“Ik heb echt ADHD.”
Je hoort het steeds vaker. Iemand die zijn sleutels kwijt is, tijdens een vergadering afdwaalt of twintig tabbladen tegelijk open heeft staan, zegt het bijna achteloos. Op sociale media vliegen de lijstjes voorbij: “Tien signalen dat je ADHD hebt” of “Als je dit doet, ben je waarschijnlijk neurodivergent.”
Dat roept een interessante vraag op. Hebben we tegenwoordig écht vaker ADHD, of herkennen we ons simpelweg sneller in de kenmerken? Het antwoord blijkt genuanceerder dan veel video’s van dertig seconden doen vermoeden.
Iedereen is weleens afgeleid
Stel je voor: je loopt naar boven om iets te pakken en eenmaal aangekomen weet je niet meer waarom je daar bent. Of je begint aan een e-mail, ziet ondertussen een melding op je telefoon en bent twintig minuten later compleet iets anders aan het doen.
Herkenbaar? Absoluut. Maar dat betekent niet automatisch dat er sprake is van ADHD.
Volgens de DSM-5-TR is ADHD een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die al vóór het twaalfde levensjaar aanwezig moet zijn en op meerdere gebieden van het leven problemen veroorzaakt, bijvoorbeeld thuis, op school én op het werk (American Psychiatric Association, 2022).
Het verschil zit dus niet zozeer in welke kenmerken iemand heeft, maar vooral in de ernst, de duur en de invloed op het dagelijks functioneren.
ADHD is meer dan druk zijn
Veel mensen denken bij ADHD nog altijd aan een druk jongetje dat niet stil kan zitten. Inmiddels weten we dat dit beeld veel te beperkt is.
Psycholoog Russell Barkley, een van de bekendste ADHD-onderzoekers ter wereld, beschrijft ADHD vooral als een stoornis van de executieve functies (Barkley, 2015). Dat zijn de mentale processen die ons helpen om gedrag te plannen, impulsen te remmen, prioriteiten te stellen en aandacht vast te houden. Juist daarom ervaren veel volwassenen met ADHD problemen die voor buitenstaanders nauwelijks zichtbaar zijn.
Ze beginnen enthousiast aan een taak, maar krijgen hem moeilijk af. Ze verliezen voortdurend spullen, vergeten afspraken of onderschatten hoeveel tijd iets kost. Niet omdat ze ongemotiveerd zijn, maar omdat hun brein informatie anders verwerkt.
Waarom herkennen zoveel mensen zich erin?
Dat veel mensen zich herkennen in ADHD-symptomen is eigenlijk helemaal niet zo vreemd.
De klachten liggen namelijk in het verlengde van normaal menselijk gedrag. Iedereen raakt weleens afgeleid. Iedereen stelt weleens uit. Iedereen vergeet weleens iets. Het verschil is dat deze momenten bij mensen met ADHD chronisch, hardnekkig en belemmerend zijn.
Onderzoek laat bovendien zien dat aandacht geen aan-uitknop is, maar een continuüm. Sommige mensen zijn van nature impulsiever of sneller afgeleid zonder dat er sprake is van een stoornis (Faraone et al., 2021). Dat maakt zelfdiagnose ingewikkeld.
De invloed van sociale media
TikTok en Instagram hebben de afgelopen jaren een enorme rol gespeeld in de bekendheid van ADHD.
Enerzijds heeft dat veel goeds gebracht. Vooral vrouwen kregen jarenlang minder vaak een diagnose omdat hun klachten zich anders uitten dan bij jongens. Meer aandacht heeft ertoe geleid dat veel volwassenen eindelijk passende hulp vonden. Tegelijkertijd waarschuwen onderzoekers voor de keerzijde.
Veel filmpjes beschrijven namelijk kenmerken die vrijwel iedereen herkent, zonder context of uitleg over ernst en duur. Een voorkeur voor structuur, moeite met administratie of snel verveeld raken zijn op zichzelf geen bewijs voor ADHD.
Een recente analyse liet zien dat populaire video’s over ADHD regelmatig onvolledige of zelfs onjuiste informatie bevatten, waardoor kijkers zichzelf sneller herkennen dan op basis van wetenschappelijke criteria gerechtvaardigd is (Yeung et al., 2022).
Een diagnose is meer dan een checklist
Een goede ADHD-diagnose bestaat niet uit het afvinken van een online lijstje. Psychologen kijken uitgebreid naar de ontwikkeling vanaf de kinderleeftijd, schoolprestaties, werk, relaties, familiegeschiedenis en eventuele andere psychische klachten. Dat laatste is belangrijk, omdat concentratieproblemen ook kunnen voorkomen bij bijvoorbeeld een depressie, burn-out, angststoornis, slaaptekort of chronische stress. Met andere woorden: hetzelfde gedrag kan verschillende oorzaken hebben.
Kun je ADHD ontwikkelen als volwassene?
Regelmatig verschijnen er berichten over mensen die “opeens” ADHD krijgen. Volgens de huidige wetenschappelijke consensus ontstaat ADHD echter niet pas op volwassen leeftijd. De symptomen moeten al in de jeugd aanwezig zijn geweest, ook al werden ze toen misschien niet herkend (American Psychiatric Association, 2022; Faraone et al., 2021).
Sommige volwassenen merken hun ADHD pas wanneer het leven complexer wordt. Denk aan een drukke baan, kinderen of een studie. De klachten lijken dan nieuw, maar waren vaak al jarenlang aanwezig.
Herkenning kan ook waardevol zijn
Dat iemand zichzelf herkent in ADHD betekent overigens niet dat die herkenning nutteloos is. Integendeel. Soms is het juist een aanleiding om bewuster naar jezelf te kijken. Misschien heb je inderdaad ADHD, maar misschien spelen perfectionisme, chronische stress, slaapgebrek of overbelasting een grotere rol. Zelfreflectie is waardevol, zolang we voorzichtig blijven met etiketten. Een diagnose is immers geen identiteit, maar een hulpmiddel om passende ondersteuning te vinden.
Conclusie
Dat ADHD tegenwoordig zoveel aandacht krijgt, is begrijpelijk. Meer kennis zorgt ervoor dat mensen die jarenlang onbegrepen waren eindelijk de juiste hulp kunnen krijgen. Maar herkenning is nog geen diagnose. Iedereen is weleens afgeleid of vergeetachtig. ADHD onderscheidt zich doordat de klachten al vanaf de jeugd aanwezig zijn, langdurig bestaan en het dagelijks functioneren duidelijk beïnvloeden.
Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap: wees nieuwsgierig naar jezelf, maar laat een definitieve conclusie over aan een deskundige. Want een brein dat soms afdwaalt, hebben we uiteindelijk allemaal.
Bronnen:
American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.). American Psychiatric Association Publishing.
Barkley, R. A. (2015). Attention-deficit hyperactivity disorder: A handbook for diagnosis and treatment (4th ed.). Guilford Press.
Faraone, S. V., Asherson, P., Banaschewski, T., Biederman, J., Buitelaar, J. K., Ramos-Quiroga, J. A., Rohde, L. A., Sonuga-Barke, E. J. S., Tannock, R., & Franke, B. (2021). The World Federation of ADHD International Consensus Statement: 208 evidence-based conclusions about the disorder. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 128, 789–818.
Yeung, A., Ng, E., & Abi-Jaoude, E. (2022). TikTok and attention-deficit/hyperactivity disorder: A cross-sectional study of social media content quality. Canadian Journal of Psychiatry, 67(12), 899–906.
*Dit artikel is mede tot stond gekomen met hulp van AI voor inspiratie en structuur.
