De afgelopen tijd ben ik veel gaan nadenken over een groep mensen die je zelden terugziet in het publieke debat. Puur omdat ze nauwelijks zichtbaar zijn. Ik ken namelijk twee mensen bij wie dit op heel verschillende manieren speelt.

De één leeft zo teruggetrokken dat zijn manier van leven door de buitenwereld nauwelijks te begrijpen is. Hij dreigt zelfs zijn woning kwijt te raken, omdat zijn leven niet lijkt te passen binnen wat anderen als ‘normaal wonen’ beschouwen. Niet omdat hij overlast veroorzaakt of geen behoefte heeft aan een thuis, maar omdat zijn bestaan nauwelijks sporen achterlaat.

“Wat is er mis met mij?”

De ander worstelt al jaren met een extreem laag zelfbeeld. Sociale contacten kosten ongelooflijk veel energie. Hij ziet leeftijdsgenoten trouwen, kinderen krijgen, samen op vakantie gaan, een carrière opbouwen en een gezin stichten. Hij verlangt daar óók naar. Misschien juist wel meer dan de gemiddelde ander. Maar iedere stap wordt overschaduwd door angst, twijfel en het gevoel niet goed genoeg te zijn. Regelmatig vraagt hij zich af: “Wat is er mis met mij?”

Wat mij het meest raakt, is dat geen van beiden voldoet aan het stereotype beeld dat veel mensen hebben van iemand met psychische problemen. Ze zijn niet verward. Ze zijn niet agressief. Ze veroorzaken geen overlast. Ze zijn intelligent, analytisch, gevoelig en kunnen vaak haarscherp uitleggen wat er in hen omgaat. Ze begrijpen de wereld vaak uitstekend, soms zelfs beter dan de mensen om hen heen. En misschien is dat juist hun valkuil. Omdat ze zo goed kunnen verwoorden wat er gebeurt, verwachten we als samenleving vaak dat ze er ook iets mee kunnen. Alsof inzicht automatisch betekent dat iemand ook over de energie, de veerkracht en de mogelijkheden beschikt om zijn leven anders in te richten.

Weten of kunnen

Maar weten is iets heel anders dan kunnen. Je kunt precies begrijpen waarom je vastloopt en tegelijkertijd niet in staat zijn om eruit te komen. Je kunt weten dat boodschappen doen verstandig is en tóch verstijven bij de gedachte alleen al. Je kunt begrijpen dat sociale contacten belangrijk zijn en tegelijkertijd de energie niet hebben om een berichtje terug te sturen. Je kunt verlangen naar een relatie, vrienden of een gezin, terwijl de overtuiging dat je niet goed genoeg bent iedere poging al onderuit haalt voordat die begonnen is.

Dat is niet per definitie onwil. Dat is ook niet altijd een gebrek aan motivatie. En misschien is dat wel één van de grootste misverstanden die we als samenleving maken. We kijken vaak naar gedrag, maar veel minder naar de weg die iemand heeft afgelegd om tot dat gedrag te komen.

Eigen verantwoordelijkheid

We spreken graag over eigen verantwoordelijkheid. Natuurlijk is eigen verantwoordelijkheid belangrijk. Maar eigen verantwoordelijkheid bestaat nooit los van iemands geschiedenis en de strijd die iemand misschien al jaren heeft gevoerd om die verantwoordelijkheid te nemen en niemand tot last te zijn. Niet iedereen begint zijn leven vanaf dezelfde plek. Sommige mensen groeien op in een gezin waarin veiligheid vanzelfsprekend is. Waar ouders voorspelbaar zijn, fouten gemaakt mogen worden en vertrouwen de basis vormt. Anderen groeien op met mishandeling, verwaarlozing, chronische stress, armoede of voortdurend wisselende volwassenen om zich heen.

Sommigen brengen een deel van hun jeugd door in de residentiële jeugdzorg of zelfs in een justitiële jeugdinrichting. We kennen inmiddels de vele voorbeelden zoals zichtbaar in documentaires op televisie. We hebben begrip. We begrijpen dat dat niet zomaar hoofdstukken zijn uit een jeugd die je later afsluit. Dat zijn ervaringen die invloed hebben op hoe een mens leert vertrouwen, hoe veilig de wereld voelt en hoe een brein zich ontwikkelt. Maar na het kijken van de documentaire gaan we weer door tot de orde van de dag en lijken we soms te vergeten dat deze mensen niet zo makkelijk verder kunnen.

“We verwachten teveel  van sommigen”.

Kinderen leren de wereld kennen door de ervaringen die zij opdoen. Wanneer je als kind leert dat relaties tijdelijk zijn, hulpverleners steeds wisselen, regels belangrijker lijken dan mensen en veiligheid nooit vanzelfsprekend is, neem je dat mee de volwassenheid in. Dan wordt wantrouwen geen karaktereigenschap, maar een logisch overlevingsmechanisme. Wat mij daarin bezighoudt, is dat de maatschappij vaak investeert in deze kinderen zolang ze jong zijn, maar op hun achttiende ineens verwacht dat ze zelfstandig functioneren. Alsof jaren van ervaringen plotseling verdwijnen zodra iemand volwassen wordt. Vanaf dat moment verwachten we eigen regie, participatie, zelfredzaamheid en initiatief. Dat is een begrijpelijke wens, maar misschien stellen we onszelf te weinig de vraag of iedereen daar daadwerkelijk dezelfde uitgangspositie voor heeft.

Veel mensen die als kind zijn gevormd door complexe omstandigheden ontwikkelen geen zichtbaar probleemgedrag. Ze gaan juist steeds stiller leven. Ze vermijden conflicten. Ze trekken zich terug. Ze willen niemand tot last zijn. Ze willen geen last meer hebben van anderen. Hun wereld wordt kleiner, omdat dat veiliger voelt. Niet omdat ze niets meer willen, maar omdat iedere prikkel energie kost. En juist deze mensen verdwijnen uit beeld.

Onze systemen zijn ingericht op zichtbare signalen. Wie overlast veroorzaakt, valt op. Wie agressief wordt, komt in beeld. Wie verward over straat loopt, krijgt aandacht. Maar de stille mens die zich opsluit in zijn woning, nauwelijks buiten komt en niemand lastigvalt, verdwijnt gemakkelijk tussen de regels van onze systemen.

We beoordelen mensen bovendien vaak vanuit gemiddelden. Een gemiddeld huishouden gebruikt zoveel water. Een gemiddelde Nederlander heeft zoveel sociale contacten. Een gemiddelde buur ziet zijn buren regelmatig. Gemiddelden zijn nuttig om patronen te herkennen, maar ze vertellen nooit het hele verhaal. Er zijn mensen die tijdens een zware depressie nauwelijks douchen. Mensen die dagen achter elkaar nauwelijks eten. Mensen die hun woning bijna niet verlaten omdat dat de enige plek is waar zij zich nog enigszins veilig voelen . Hun leven wijkt af van het gemiddelde, maar daarmee is het nog geen ongeloofwaardig leven.

Wees nieuwsgierig

Misschien zouden we daarom iets vaker nieuwsgierig mogen zijn voordat we overtuigd zijn van onze eigen verklaring. Misschien zouden we minder snel moeten denken: “dit klopt niet”, en vaker vragen: “hoe ziet jouw leven er eigenlijk uit?”

Misschien zit achter gedrag dat wij niet begrijpen geen onwil, geen fraude of geen gebrek aan motivatie, maar een geschiedenis die wij eenvoudigweg niet kennen. Ik geloof ook dat we als samenleving soms onderschatten hoe groot de rol van schaamte is. Veel mensen die psychisch kwetsbaar zijn, weten heel goed wat er van hen verwacht wordt. Juist omdat ze intelligent zijn, vergelijken ze zichzelf voortdurend met anderen. Ze zien vrienden trouwen, kinderen krijgen, een carrière opbouwen en sociale levens leiden. Ze gunnen het die ander oprecht, maar voelen tegelijkertijd dat zij daar zelf niet toe in staat zijn. Dat maakt hen niet jaloers, maar verdrietig. Iedere verjaardag, iedere vakantiefoto en iedere geboortekaart kan ongemerkt een spiegel worden waarin steeds dezelfde vraag terugkomt: “Waarom lukt het mij niet? Wat is er mis met mij?”

Misschien is dat wel de grootste misvatting: dat intelligentie bescherming biedt tegen psychische kwetsbaarheid. In werkelijkheid zie ik juist mensen die hun eigen situatie haarfijn kunnen analyseren, maar daardoor ook voortdurend geconfronteerd worden met alles wat niet lukt. Inzicht heft angst niet op. Begrip geneest trauma niet. En een hoog analytisch vermogen maakt een laag zelfbeeld niet kleiner.

Durf langer te kijken

Ik pleit er niet voor om regels los te laten of verantwoordelijkheid weg te nemen. Ik pleit wel voor iets anders. Voor een samenleving die wat langer durft te kijken voordat zij oordeelt. Die accepteert dat niet iedereen op dezelfde manier leeft. Dat sommige mensen een leven leiden dat afwijkt van wat de meerderheid normaal vindt. Dat afwijkend gedrag niet automatisch voortkomt uit onwil, maar soms uit overlevingsstrategieën die ooit noodzakelijk waren. Dit vraagt om zorgvuldigheid.

Misschien zouden we onszelf vaker de vraag mogen stellen: “welk verhaal ken ik nog niet?” Niet iedere stille woning is leeg. Niet iedere teruggetrokken persoon is ongemotiveerd. Niet iedere zorgmijder wil geen hulp. Niet iedereen die hiermee kampt is gek. En niet iedere intelligente, welbespraakte volwassene redt zich ook daadwerkelijk.

Sommige mensen verdwijnen niet uit beeld omdat ze niet mee willen doen aan de maatschappij. Ze verdwijnen uit beeld omdat de maatschappij nog te weinig ruimte heeft voor mensen die een ander levenspad hebben gelopen dan de meeste van ons. En deze mensen zich daardoor geen onderdeel meer voelen van de maatschappij.

Geschreven door Wendy Kops

Mijn naam is Wendy, een creatieve ADHD’er, eigenaresse van Bibelaz en werkzaam als docente in de jeugddetentie. In mijn dagelijks werk én persoonlijke leven raak ik gefascineerd door de wisselwerking tussen psyche, gedrag en (onverwerkte) ervaringen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *