Anderhalve meter afstand houden en – dus – drukte mijden zijn onze belangrijkste wapens tegen de verspreiding van het coronavirus. Toch doen veel mensen dit niet, met alle gevolgen van dien.
Waarom is het zo moeilijk om je aan de gedragsregels te houden? Dat heeft alles te maken met de psychologische valkuilen die we tegenkomen bij het inschatten van risico’s.

Het al dan niet naleven van de coronagedragsregels begint bij risicoperceptie: hoe schatten mensen het risico in om het virus op te lopen en door te geven? En hoe ernstig denken ze dat dat is? Daar gaat het vaak al mis: ze onderschatten het risico. En wie denkt dat het met corona allemaal wel losloopt vindt afstand houden niet belangrijk.

Heuristieken

Risico’s inschatten is veel minder een kwestie van logisch redeneren dan we onszelf graag voorhouden. In plaats van ons grondig te informeren en rationele afwegingen te maken, vertrouwen we liever op onze intuïtie. Ons brein heeft in de loop van de evolutie een aantal handige mentale shortcuts, of heuristieken, ontwikkeld waarmee we snel risico’s beoordelen en keuzes maken. Zo kunnen we ogenblikkelijk beslissen of we moeten wegrennen voor een uit de bosjes springende sabeltandtijger of een op ons af scheurende SUV. Wel zo praktisch: als we bij elk potentieel gevaar een doorwrochte risicoanalyse moesten maken, waren we allang opgegeten, of platgereden. Alleen… die mentale shortcuts zijn vaak te kort door de bocht en daardoor trekken we verkeerde conclusies. We maken denkfouten.

afstand houden corona
© Gerda Jekel

Beschikbaarheidsheuristiek

Een veelvoorkomende denkfout is de beschikbaarheidsheuristiek: we gaan ervan uit dat gebeurtenissen die we ons gemakkelijk voor de geest kunnen halen, waarschijnlijker zijn. Dat verklaart waarom ik na het zien van een horrorfilm overal in huis onheilspellende geluiden hoor. En waarom er kort na een aardbeving of overstroming meer verzekeringen worden afgesloten. Na verloop van tijd vervagen de herinneringen aan de nare gebeurtenissen en verdwijnt het onveilige gevoel weer naar de achtergrond. Hetzelfde zie je gebeuren tijdens de coronacrisis. In het begin van de pandemie werden we door de media overspoeld met verhalen van overvolle IC’s, doodzieke mensen, sterfgevallen. Sommigen hebben het van dichtbij meegemaakt. Het risico zelf besmet te raken en ernstig ziek te worden leek toen aanzienlijk. Naarmate de beelden van ernstig zieke mensen geleidelijk van ons netvlies verdwenen en het gewone leven weer een aanvang nam, werd het steeds moeilijker voor te stellen wat een ellende het virus kan veroorzaken. Corona werd meer en meer een ver-van-mijn-bed-show. Met als gevolg dat veel mensen het risico op besmetting inmiddels onderschatten en COVID-19 zien als `een griepje’.

Affectheuristiek

Onze risicoperceptie wordt ook beïnvloed door emoties. We nemen beslissingen op basis van hoe we ons voelen. Dat komt door de affectheuristiek: als we ergens een negatief gevoel bij hebben, zien we vooral leeuwen en beren. Andersom zorgen positieve gevoelens dat we juist voordelen en weinig risico’s zien; wat goed voelt móet wel goed zijn. Daarom zijn we geneigd te denken dat die anderhalve meter afstand niet geldt bij je oma, je kleinzoon of je beste vriendin: door het positieve gevoel dat zij ons geven zien we weinig risico’s. `Jíj hebt toch geen corona’.
Bovendien zorgt de affectheuristiek ervoor dat we dingen doen die we nu juist even moeten laten, zoals op vakantie gaan of een feestje organiseren. De gedachte aan die leuke activiteiten geeft ons een goed gevoel, waardoor we de risico’s onderschatten. Drukte mijden lijkt opeens niet meer zo belangrijk. Emotie geeft de doorslag. `Let’s party!’

afstand houden corona
© foundin_a_attic (flickr.com)

Onrealistisch optimisme

Een derde belangrijke denkfout die ons parten speelt bij het inschatten van risico’s is onrealistisch optimisme. Een optimistische kijk op het leven is goed voor je, maar de meeste mensen kijken met een te roze bril naar zichzelf en hun dierbaren. We zien vooral onze eigen toekomst vol vertrouwen tegemoet en denken minder vatbaar te zijn voor allerlei onheil dan een ander. Zo verwachten we langer te zullen leven dan gemiddeld, overschatten we onze kansen op de arbeidsmarkt, hebben we allemaal hoogbegaafde kinderen en vindt een grote meerderheid zichzelf een bovengemiddeld vaardige chauffeur. Onrealistisch optimisme verklaart ook waarom projecten doorgaans langer duren dan voorzien en meer geld kosten dan begroot. Zelfs wanneer we met realistischer informatie worden geconfronteerd, blijven we optimistisch. We weten heus wel dat roken enge ziektes veroorzaakt, maar alleen bij een ander. `Dat overkomt mij niet.’ Evenzo denken we dat het coronavirus wel aan ons voorbij zal gaan, en mochten we het toch oplopen, dan is óns immuunsysteem er vast en zeker tegen bestand.

Zijn we dus gedoemd tot het verkeerd inschatten van risico’s? Dat valt mee. Denkfouten maken we onbewust, al miljoenen jaren. Daar moeten we het mee doen. Dit wetende kunnen we daar rekening mee houden. Als we beseffen dat we ons de zaken soms te rooskleurig voorstellen en ons gemakkelijk laten leiden door emoties en beelden die toevallig in ons brein voorhanden zijn, kunnen we onszelf tot de orde roepen. Door bij belangrijke beslissingen meer bedenktijd te nemen, bewust voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen en logisch te redeneren, kunnen we denkfouten omzeilen en weloverwogen keuzes maken. Zoals afstand houden en dat feestje skippen.  

Bronnen:
Kahneman, D. (2012): Thinking, Fast and Slow. London: Penguin Books.
Sharot, T. (2011): The optimism bias. Current biology, 21 (23), R941-R945.

Geschreven door Gerda Jekel

Gerda Jekel heeft gezondheidspsychologie gestudeerd aan de Open Universiteit. Als freelance literatuuronderzoeker en redacteur maakt ze psychologische inzichten toegankelijk en praktisch. Zij houdt zich vooral bezig met arbeids- en gezondheidspsychologie, cognitieve psychologie en gedragsverandering.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.