Bij Katatonie gaat er iets niet goed in de verbindingen tussen hersengebieden. Het gaat dan vooral om de hersendelen die beweging, emotie en gedrag aansturen. Iemand met katatonie vertoont vaak gedrag dat er voor anderen onnatuurlijk uitziet.
Welke vormen van katatonie zijn er?
- Stupor: geen psychomotorische activiteit; nagenoeg geen reactie op de omgeving.
- Katalepsie: het aannemen van een houding die door iemand anders aan het lichaam is gegeven (tegen de zwaartekracht in).
- Wasachtige buigzaamheid (flexibilitas cerea): lichte, evenredige weerstand tegen het bewegen van de ledematen door iemand anders.
- Mutisme: geheel of nagenoeg geheel niet spreken (bij afwezigheid van een bekende afasie).
- Negativisme: verzetten tegen of niet reageren op instructies of externe prikkels.
- Postureren (posturing): het spontaan en actief aannemen van een ongepaste of bizar-stijve houding.
- Maniërismen: overdreven, karikaturale uitvoeringen van normale handelingen.
- Stereotypieën: herhalende, niet-doelgerichte bewegingen (zoals zwaaien of wiegen).
- Agitatie of opwinding: motorische opwinding die niet door externe stimuli wordt beïnvloed.
- Grimasseren: vreemde, overdreven gelaatsuitdrukkingen.
- Echolalie: het nabootsen van de spraak van iemand anders.
- Echopraxie: het nabootsen van de bewegingen van iemand anders
Katatonie bij depressie
Bij onder andere depressie of een bipolaire stoornis kan katatonie voorkomen. Vooral bij ernstige vormen hiervan. Mogelijk komt dat door bepaalde neurotransmitters, zoals GABA. Dit zorgt normaal voor remming van gedrag. Bij katatonie kan er juist een tekort aan GABA zijn. Met als gevolg dat het systeem van de motoriek overactief wordt. En dan kan het systeem juist blokkeren.
Er zijn ook andere theorieën over waarom katatonie voor kan komen bij ernstige depressie. Zo zou het de overtreffende trap zijn van de remming en vertraging die typisch is voor sommige vormen van depressie. Zo erg, dat het bewegen en praten helemaal stopt.
Toch is er nog veel onduidelijk over katatonie. Want waarom krijgt de ene persoon met een depressie het wel en de ander niet? En waarom helpt behandeling soms wel en soms niet? Bovendien komt het bij verschillende aandoeningen en stoornissen voor, waardoor er geen duidelijkheid is over de exacte oorzaak.
Bronnen:
DSM-5
De Hersenstichting
