Je zit tegenover iemand die uitgebreid gaapt. Nog voordat je er echt over hebt nagedacht, voel je zelf ook de neiging opkomen om je mond open te doen. Misschien probeer je het tegen te houden, maar soms is dat verrassend lastig. Zelfs lezen over gapen kan de reactie uitlokken. Het verschijnsel is zo herkenbaar dat we het bijna vanzelfsprekend vinden, maar psychologisch gezien roept het interessante vragen op. Waarom nemen we een gaap van iemand anders zo gemakkelijk over, en heeft dat iets te maken met de manier waarop we ons tot andere mensen verhouden?
Waarom nemen we een gaap over?
Gapen is niet altijd een teken van vermoeidheid. Mensen gapen ook wanneer ze wakker zijn en zich helemaal niet slaperig voelen. Daarnaast bestaat er besmettelijk gapen: het verschijnsel waarbij je gaat gapen nadat je iemand anders hebt zien of horen gapen. Ook een afbeelding of gedachte aan gapen kan soms voldoende zijn om de reactie op te roepen. Het lijkt daarmee een voorbeeld van hoe sterk onze waarneming van anderen ons eigen gedrag kan beïnvloeden.
Toch weten onderzoekers nog niet precies waarom gapen besmettelijk is. Een mogelijke verklaring is dat het samenhangt met de manier waarop we sociale informatie verwerken en het gedrag van anderen waarnemen. Maar het is belangrijk om onderscheid te maken tussen wat we daadwerkelijk weten en wat we vermoeden. Dat mensen elkaars gapen overnemen, is goed gedocumenteerd; over de precieze psychologische functie van dit verschijnsel bestaat minder zekerheid.
Gaap je sneller mee met iemand die je goed kent?
Een opvallende aanwijzing komt uit onderzoek naar de relatie tussen mensen. Norscia en Palagi (2011) observeerden 109 volwassenen in alledaagse situaties en onderzochten hoe vaak een gaap werd overgenomen door iemand in de omgeving. Daarbij keken ze onder meer naar de band tussen de personen. Besmettelijk gapen werd vaker waargenomen tussen familieleden en partners dan tussen vrienden, kennissen en onbekenden. Ook leek de reactie tussen mensen met een hechtere relatie sneller op te treden.
Dat resultaat roept de vraag op of besmettelijk gapen iets te maken heeft met empathie: het vermogen om je in anderen te verplaatsen en hun gevoelens of perspectief te begrijpen. Misschien reageren we sterker op mensen met wie we ons verbonden voelen, omdat we meer aandacht aan hen besteden of gevoeliger zijn voor hun gedrag. De studie bewijst echter niet dat empathie de oorzaak is. Onderzoek naar de relatie tussen empathie en besmettelijk gapen levert namelijk geen volledig consistent beeld op. Het is daarom te eenvoudig om te concluderen dat mensen die vaker mee gapen automatisch empathischer zijn.
Wat gebeurt er in je hersenen?
Ook de hersenactiviteit tijdens besmettelijk gapen is onderzocht. Schürmann en collega’s (2005) lieten deelnemers videobeelden bekijken waarop mensen gaapten en onderzochten met functionele MRI welke hersengebieden actief waren. Het zien van een gaap ging gepaard met activiteit in gebieden die betrokken zijn bij het verwerken van waargenomen bewegingen en sociale informatie. Daarmee leverde de studie aanwijzingen op over de hersenprocessen die bij het waarnemen van gapen betrokken zijn.
De resultaten betekenen niet dat er één speciaal hersengebied bestaat dat verantwoordelijk is voor besmettelijk gapen. Evenmin verklaren ze volledig waarom de ene persoon vrijwel direct mee gaapt en de andere nauwelijks reageert. Waarneming, aandacht en individuele verschillen kunnen allemaal een rol spelen, maar de precieze wisselwerking tussen die factoren is nog niet opgehelderd. Juist dat maakt het verschijnsel interessant: een alledaagse reactie blijkt ingewikkelder dan ze op het eerste gezicht lijkt.
Wat zegt jouw gaap over jou?
Het is verleidelijk om besmettelijk gapen te zien als een klein teken van verbondenheid. Het onderzoek van Norscia en Palagi suggereert inderdaad dat de sociale relatie tussen mensen samenhangt met hoe vaak ze elkaars gapen overnemen. Maar uit één reactie kun je niet afleiden hoeveel iemand om je geeft of hoe goed diegene zich in anderen kan verplaatsen. Iemand die niet mee gaapt, is niet noodzakelijk minder empathisch; iemand die onmiddellijk volgt, is niet automatisch bijzonder invoelend.
Besmettelijk gapen laat vooral zien hoe ons gedrag soms wordt beïnvloed door wat anderen doen, zonder dat we daar bewust voor kiezen. We nemen sociale signalen voortdurend waar en reageren daar op verschillende manieren op. Waarom juist een gaap zo gemakkelijk wordt overgenomen, is nog altijd niet helemaal duidelijk. De volgende keer dat iemand tegenover je gaapt, kun je dus gerust op je eigen reactie letten, maar beschouw het liever als een klein psychologisch raadsel dan als een test van jullie onderlinge band.
Bronnen:
Norscia, I., & Palagi, E. (2011). Yawn contagion and empathy in Homo sapiens. PLOS ONE, 6(12), e28472. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0028472
Schürmann, M., Hesse, M. D., Stephan, K. E., Saarela, M., Zilles, K., Hari, R., & Fink, G. R. (2005). Yearning to yawn: The neural basis of contagious yawning. NeuroImage, 24(4), 1260–1264. https://doi.org/10.1016/j.neuroimage.2004.10.022
