Wat als een stem in je hoofd niet alleen een symptoom is dat bestreden moet worden, maar ook iets dat gehoord wil worden?

Dat is de intrigerende vraag die centraal staat in Mijn woord tegen het mijne, de indrukwekkende documentaire van regisseur Maasja Ooms. De film volgt vijf mensen die stemmen horen en laat zien wat er gebeurt wanneer die stemmen niet worden weggedrukt, ontkend of onmiddellijk verklaard, maar juist een plek krijgen in het gesprek. Dat klinkt misschien eenvoudig. In de praktijk is het allesbehalve dat.

Een andere manier van kijken

In de documentaire voert psychiater Dirk Corstens, grotendeels buiten beeld, gesprekken met de stemmen die zijn cliënten horen. Hij vraagt niet alleen aan de stemmenhoorders wat er gebeurt, maar richt zich rechtstreeks tot de stemmen zelf. Wie ben je? Wat wil je? Waarom ben je zo boos? Wanneer ben je ontstaan? Juist die benadering maakt de documentaire zo bijzonder.

Waar stemmen horen in de psychiatrie vaak snel wordt verbonden aan een diagnose als psychose, schizofrenie of een andere psychische aandoening, laat deze film zien hoe complex de ervaring kan zijn. De stemmen hebben verschillende karakters en functies. Sommige zijn vijandig en vernederend, andere lijken ooit te zijn ontstaan om iemand te beschermen tegen ondraaglijke ervaringen.

Lees ook: dissociatieve stoornis: wat is dat precies?

Gaandeweg wordt duidelijk dat de stemmen niet zomaar een losstaand verschijnsel zijn. Achter sommige stemmen zitten ervaringen van angst, machteloosheid en trauma. Door ernaar te luisteren, ontstaat ruimte om te onderzoeken wat ze betekenen.

Ongemakkelijk dichtbij

Wat mij vooral bijblijft, is hoe dichtbij de film komt. De camera blijft rustig. Er zijn geen grote verklarende interviews of dramatische voice-overs die de kijker vertellen wat hij moet vinden. We zitten als het ware mee in de behandelkamer en luisteren naar gesprekken die normaal gesproken volledig privé zouden blijven. Dat levert soms ongemakkelijke momenten op.

Een stem kan hard, agressief of zelfs gewelddadig zijn. Soms zegt een stem dingen die je als kijker nauwelijks kunt bevatten. Tegelijkertijd ontstaat er iets merkwaardigs: naarmate je langer luistert, worden de stemmen minder vreemd. Niet omdat hun inhoud minder heftig wordt, maar omdat je begint te begrijpen dat er achter het gedrag een verhaal zit.

Dat is misschien wel de grootste kracht van de documentaire. De film vraagt je niet om stemmen horen meteen te begrijpen. Hij vraagt je eerst om te luisteren.

Wat als een stem in je hoofd niet alleen een symptoom is dat bestreden moet worden, maar ook iets dat gehoord wil worden?

Dat is de intrigerende vraag die centraal staat in Mijn woord tegen het mijne, de indrukwekkende documentaire van regisseur Maasja Ooms. De film volgt vijf mensen die stemmen horen en laat zien wat er gebeurt wanneer die stemmen niet worden weggedrukt, ontkend of onmiddellijk verklaard, maar juist een plek krijgen in het gesprek. Dat klinkt misschien eenvoudig. In de praktijk is het allesbehalve dat.

Een andere manier van kijken

In de documentaire voert psychiater Dirk Corstens, grotendeels buiten beeld, gesprekken met de stemmen die zijn cliënten horen. Hij vraagt niet alleen aan de stemmenhoorders wat er gebeurt, maar richt zich rechtstreeks tot de stemmen zelf. Wie ben je? Wat wil je? Waarom ben je zo boos? Wanneer ben je ontstaan? Juist die benadering maakt de documentaire zo bijzonder.

Waar stemmen horen in de psychiatrie vaak snel wordt verbonden aan een diagnose als psychose, schizofrenie of een andere psychische aandoening, laat deze film zien hoe complex de ervaring kan zijn. De stemmen hebben verschillende karakters en functies. Sommige zijn vijandig en vernederend, andere lijken ooit te zijn ontstaan om iemand te beschermen tegen ondraaglijke ervaringen.

Gaandeweg wordt duidelijk dat de stemmen niet zomaar een losstaand verschijnsel zijn. Achter sommige stemmen zitten ervaringen van angst, machteloosheid en trauma. Door ernaar te luisteren, ontstaat ruimte om te onderzoeken wat ze betekenen.

Ongemakkelijk dichtbij

Wat mij vooral bijblijft, is hoe dichtbij de film komt. De camera blijft rustig. Er zijn geen grote verklarende interviews of dramatische voice-overs die de kijker vertellen wat hij moet vinden. We zitten als het ware mee in de behandelkamer en luisteren naar gesprekken die normaal gesproken volledig privé zouden blijven. Dat levert soms ongemakkelijke momenten op.

Een stem kan hard, agressief of zelfs gewelddadig zijn. Soms zegt een stem dingen die je als kijker nauwelijks kunt bevatten. Tegelijkertijd ontstaat er iets merkwaardigs: naarmate je langer luistert, worden de stemmen minder vreemd. Niet omdat hun inhoud minder heftig wordt, maar omdat je begint te begrijpen dat er achter het gedrag een verhaal zit.

Dat is misschien wel de grootste kracht van de documentaire. De film vraagt je niet om stemmen horen meteen te begrijpen. Hij vraagt je eerst om te luisteren.

Van symptoom naar betekenis

Psychologisch gezien raakt Mijn woord tegen het mijne aan een belangrijke discussie binnen de geestelijke gezondheidszorg: wat gebeurt er wanneer we een psychische ervaring vooral benaderen als een symptoom dat zo snel mogelijk moet verdwijnen?

De documentaire kiest nadrukkelijk voor een andere invalshoek. Niet: Hoe krijgen we die stem weg? Maar: Wat probeert deze stem te vertellen?

Dat betekent niet dat de film beweert dat stemmen altijd een betekenisvolle boodschap hebben of dat medicatie en reguliere psychiatrische behandeling overbodig zijn. Daarvoor is de werkelijkheid van stemmen horen simpelweg te complex. Wel laat de film zien hoeveel er kan veranderen wanneer iemand zich niet uitsluitend patiënt voelt, maar ook serieus wordt genomen als mens met een eigen verhaal.

En precies daar wordt de documentaire interessant voor iedereen die zich bezighoudt met psychologie en psychiatrie.

De mens achter de diagnose

Wat de film uiteindelijk vooral laat zien, is dat een diagnose nooit het hele verhaal vertelt.

Achter een psychose, een stem of een psychiatrische classificatie zit iemand met herinneringen, relaties, angsten, overtuigingen en manieren om met het leven om te gaan. Door de stemmen een plaats te geven in plaats van ze direct weg te verklaren, ontstaat er ruimte voor nieuwsgierigheid. Die nieuwsgierigheid voelt soms bijna revolutionair.

Niet omdat er een wondermiddel wordt gepresenteerd, maar omdat de houding verandert. Van wat mankeert deze persoon? naar wat is er met deze persoon gebeurd, en wat probeert hij of zij daarmee te doen? Dat is een subtiel verschil, maar wel een verschil met grote gevolgen.

Geen gemakkelijke film

Mijn woord tegen het mijne is geen lichte documentaire. Sommige verhalen zijn confronterend en bepaalde gesprekken kunnen behoorlijk binnenkomen. Ook kan de gekozen behandelwijze vragen oproepen. De film laat vooral zien wat er gebeurt binnen deze specifieke therapeutische benadering en geeft daarmee geen volledig overzicht van alle manieren waarop stemmen horen kunnen voorkomen of behandeld worden.

Juist daarom zou ik de documentaire niet alleen aanraden aan mensen die zelf stemmen horen of aan hun naasten. Ook voor psychologen, psychiaters, verpleegkundigen, ervaringsdeskundigen en studenten in de zorg is de film interessant.

Want misschien is de belangrijkste les niet hoe we stemmen moeten behandelen, maar hoe we naar mensen kunnen luisteren.

Wat als een stem in je hoofd niet alleen een symptoom is dat bestreden moet worden, maar ook iets dat gehoord wil worden?

Dat is de intrigerende vraag die centraal staat in Mijn woord tegen het mijne, de indrukwekkende documentaire van regisseur Maasja Ooms. De film volgt vijf mensen die stemmen horen en laat zien wat er gebeurt wanneer die stemmen niet worden weggedrukt, ontkend of onmiddellijk verklaard, maar juist een plek krijgen in het gesprek. Dat klinkt misschien eenvoudig. In de praktijk is het allesbehalve dat.

Een andere manier van kijken

In de documentaire voert psychiater Dirk Corstens, grotendeels buiten beeld, gesprekken met de stemmen die zijn cliënten horen. Hij vraagt niet alleen aan de stemmenhoorders wat er gebeurt, maar richt zich rechtstreeks tot de stemmen zelf. Wie ben je? Wat wil je? Waarom ben je zo boos? Wanneer ben je ontstaan? Juist die benadering maakt de documentaire zo bijzonder.

Waar stemmen horen in de psychiatrie vaak snel wordt verbonden aan een diagnose als psychose, schizofrenie of een andere psychische aandoening, laat deze film zien hoe complex de ervaring kan zijn. De stemmen hebben verschillende karakters en functies. Sommige zijn vijandig en vernederend, andere lijken ooit te zijn ontstaan om iemand te beschermen tegen ondraaglijke ervaringen.

Gaandeweg wordt duidelijk dat de stemmen niet zomaar een losstaand verschijnsel zijn. Achter sommige stemmen zitten ervaringen van angst, machteloosheid en trauma. Door ernaar te luisteren, ontstaat ruimte om te onderzoeken wat ze betekenen.

Ongemakkelijk dichtbij

Wat mij vooral bijblijft, is hoe dichtbij de film komt. De camera blijft rustig. Er zijn geen grote verklarende interviews of dramatische voice-overs die de kijker vertellen wat hij moet vinden. We zitten als het ware mee in de behandelkamer en luisteren naar gesprekken die normaal gesproken volledig privé zouden blijven. Dat levert soms ongemakkelijke momenten op.

Een stem kan hard, agressief of zelfs gewelddadig zijn. Soms zegt een stem dingen die je als kijker nauwelijks kunt bevatten. Tegelijkertijd ontstaat er iets merkwaardigs: naarmate je langer luistert, worden de stemmen minder vreemd. Niet omdat hun inhoud minder heftig wordt, maar omdat je begint te begrijpen dat er achter het gedrag een verhaal zit.

Dat is misschien wel de grootste kracht van de documentaire. De film vraagt je niet om stemmen horen meteen te begrijpen. Hij vraagt je eerst om te luisteren.

Van symptoom naar betekenis

Psychologisch gezien raakt Mijn woord tegen het mijne aan een belangrijke discussie binnen de geestelijke gezondheidszorg: wat gebeurt er wanneer we een psychische ervaring vooral benaderen als een symptoom dat zo snel mogelijk moet verdwijnen?

De documentaire kiest nadrukkelijk voor een andere invalshoek. Niet: Hoe krijgen we die stem weg? Maar: Wat probeert deze stem te vertellen?

Dat betekent niet dat de film beweert dat stemmen altijd een betekenisvolle boodschap hebben of dat medicatie en reguliere psychiatrische behandeling overbodig zijn. Daarvoor is de werkelijkheid van stemmen horen simpelweg te complex. Wel laat de film zien hoeveel er kan veranderen wanneer iemand zich niet uitsluitend patiënt voelt, maar ook serieus wordt genomen als mens met een eigen verhaal.

En precies daar wordt de documentaire interessant voor iedereen die zich bezighoudt met psychologie en psychiatrie.

De mens achter de diagnose

Wat de film uiteindelijk vooral laat zien, is dat een diagnose nooit het hele verhaal vertelt. Achter een psychose, een stem of een psychiatrische classificatie zit iemand met herinneringen, relaties, angsten, overtuigingen en manieren om met het leven om te gaan. Door de stemmen een plaats te geven in plaats van ze direct weg te verklaren, ontstaat er ruimte voor nieuwsgierigheid.

Die nieuwsgierigheid voelt soms bijna revolutionair. Niet omdat er een wondermiddel wordt gepresenteerd, maar omdat de houding verandert. Van wat mankeert deze persoon? naar wat is er met deze persoon gebeurd, en wat probeert hij of zij daarmee te doen?

Dat is een subtiel verschil, maar wel een verschil met grote gevolgen.

Geen gemakkelijke film

Mijn woord tegen het mijne is geen lichte documentaire. Sommige verhalen zijn confronterend en bepaalde gesprekken kunnen behoorlijk binnenkomen. Ook kan de gekozen behandelwijze vragen oproepen. De film laat vooral zien wat er gebeurt binnen deze specifieke therapeutische benadering en geeft daarmee geen volledig overzicht van alle manieren waarop stemmen horen kunnen voorkomen of behandeld worden.

Juist daarom zou ik de documentaire niet alleen aanraden aan mensen die zelf stemmen horen of aan hun naasten. Ook voor psychologen, psychiaters, verpleegkundigen, ervaringsdeskundigen en studenten in de zorg is de film interessant.

Van symptoom naar betekenis

Psychologisch gezien raakt Mijn woord tegen het mijne aan een belangrijke discussie binnen de geestelijke gezondheidszorg: wat gebeurt er wanneer we een psychische ervaring vooral benaderen als een symptoom dat zo snel mogelijk moet verdwijnen?

De documentaire kiest nadrukkelijk voor een andere invalshoek. Niet: Hoe krijgen we die stem weg? Maar: Wat probeert deze stem te vertellen?

Dat betekent niet dat de film beweert dat stemmen altijd een betekenisvolle boodschap hebben of dat medicatie en reguliere psychiatrische behandeling overbodig zijn. Daarvoor is de werkelijkheid van stemmen horen simpelweg te complex. Wel laat de film zien hoeveel er kan veranderen wanneer iemand zich niet uitsluitend patiënt voelt, maar ook serieus wordt genomen als mens met een eigen verhaal.

En precies daar wordt de documentaire interessant voor iedereen die zich bezighoudt met psychologie en psychiatrie.

De mens achter de diagnose

Wat de film uiteindelijk vooral laat zien, is dat een diagnose nooit het hele verhaal vertelt.

Achter een psychose, een stem of een psychiatrische classificatie zit iemand met herinneringen, relaties, angsten, overtuigingen en manieren om met het leven om te gaan. Door de stemmen een plaats te geven in plaats van ze direct weg te verklaren, ontstaat er ruimte voor nieuwsgierigheid Die nieuwsgierigheid voelt soms bijna revolutionair.

Niet omdat er een wondermiddel wordt gepresenteerd, maar omdat de houding verandert. Van wat mankeert deze persoon? naar wat is er met deze persoon gebeurd, en wat probeert hij of zij daarmee te doen?

Dat is een subtiel verschil, maar wel een verschil met grote gevolgen.

Geen lichte film

Mijn woord tegen het mijne is geen lichte documentaire. Sommige verhalen zijn confronterend en bepaalde gesprekken kunnen behoorlijk binnenkomen. Ook kan de gekozen behandelwijze vragen oproepen. De film laat vooral zien wat er gebeurt binnen deze specifieke therapeutische benadering en geeft daarmee geen volledig overzicht van alle manieren waarop stemmen horen kunnen voorkomen of behandeld worden.

Juist daarom zou ik de documentaire niet alleen aanraden aan mensen die zelf stemmen horen of aan hun naasten. Ook voor psychologen, psychiaters, verpleegkundigen, ervaringsdeskundigen en studenten in de zorg is de film interessant.

Want misschien is de belangrijkste les niet hoe we stemmen moeten behandelen, maar hoe we naar mensen kunnen luisteren.

Geschreven door Redactie PsyBlog

Heb jij een interessant en passend onderwerp waar je over wil schrijven, stuur ons dan een mailtje!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *