In een kleuterklas kom je ze wel vaker tegen; kinderen die alles nog spannend vinden, nog niet mee durven doen met activiteiten, de kat uit de boom kijken en vooral nog niets tegen de leerkracht durven te zeggen. Verlegenheid? Of kan er meer aan de hand zijn? Als het niet durven praten langer duurt dan een aantal maanden kan er ook sprake zijn van selectief mutisme.

Selectief mutisme

Selectief mutisme; een kind praat thuis wel, maar in andere sociale situaties niet. Ook niet op school, in de klas waar zijn vriendjes zitten. Of bij opa en oma in huis. Kinderen met selectief mutisme kunnen gewoon praten en doen dit thuis vaak ook volop, maar buitenshuis worden ze geblokkeerd door angst en lukt het hen niet meer. Het is dan ook geen spraaktaalproblematiek, maar een angststoornis.

Angst hebben is normaal, het hoort bij ons en behoedt ons voor gevaar. Wanneer angst meespeelt, kunnen er drie reacties optreden: vechten (fight), vluchten (flight) of bevriezen (freeze). Bij kinderen met selectief mutisme zie je voornamelijk de laatste reactie. Ze willen heel graag iets vragen of antwoord geven, maar vinden dit zo spannend dat ze letterlijk bevriezen en niets meer kunnen zeggen. En deze reactie ontstaat ook in situaties die hier normaal gesproken niet om vragen. De angst is zodoende bovengemiddeld aanwezig en gaat een belemmering vormen in de ontwikkeling van het kind.

Omdat angst meespeelt, zie je dat kinderen een bepaalde mate van controle willen houden over de situatie. “Als ik maar zeker weet wat er gaat gebeuren, is het fijn voor mij.” Hierdoor ontstaat het gevaar dat sociale situaties vermeden gaan worden. Vermijden geeft op het moment zelf een prettig gevoel (“Ik hoef niet te doen wat ik moeilijk vind”), maar op langere termijn vergroot het juist de angst (“Dit heb ik nooit gekund, dus kan ik nu ook niet”). Er ontstaat als het ware een negatief patroon, waar het kind zelfstandig moeilijk uit kan komen. Hierdoor kunnen kinderen sociale activiteiten steeds meer gaan vermijden en kan een vorm van sociale angst ontstaan. Dit speelt bij waarschijnlijk meer dan 50 procent van de kinderen met selectief mutisme.

Wat veel ouders aangeven, is dat kinderen met selectief mutisme moeten bijkomen van een schooldag. Dit is op verschillende manieren zichtbaar: terugtrekken, boos en opstandig zijn, behoefte hebben aan bepaald spel zoals schommelen of echt moe zijn en even moeten slapen. Een schooldag kost veel energie als je niets durft te zeggen en daarom je opgedane frustraties niet kunt uiten. Dat moet er dan thuis uit en dit ziet er voor ieder kind verschillend uit. Ook geven ouders aan dat hun kind erg bazig en dominant kan zijn. Hoe ingewikkelder de dag op school in geweest, hoe groter de behoefte om vervolgens thuis de controle te pakken en dat gaat natuurlijk het makkelijkst richting je broertje of zusje. Wanneer behandeling gestart is en er voor het kind hierdoor meer ruimte ontstaat om ook op school meer te gaan durven, zie je dat dit gedrag afneemt en het kind meer in balans komt.

Behandeling

Uit onderzoek blijkt dat gedragstherapie een geschikte behandeling is voor kinderen met selectief mutisme. Hierbij is het van belang op een zo jong mogelijke leeftijd te beginnen. Hoe jonger kind, hoe minder er nog sprake is van een ontwikkeld patroon waarbij het niet durven praten een onderdeel van het kind is geworden. Op dit moment zijn er binnen Nederland twee behandelprotocollen: “Praten op school, een kwestie van doen” ontwikkeld door Academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie De Bascule en “Spreekt voor zich” van het Universitair Medisch Centrum Utrecht in samenwerking met de Stichting Behandel Selectief Mutisme. Beide protocollen maken gebruik van het principe van exposure: door het stapsgewijs aangaan van de angst, leert het kind ermee om te gaan. Hierbij dienen erg kleine stappen gemaakt te worden, die aansluiten bij wat past bij het kind, maar die tevens passen bij het doel van de behandeling. Namelijk het leren durven praten in verschillende sociale situaties.

Een passende behandeling is noodzakelijk om het kind van zijn praatangst af te helpen, maar naast therapie kan ook veel gedaan worden om deze kinderen te ondersteunen. Omdat angst meespeelt, zie je dat deze kinderen behoefte hebben aan het hebben van een bepaalde manier van controle. Over wat ze zelf doen, maar ook over de situatie om zich heen. Hierbij kunnen ouders en bijvoorbeeld leerkrachten ondersteunend zijn. Door het bieden van een duidelijke structuur die voorspelbaar is en waar tevens duidelijke kaders bij gelden, wordt het kind een bepaalde mate van veiligheid en voorspelbaarheid geboden. Hierdoor kunnen ze hun behoefte aan controle over de situatie langzaam wat losser laten.

Casus Judith

Judith (groep 3) speelt op het plein niet met de andere kinderen. Een groepje meisjes uit haar klas speelt een balspel. Judith staat er vaak in de buurt naar te kijken. De juf geeft aan dat Judith buiten niet mee wil spelen met de rest van de klas. De behandelaar vraagt door en na contact met de moeder van Judith blijkt dat ze wel mee wil spelen, maar het niet durft te vragen en daardoor blokkeert. Er wordt afgesproken hier een aantal keer mee te gaan oefenen. Thuis geeft Judith aan dat ze wel weet hoe het balspel moet en dat ze dit graag wil gaan oefenen met de behandelaar. Er wordt 1 op 1 begonnen in een speellokaal. Dit gaat al snel goed. Vervolgens wordt op het schoolplein geoefend, ook daar gaat het goed. De keer erop worden twee goede vriendinnen meegevraagd. Ze spelen het spel samen, eerst in het speellokaal en daarna op het plein. Als dit goed gaat, wordt de juf erbij gehaald. Zo ziet zij dat Judith het spel snapt en ook kan spelen op het plein. Met de twee vriendinnen wordt besproken dat Judith het nog spannend vindt om te vragen of ze mee mag spelen, maar dat wel graag doet. Ze spreken af dat ze gewoon mee mag doen en dat ze haar erbij gaan helpen. De volgende dag krijgt de behandelaar een bericht van de moeder dat Judith heerlijk buiten heeft gespeeld en heel blij is dat dit nu wel lukt.

Boek ‘Breek de stilte’

In het boek ‘Breek de stilte, over selectief mutisme en extreme verlegenheid bij kinderen’ worden veel voorbeelden besproken hoe volwassenen ondersteunend kunnen zijn en wordt tevens beschreven welke kenmerken nog meer mee kunnen spelen bij kinderen met selectief mutisme. Op www.breekdestilte.nl vind je meer informatie over selectief mutisme en het boek.

Dit gastartikel is geschreven door Eustache Sollman. Eustache Sollman is werkzaam bij de stichting Speciaal Onderwijs Twente en Oost Gelderland (SOTOG). Hij is gespecialiseerd in selectief mutisme, begeleidt kinderen, ouders en leraren. Ook geeft hij regelmatig lezingen op scholen, kinderopvangcentra en congressen. Eind 2018 is zijn boek ‘Breek de stilte, over selectief mutisme en extreme verlegenheid bij kinderen’ verschenen.

Bronvermelding:

  • Boer (2011) Angst bij kinderen
  • Güldner (2012) Selectief mutisme bij kinderen. Als een kind soms niet praat
  • Johnson & Wintgens (2006) The Selective Mutism Resource Manual
  • McHolm, Cunningham & Vanier (2005) Helping your child with Selective Mutism. Practical steps to overcome a fear of speaking
  • Smith & Sluckin (2015) Tackling Selective Mutism. A guide for professionals and parents
  • Sollman (2018) Breek de stilte. Over selectief mutisme en extreme verlegenheid bij kinderen

Geschreven door Redactie PsyBlog

Heb jij een interessant en passend onderwerp waar je over wil schrijven, stuur ons dan een mailtje!

3 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *