Hartkloppingen, buikpijn, duizeligheid of aanhoudende vermoeidheid: lichamelijke klachten kunnen veel invloed hebben op je dagelijks leven. Soms is de oorzaak duidelijk, maar soms blijft het zoeken naar een verklaring. Je gaat naar de huisarts, laat onderzoeken uitvoeren en probeert te begrijpen wat er met je lichaam gebeurt. Wanneer de klachten blijven bestaan, kan ook de onzekerheid steeds meer ruimte innemen. Je let voortdurend op lichamelijke signalen, vraagt je af of er iets ernstigs aan de hand is en vindt het moeilijk om je aandacht nog ergens anders op te richten. Bij sommige mensen ontstaat zo een patroon dat past bij een somatisch-symptoomstoornis.

Wanneer worden lichamelijke klachten een psychologisch probleem?

De term somatoforme stoornissen werd vroeger gebruikt voor verschillende psychische stoornissen waarbij lichamelijke klachten op de voorgrond stonden. In de huidige diagnostiek is die indeling veranderd. Een belangrijke diagnose binnen deze categorie is de somatisch-symptoomstoornis. Daarbij heeft iemand één of meer lichamelijke klachten die veel lijdensdruk veroorzaken of het dagelijks functioneren verstoren. Daarnaast zijn er aanhoudende, buitensporige zorgen, gevoelens of gedragingen rondom die klachten.

Dat betekent niet dat de klachten ingebeeld zijn. Iemand kan daadwerkelijk pijn ervaren, misselijk zijn of last hebben van hartkloppingen. Ook is het niet noodzakelijk dat artsen geen lichamelijke oorzaak kunnen vinden. Een somatisch-symptoomstoornis kan namelijk samengaan met een vastgestelde lichamelijke aandoening. Het gaat erom hoe de klachten iemands leven beïnvloeden en hoe iemand ermee omgaat, niet simpelweg om de vraag of er een medische verklaring bestaat.

De vicieuze cirkel van lichamelijke signalen

Stel je voor dat je regelmatig hartkloppingen krijgt. In eerste instantie merk je ze misschien alleen op wanneer je moe bent of stress ervaart. Maar als je bang wordt dat er iets mis is met je hart, ga je je hartslag steeds vaker controleren. Je merkt iedere verandering op en interpreteert die mogelijk als een teken van gevaar. Door de angst kan je lichaam vervolgens nog sterker reageren, bijvoorbeeld doordat je hartslag versnelt. Die lichamelijke reactie bevestigt je bezorgdheid, waardoor je nóg meer op je lichaam gaat letten.

Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan waarin lichamelijke sensaties, angst en verhoogde aandacht elkaar versterken. Dit voorbeeld betekent niet dat hartkloppingen altijd door angst worden veroorzaakt. Nieuwe, ernstige of veranderende klachten moeten medisch worden beoordeeld. Het laat wel zien hoe de manier waarop we lichamelijke signalen interpreteren en erop reageren, de belasting van klachten kan vergroten.

Onderzoek naar de somatisch-symptoomstoornis wijst erop dat de diagnose samenhangt met aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren en een verminderde kwaliteit van leven. Tegelijkertijd zijn er nog vragen over de precieze mechanismen die bij de stoornis een rol spelen (Henningsen et al., 2022).

Waarom geruststelling niet altijd voldoende helpt

Wanneer iemand zich zorgen maakt over lichamelijke klachten, lijkt geruststelling een logische oplossing. Een arts kan bijvoorbeeld uitleggen dat onderzoek geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor een bepaalde ernstige aandoening. Dat kan opluchten, maar soms slechts tijdelijk. Zodra een nieuwe sensatie optreedt, kunnen de twijfels terugkomen. De persoon gaat opnieuw zoeken naar informatie, vraagt om extra bevestiging of wordt juist steeds alerter op het lichaam.

Dat betekent niet dat iemand bewust moeilijk doet of zich aanstelt. De angst en lichamelijke klachten kunnen oprecht en uitputtend zijn. Bovendien is het belangrijk dat medische klachten serieus worden onderzocht en dat er niet te snel wordt aangenomen dat ze psychisch van aard zijn. Een goede behandeling probeert daarom zowel aandacht te hebben voor de lichamelijke ervaring als voor de zorgen en gedragspatronen die het lijden mogelijk in stand houden.

Wat kan helpen?

De behandeling hangt af van de klachten en de persoonlijke situatie. Vaak helpt het om samen met een arts of psycholoog beter te begrijpen hoe lichamelijke sensaties, gedachten, emoties en gedrag elkaar beïnvloeden. Psychologische behandeling kan zich bijvoorbeeld richten op het anders omgaan met onzekerheid, het verminderen van voortdurend controleren en het geleidelijk hervatten van activiteiten die iemand door de klachten is gaan vermijden. Ook kan cognitieve gedragstherapie helpen om angstige interpretaties van lichamelijke signalen te onderzoeken en alternatieve manieren te ontwikkelen om ermee om te gaan.

Het doel is niet om iemand ervan te overtuigen dat de klachten niet echt zijn. Het doel is juist om het lijden te verminderen en ervoor te zorgen dat lichamelijke klachten minder het dagelijks leven bepalen. Daarbij blijft samenwerking tussen de betrokken zorgverleners belangrijk, zeker wanneer er ook een lichamelijke aandoening speelt.

Lichaam en geest zijn geen tegenpolen

De somatisch-symptoomstoornis laat zien hoe nauw lichamelijke ervaringen en psychologische processen met elkaar verweven kunnen zijn. Pijn, vermoeidheid en andere lichamelijke sensaties zijn geen verzinsels wanneer stress of angst een rol speelt. Andersom betekent een lichamelijke aandoening niet dat zorgen en emoties geen invloed kunnen hebben op hoe iemand de klachten ervaart.

Misschien is dat wel de belangrijkste les: lichaam en geest zijn geen twee losstaande systemen die elkaar slechts af en toe beïnvloeden. Ze werken voortdurend op elkaar in. Wanneer lichamelijke klachten steeds meer aandacht en energie opeisen, kan het helpen om niet alleen te onderzoeken wat er in het lichaam gebeurt, maar ook hoe iemand de klachten beleeft en ermee probeert om te gaan.

 

Bronnen:

American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.

Henningsen, P., Gündel, H., Kop, W. J., Löwe, B., Martin, A., Rief, W., Rosmalen, J. G. M., & Schröder, A. (2022). Persistent physical symptoms as perceptual dysregulation: A neuropsychobehavioral model and its clinical implications. Psychosomatic Medicine, 84(4), 422–435.

Henningsen, P., Zipfel, S., Sattel, H., & Creed, F. (2018). Management of functional somatic syndromes and bodily distress. Psychotherapy and Psychosomatics, 87(1), 12–31. https://doi.org/10.1159/000484413

Geschreven door Hester Bastiaanse

Hester werkt als communicatieadviseur én is opnieuw de collegebanken van de universiteit ingestapt. Want ze is na zo'n acht jaar een tweede studie begonnen, jawel... (Klinische) Psychologie! Ze vindt gedrag van mensen het meest interessante dat er is. Van haantjesgedrag in de corporate wereld tot prestaties in de topsport: psychologie is overal te zien, als je goed kijkt. En er zit héél veel onderzoek en wetenschap achter. Super boeiend vindt ze dat!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *