natuurlijk niet nieuw. Al jarenlang wordt er gesteggeld over vrouwen in topfuncties. Dat vrouwen gediscrimineerd worden op het gebied van status en beloning is algemeen bekend. Vandaag wil ik het hebben over een term die de laatste jaren in wetenschappelijk onderzoek is verschenen en die een gevolg is van deze genderongelijkheid op de werkvloer: het Queen Bee fenomeen.

Vrouwen in topfuncties

Het Queen Bee, of Bijenkoningin, fenomeen is de benaming voor het verschijnsel waarbij vrouwen die wél een topfunctie weten te bemachtigen, zich vervolgens distantiëren van andere vrouwen in lagere functies. Daarnaast presenteren zij zichzelf mannelijker en legitimeren ze de huidige gender hiërarchie. Ze ondersteunen andere vrouwen op de werkvloer niet, en dragen ook niet bij aan maatregelen om genderongelijkheid in organisaties tegen te gaan. Sterker nog, ze werken deze maatregelen soms zelfs tegen. Ook ontkennen ze soms zelfs het probleem van genderongelijkheid. Hoe is het nu mogelijk dat vrouwen zich afstandelijk en zelfs afwijzend opstellen tegenover junior women in organisaties? Een populaire verklaring is om te zeggen dat vijandigheid en onderlinge competitie nu eenmaal komt door de persoonlijkheid van vrouwen. Deze verklaring wordt door wetenschappers echter van de hand gewezen. Queen Bee gedrag bij vrouwen is volgens hen een heel normaal sociaal proces, een gevolg van vooroordelen en stereotypische categorisatie van vrouwen. Zij verklaren het Bijenkoningin fenomeen aan de hand van de sociale identiteitstheorie. Deze theorie stelt dat een deel van onze identiteit wordt bepaald door ons lidmaatschap van sociale groepen. Dit kunnen allerlei verschillende groepen zijn. Ikzelf behoor bijvoorbeeld tot de groep studenten, muziekliefhebbers, en daarnaast ook vrouwen. Ons lidmaatschap van een groep helpt ons dus om de vraag ‘Wie ben ik?’ te beantwoorden. Dit is ook van invloed op ons zelfvertrouwen. Succes en falen van een groep heeft invloed op het zelfvertrouwen van de leden van die groep. De sociale groep ‘vrouw’ wordt vaak negatief geëvalueerd. Er bestaan vooroordelen over vrouwen die voor ons nadelig zijn wanneer we een topfunctie willen bemachtigen. Vrouwen worden vaak gezien als niet dominant genoeg om leiderschapsfuncties te vervullen. Mannen hebben deze zakelijke, ‘harde’ eigenschappen wel en zij worden daarom gezien als betere leiders. Wanneer vrouwen echter het dominante gedrag vertonen dat bij mannelijke leiders als gewenst wordt gezien, worden ze afgestraft omdat ze zich niet gedragen zoals een vrouw hoort te doen. Een vrouw wordt door deze stereotypen dus gezien als een slechte leider of een slechte vrouw.

Wanneer een sociale groep te maken heeft met zulke negatieve evaluaties, gaan de leden van deze groep actie ondernemen om van dit negatieve imago af te komen. Groepsleden die zich heel sterk identificeren met de groep, en hun groepslidmaatschap dus als een belangrijk onderdeel van hun identiteit zien, gaan doorgaans vaker voor gezamenlijk actie. Als groep proberen zij om hun positie te verbeteren. Wanneer een lid van een groep zich niet sterk identificeert met de groep (dus een vrouw ziet haar vrouw-zijn niet als een belangrijk onderdeel van haar identiteit) is de kans groter dat ze op individueel niveau actie gaan ondernemen om zich los te maken van de groep, waardoor ze hun individuele status kunnen verbeteren. Het is deze groep low identifying vrouwen die zich distantiëren van de sociale groep vrouwen om hun individuele carrièrekansen te verbeteren. Door zichzelf mannelijker te gedragen en afwijzend op te stellen naar andere vrouwen laten zij zien dat ze geen onderdeel zijn van de groep vrouwen waarover vooroordelen bestaan.

Onderzoeken naar dit fenomeen laten zien dat dit proces niet alleen voorkomt onder vrouwen, maar ook onder andere minderheidsgroepen. Het is dus niet specifiek gedrag dat toe te schrijven is aan de persoonlijkheden van vrouwen die onderling competitief zijn, maar het is onderdeel van een breder sociaal proces. Queen Bee gedrag kan gezien worden als een reactie van een minderheidsgroep die sociale ongelijkheid ervaart.

Gevolgen

Het Bijenkoningin fenomeen heeft verschillende negatieve gevolgen. Ten eerste zorgt het ervoor dat vooroordelen over vrouwen kunnen voortbestaan. Wanneer vrouwen vooroordelen en stereotypen over vrouwen uitspreken, zullen zij sneller geloofd worden en worden ze minder snel afgeschilderd als seksistisch, ze behoren immers tot de groep waarover de vooroordelen bestaan. Ook zijn er op deze manier geen rolmodellen voor jongere vrouwen. Zij kunnen zich namelijk niet identificeren met een hooggeplaatste vrouw die zichzelf distantieert van andere vrouwen.

Tot slot zet het blootleggen van dit proces ons (hopelijk) aan het denken. Als Queen Bee gedrag het gevolg is van discriminatie op basis van gender, is er dus meer nodig dan simpelweg vrouwen in een toppositie zetten.

In het volgende blog zal ik nóg dieper ingaan op de gevolgen van dit fenomeen.

Literatuur
Ashforth, B. E., & Mael, F. (1989). Social identity theory and the organization.
Academy of management review, 14(1), 20-39.
Derks, B., Van Laar, C., & Ellemers, N. (2016). The queen bee phenomenon: Why women leaders distance themselves from junior women. The Leadership Quarterly, 27(3), 456-469.
Derks, B., Laar, C., Ellemers, N., & Raghoe, G. (2015). Extending the queen bee effect: How Hindustani workers cope with disadvantage by distancing the self from the group.
Journal of Social Issues, 71(3), 476-496
Ellemers, N., Rink, F., Derks, B., & Ryan, M. K. (2012). Women in high places: When and why promoting women into top positions can harm them individually or as a group (and how
to prevent this). Research in Organizational Behavior, 32, 163-187

Geschreven door Jessica Sikkenga

Jessica is studente sociale psychologie en bezig met het schrijven van haar scriptie. Momenteel houdt ze zich hierdoor veel bezig met sociale processen rondom sociale identiteit, groepsgedrag en genderongelijkheid. In haar vrije tijd leest ze veel en leert ze graag nieuwe talen. Daarnaast is ze een muziekliefhebber en kijkt ze graag films en series.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *