Wie denkt dat de onfortuinlijke jongedame in de Sacre du Printemps het eerste slachtoffer van de avond is, kan er wel eens flink naast zitten. De kans is namelijk groot dat in het orkest enkele musici inmiddels al duizend doden gestorven zijn. Alles voor de goden, alles voor de kunst?

Podiumvrees

Music performance anxiety (MPA) is het ervaren van een aanhoudende, ontregelende vrees die verband houdt met het geven van muzikale optredens voor een publiek. Deze vrees kan zowel vlak voor een concert als reeds dagen van tevoren de kop op steken, en is grotendeels irreëel als men de vaardigheid, oefening, en voorbereiding van de uitvoerende in ogenschouw neemt. In de literatuur worden prevalenties genoemd die variëren van 16,5 % tot 60 % blijkt uit een review uit 2019.

Musici uit alle genres en van alle leeftijden en niveaus kunnen last hebben van MPA – van beroemde concertviolisten tot tante Betje. Voor sommige muzikanten betekent MPA zelfs het slotakkoord van hun muzikale ambities. Het gaat hier dus nadrukkelijk niet om zogeheten ‘gezonde spanning’, die nodig zou zijn om optimaal te presteren, maar om een aan angst gerelateerde stoornis: MPA is opgenomen in zowel de DSM-5 (subtype van de sociale angststoornis) als de ICD-10 (specifieke fobie). Hoe uit MPA zich?

Cognities, preludes, en doorwerkingen

Symptomen kunnen van fysiologische, emotionele en/of cognitieve aard zijn: denk bijvoorbeeld aan transpireren, trillende vingers, het ervaren van grote paniek en catastroferen. Het laat zich gemakkelijk raden wat dit alles met de kwaliteit van een uitvoering kan doen – een pianosonate uit de vroege romantiek kan onbedoeld veranderen in een zelfs voor de 21e eeuw zeer avant-gardistisch stuk. Daarnaast kan een persoon met MPA vermijdingsgedrag gaan vertonen, zoals het vermijden van lessen of oefening.

Cognities staan net zoals bij andere angsten aan de basis van de gedragsmatige en fysiologische symptomen, en zodoende komen we op het terrein van de persoonlijkheid, denkwijzen en omgevingsinvloeden. Veelgenoemd in de literatuur zijn perfectionisme, rumineren (na een optreden blijven hangen in negatieve denkbeelden), een mislukt optreden (traumatische ervaring) en iemands neiging tot het ervaren van angst. Daarnaast kan een kind of jongvolwassene een groot deel van zijn eigenwaarde ontlenen aan zijn muzikale begaafdheid – totdat blijkt dat die begaafdheid verbleekt bij de vaardigheden van anderen. Tijd voor therapie.

muzikant
LucasFX70 via Pixabay

In alle toonaarden

Er zijn meer behandelmethoden voor MPA dan er toonladders zijn. Voorbeelden? Cognitieve gedragstherapie, psychoanalytische therapie, muziektherapie, bètablokkers, yoga, relaxatie, Alexander techniek, group acceptance and commitment therapy (ACT), EMDR en hypnotherapie. Merk op dat bètablokkers slechts de lichamelijke symptomen verminderen – ze pakken dus niet de bron (de denkwijzen van een persoon) aan, desondanks lijken ze veelgebruikt door musici. Over de voordelen van het al dan niet gebruiken van bètablokkers bestaat veel discussie. Echter, het voert te ver om hier enkele of alle genoemde behandelmethoden te bespreken, de voorbeelden laten slechts zien dat er in de wetenschap aandacht is voor MPA. In Nederland zijn zelfs centra te vinden die zich specialiseren in de behandeling van podiumkunstenaars met psychische problemen, wellicht bekend is de Performerspoli in het Leids Universitair Medisch Centrum.

Genoemde aandacht leidt tevens tot kennis die voor preventieve doeleinden kan worden ingezet: zo blijkt dat het niveau alsook de aard van een optreden (solo of ensemble) moet passen bij de musicus, en kan een uitgebreide evaluatie van het optreden veel duidelijkheid en gemoedsrust verschaffen.

Conservatoria en docenten

Naast behandeling is er een belangrijke rol weggelegd voor preventie, daarbij komen onder meer de conservatoria in beeld. Zij kunnen grote aantallen musici bereiken die op een professionele carrière afstevenen en dus baat hebben bij voldoende kennis en voorlichting. De aangewende invalshoeken lijken te verschillen per conservatorium(1).

Te denken valt aan lezingen, verplichte bijeenkomsten in het eerste jaar, gezondheidsprogramma’s, auditietraining, coaching en studiebegeleiders (welke toegepast psycholoog kunnen zijn). Daarnaast is er in het curriculum ruimte ingeruimd voor (keuze)vakken waarin bijvoorbeeld lifestyle, mindfulness, effectief oefenen, yoga en de Alexander techniek uitgebreid aan bod komen. Dergelijke vakken kunnen deel uitmaken van wat ‘Performance Science’ wordt genoemd – vakken die de student optimaal voorbereiden op uitvoeringen.

Tevens blijkt dat men zich bewust is van het samenspel tussen lichaam en geest – en de vraag of deze gescheiden moeten worden gezien in een muzikale context. Ten slotte, conservatoria voeren in samenwerking met universiteiten onderzoek uit naar verscheidene muziekgerelateerde onderwerpen die raakvlakken hebben met de psychologie.

De rol van de docent lijkt niet eenvoudig. Een docent is vaak geen psycholoog, maar gesteld kan worden dat hij wel oog moet hebben voor de kwetsbaarheden van zijn leerlingen. En: hoe levert hij kritiek, hoe is de verstandhouding met zijn studenten? Docenten kunnen ook zelf MPA ervaren of ervaren hebben. Dat klinkt als een voordeel, maar de toegevoegde waarde van ervaringsdeskundigen kan ter discussie worden gesteld.

spotlight
Nick Fewings via Unsplash

Kritische noot

Het is heel wel denkbaar dat bovenstaande beknopte uiteenzetting doet vermoeden dat we voorzichtig op een slot met een Picardische terts afstevenen, gezien de aandacht die er voor MPA lijkt te zijn. Echter, de oplettende lezer zal een belangrijke sociale factor gemist hebben. De onbesproken factor ‘taboe’ is mogelijk nog steeds de componist van dienst en leidt ons wellicht via een bedrieglijk slot naar een einde in mineur – alle huidige wetenschappelijke kennis, goede bedoelingen van conservatoria en behandelaars ten spijt. Angst verdient een podium – maar niet het podium van de schone kunsten.

  1. Hoe conservatoria omgaan met MPA is niet in alle gevallen (eenvoudig) te vinden op hun websites; het loont de moeite om conservatoria in het geval van onduidelijkheden te contacteren.

Bronnen
– Bercht (2021) Ik heb het ook meegemaakt. https://www.tijdschriftdepsycholoog.nl/artikelen/ik-heb-het-ook-meegemaakt/
– Brooker (2018). Music performance anxiety: A clinical outcome study into the effects of cognitive hypnotherapy and eye movement desensitisation and reprocessing in advanced pianists.
– Clarke, Osborne & Baranoff (2020). Examining a Group Acceptance and Commitment Therapy intervention for music performance anxiety in student vocalists.
– Fernholz, Mumm, Plag, Noeres, Rotter, Willich, Ströhle, Berghöfer & Schmidt (2019).  Performance anxiety in professional musicians: a systematic review on prevalence, risk factors and clinical treatment effects.
– Frijns (2018). Podiumangst en bètablokkers (ongepubliceerd). Utrechts Conservatorium, Utrecht
– Nielsen, Studer, Hildebrandt, Nater, Wild, Danuser & Gomez (2018). The relationship between music performance anxiety, subjective performance quality and post-event rumination among music students.
– Osborne & Kenny (2008). The role of sensitizing experiences in music performance    anxiety in adolescent musicians.
– Patston (2013). Teaching stage fright? – Implications for music educators.
– Sârbescu & Dorgo (2014). Frightened by the stage or by the public? Exploring the      multidimensionality of music performance anxiety.
– Paragraaf over conservatoria: verschillende Nederlandse conservatoria (websites en persoonlijke communicatie).

Geschreven door Martin van den Heuvel

Leergierig, kritisch. Vragen blijven stellen. Bezig blijven: studeren naast een voltijdbaan. Als Martin zijn bachelor psychologie aan de OU heeft behaald, gaat hij een master gezondheidspsychologie of klinische psychologie volgen, want het blijft fascinerend om te ervaren hoe je kijk op de (sociale) wereld veranderd met elk geleerd vak. Maar, komt hetgeen wij leren uiteindelijk wel bij diegenen terecht die het nodig hebben, en in een begrijpelijke vorm? Dat vind hij een interessante vraag. Martin schrijft graag over wat hem opvalt, om daarmee mensen aan het denken te zetten. Als Martin niet aan het studeren of lezen is, dan probeert hij afwisselend sociaal, muzikaal, en sportief bezig te blijven. Kan hij trouwens ook tegelijkertijd, maar dat is geen aanrader.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *