‘Wie is van hout’ van psychiater Jan Foudraine werd gepubliceerd in 1971. Het boek werd zowel met applaus als met afschuw ontvangen. Toch heeft het boek een grote invloed gehad op de sociale wetenschappen in Nederland. Het biedt bovendien inzichten die helpen verklaren waarom het aantal mensen met psychische problemen in Nederland blijft stijgen. Nu het boek het afgelopen jaar zijn vijftigste verjaardag vierde, wil ik de vraag stellen: ‘Zijn wij nog steeds van hout?’

‘Ik ben van hout!’

In de tijd dat Foudraine werd opgeleid tot psychiater werden er regelmatig patiënten in collegezalen gebracht en als studiemateriaal tentoongesteld aan studenten. Tijdens een van deze colleges riep een patiënt: ‘Ik ben van hout!’. Foudraine heeft dit later geïnterpreteerd als: ‘Ik word behandeld als hout, als een object en niet als een mens’. Foudraine heeft zijn leven lang gepleit voor een meer menselijke omgang met mensen in psychische moeilijkheden. 

Foudraine vertelt in het boek een persoonlijk en autobiografisch verhaal. Het behandelt zowel zijn loopbaan als ontwikkelend psychiater als hoe hij zich ontwikkelde tot criticus van de psychiatrie in het algemeen. Hij was onder andere kritisch over de autoritaire rol van de psychiater binnen de behandeling. 

Aan de ene kant viel het boek in de smaak bij de anti-establishment bewegingen die in de jaren zestig hoogtij vierden. Deze bewegingen maakten bezwaar tegen de traditionele rol- en machtsverdeling van die tijd en zagen hun standpunten in het boek verwoord. Aan de andere kant waren Foudraine’s collega’s uit de psychiatrie beledigd door zijn aanval van binnenuit. Zij vonden dat het boek geen rekening hield met het feit dat de cultuur van de psychiatrie al aan het veranderen was. Nu, een halve eeuw later, kunnen we het boek met een frisse blik lezen. We zullen ontdekken dat het ook nu lessen te bieden heeft. 

Foudraine als boegbeeld

In de jaren na de publicatie van ‘Wie is van hout’ werd Foudraine het Nederlandse boegbeeld van de antipsychiatriebeweging. Deze beweging was een diffuse, maar samenhangende internationale groep van critici. Zij richtten hun kritiek zowel op de psychiatrie als op haar methoden. Sommigen van hen waren ervan overtuigd dat psychiatrische methoden eerder schadelijk dan helpend waren en bijna alleen een middel om sociale controle uit te oefenen op mensen die afwijken van de norm. 

Foudraine introduceerde de ideeën van de antipsychiatrie vanuit een Nederlands perspectief. Het boek werd een must-read voor mensen die in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg werkten. Voor veel jonge mensen in de sociale wetenschappen werd Foudraine een progressieve held.

Verder kijken dan je neus lang is

Centraal in het boek staat het onderscheid tussen het normale en het pathologische. Foudraine was het niet eens met deze dichotomie en stelde dat deze enkel voor problemen zorgt: het is kunstmatig, de werkelijkheid is veel onduidelijker, en het opdelen van mensen op deze manier veroorzaakt misverstanden over degenen die aan de andere kant van het onderscheid staan. Geestesziek zijn is niet kwalitatief anders dan gezond zijn, betoogde hij. Het verschil is beter te begrijpen in kwantitatieve termen. Verder kijken en denken dan dit onderscheid zou een betere manier zijn om mensen die afwijken van de norm te begrijpen. 

Luisteren naar en begrip opbrengen voor de mensen aan de andere kant van de psychiatrische scheidslijn – de zogenaamde “gestoorden” – is van cruciaal belang. Dit is omdat, zoals hij het uitdrukte, zij “(…) de luidsprekers zijn waaruit de kwalen van onze tijd misschien wel het duidelijkst weerklinken” (Foudraine, 1971, omslag). Het tot zwijgen brengen van deze kant van onszelf, en van de maatschappij, schaadt iedereen. 

Foudraine schreef ook over het zondebokeffect, waarbij de patiënten de schuld krijgen in plaats van te wijzen op de manier waarop de maatschappij mensen ziek kan maken. De ander wordt pathologisch gemaakt, in plaats van geaccepteerd als een afspiegeling van onszelf:

”Natuurlijk kunnen we ons blijven onttrekken aan de oplossing van die conflicten en spanningen. Onze favoriete oplossing voor het niet oplossen van conflicten binnen een groep is… het zoeken naar een zondebok. Het zondebokmechanisme als ‘ontsnapping’. Neger, Jood, homo en ‘geesteszieke’ zijn onze bliksemafleiders.” (Foudraine, 1971, p. 466). 

Een andere kijk op psychische ontregeling

Foudraine’s standpunt was dat mensen niet zomaar psychische ontregeld raken, maar dat deze ontregeling een gevolg is van de manier waarop wij de samenleving inrichten. Het idee dat psychische problemen voortkomen uit individuele oorzaken aanvaardde hij niet. Psychische problemen zouden het gevolg zijn van het ongemak van leven in een bepaalde maatschappij. Deze psychische problemen zouden daarbij enkel versterkt worden doordat mensen geneigd zijn afstand te nemen van mensen die afwijken van de norm.  

Meer dan vijftig jaar zijn verstreken sinds ‘Wie is van hout’ is gepubliceerd. Ondertussen zijn we er niet in geslaagd alle onderliggende factoren van psychische ontregeling te begrijpen. De erkenning daarvan kan een stimulans zijn om opnieuw nieuwsgierig te worden en iets anders te gaan doen dan we tot nu toe hebben gedaan. Tot nu toe heeft wetenschappelijk onderzoek zich voornamelijk gericht op individuele oorzaken van psychische ontregeling. Misschien weerhoudt deze focus op individuele oorzaken ons ervan om het probleem bij de wortel aan te pakken. 

Deze nieuwsgierigheid kan ons er ook toe brengen om alles wat van invloed is op de mensen die wij als gestoord beschouwen kritisch te beoordelen. Inclusief onze samenlevingen. We kunnen de mensen die psychisch ontregeld zijn gebruiken als lens om te zien wat er mis is met onze samenlevingen. In een tijd waarin het aantal mensen met depressies, angsten en burn-outs de pan uit rijzen, is het geen slecht idee om de opmerkingen van Foudraine ter harte te nemen, en wat aandachtiger te luisteren naar de luidsprekers die de kwalen van onze tijd misschien wel het duidelijkst laten weerklinken.

Bron:
Foudraine, J. (1971), Wie is van hout … een gang door de psychiatrie , Bilthoven Ambo

 

Geschreven door Jochem Noordberger

Jochem Noordberger studeerde Toegepaste Psychologie, Klinische psychologie en Theorie en Geschiedenis van de Psychologie. Op het moment werkt hij als psycholoog in de specialistisch GGZ en doet onderzoek naar gemeenschappelijke effecten van psychotherapie aan de Rijkuniversiteit Groningen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.