Stel je voor dat iedereen om je heen voortdurend reageert op dingen die jij helemaal niet begrijpt. Mensen lachen wanneer iets grappig is, huilen wanneer iemand overlijdt en worden boos wanneer iemand hen beledigt. Jij ziet het gebeuren, maar vanbinnen gebeurt er niets. Je weet inmiddels dat je op bepaalde momenten moet glimlachen, iemand moet bedanken of geschrokken moet kijken, maar je begrijpt niet helemaal waarom.
Dat is de wereld van Yunjae, de hoofdpersoon van de roman Almond van de Zuid-Koreaanse schrijfster Won-pyung Sohn. Yunjae is geboren met alexithymie en heeft grote moeite met het herkennen en ervaren van emoties. Zijn moeder en grootmoeder proberen hem daarom van jongs af aan te leren hoe andere mensen reageren. Ze gebruiken zelfs gekleurde briefjes en schema’s om hem te helpen begrijpen wanneer hij bijvoorbeeld moet lachen, bedanken of uit de weg moet gaan.
Het klinkt misschien als een verhaal over iemand die geen emoties heeft. Maar Almond blijkt uiteindelijk vooral een boek te zijn over een veel ingewikkeldere vraag: wat betekent het eigenlijk om een mens te zijn die anderen begrijpt?

Een jongen die niet bang is
Yunjae is niet gevoelloos in de eenvoudige betekenis van het woord. Hij kan nadenken, observeren en leren. Wat bij hem anders werkt, is de manier waarop hij emoties ervaart en herkent. In het boek wordt dit gekoppeld aan de amygdala, twee amandelvormige structuren diep in de hersenen. Daaraan dankt het boek ook zijn titel.
Dat beeld is prachtig gevonden, maar wetenschappelijk gezien moet je het verhaal niet te letterlijk nemen. Alexithymie is namelijk geen hersenaandoening waarbij de amygdala simpelweg ’te klein’ is. De term verwijst vooral naar problemen met het herkennen, onderscheiden en onder woorden brengen van emoties. Mensen met alexithymie kunnen bovendien wel degelijk emoties ervaren; het gaat niet simpelweg om het ontbreken van gevoelens.
Juist daarom is Yunjae als personage interessant. Zijn moeder probeert hem niet alleen te leren wat emoties zijn, maar vooral hoe hij zich sociaal moet gedragen. Ze leert hem dat hij moet glimlachen wanneer iemand anders glimlacht en dat hij moet uitwijken wanneer iemand te dichtbij komt. Voor Yunjae zijn sociale interacties bijna een soort handleiding voor een wereld waarin iedereen behalve hijzelf lijkt te beschikken over vanzelfsprekende regels.
Is empathie hetzelfde als emoties voelen?
Daarmee raakt Almond aan een interessant psychologisch onderscheid. We gebruiken het woord empathie vaak alsof het één eigenschap is, maar psychologen maken onderscheid tussen verschillende vormen van empathie.
Er bestaat bijvoorbeeld affectieve empathie: het vermogen om mee te voelen met wat een ander ervaart. Daarnaast is er cognitieve empathie, waarbij je begrijpt wat iemand anders waarschijnlijk denkt of voelt, zonder dat je die emotie zelf hoeft over te nemen.
Dat onderscheid wordt belangrijk in het verhaal van Yunjae. Hij lijkt aanvankelijk weinig toegang te hebben tot de emotionele reacties die voor anderen vanzelfsprekend zijn. Toch kan hij observeren, patronen herkennen en uiteindelijk steeds beter begrijpen wat er bij andere mensen gebeurt.
Een recente wetenschappelijke analyse van Almond gebruikt precies dit onderscheid om de ontwikkeling van Yunjae te beschrijven. De onderzoekers stellen dat zijn verhaal laat zien hoe empathie niet uitsluitend een aangeboren emotionele eigenschap hoeft te zijn, maar ook kan worden ontwikkeld via leren, imitatie en het innemen van het perspectief van een ander (Shafariana et al., 2026).
Dat maakt het boek interessanter dan een eenvoudig verhaal over iemand die ‘geen emoties heeft’.
Dan ontmoet hij Gon
De grootste verandering in Yunjaes leven komt wanneer hij Gon ontmoet. Gon is vrijwel zijn tegenpool. Waar Yunjae rustig, rationeel en afstandelijk is, is Gon impulsief, boos en voortdurend op zoek naar een uitlaatklep voor zijn emoties.
Hun vriendschap is daardoor opmerkelijk. De jongen die emoties nauwelijks begrijpt, raakt bevriend met de jongen die er juist door wordt overspoeld.
En precies daar begint het boek een interessante psychologische omkering te maken.
Je zou verwachten dat Yunjae degene is die moet leren van Gon. Maar Gon heeft minstens zoveel van Yunjae te leren. Yunjae reageert niet automatisch op Gons woede of agressie. Hij wordt niet op dezelfde manier meegesleept door zijn emoties. Daardoor ontstaat er ruimte om naar Gon te kijken zonder hem meteen te veroordelen.
Gon is niet simpelweg ‘de agressieve jongen’. Langzaam wordt duidelijk wat er achter zijn gedrag zit.
Hoeveel van onze empathie is eigenlijk aangeleerd?
Dat is misschien wel de mooiste vraag die Almond oproept.
We denken vaak dat empathie iets is wat je hebt of niet hebt. Alsof sommige mensen van nature warm en meelevend zijn en anderen nu eenmaal niet. Maar een groot deel van ons sociale gedrag leren we juist gedurende ons leven.
Als kind leren we dat iemand troosten betekent dat je naar die persoon toegaat. We leren dat lachen meestal betekent dat iemand plezier heeft en dat tranen kunnen betekenen dat iemand verdrietig is. We leren bovendien dat onze eigen gevoelens niet altijd hetzelfde zijn als die van een ander.
Yunjae moet deze regels veel bewuster leren dan de meeste mensen. Wat voor anderen intuïtief lijkt, wordt voor hem bijna een tweede taal.
En daardoor laat het boek iets zien wat we normaal gesproken nauwelijks opmerken: hoeveel van ons dagelijkse sociale gedrag bestaat uit dingen die we ooit hebben geleerd.
Het boek stelt ook een ongemakkelijke vraag
Want wie bepaalt eigenlijk wat ‘normaal’ is?
Yunjaes moeder wil niets liever dan haar zoon beschermen. Ze leert hem hoe hij zich moet gedragen, zodat anderen hem niet raar vinden en zodat hij zichzelf niet in gevaar brengt. Haar bedoelingen zijn liefdevol.
Tegelijkertijd zit daar iets ongemakkelijks in.
Yunjae moet voortdurend leren om zich aan te passen aan een wereld die niet voor hem is ingericht. Hij moet leren glimlachen wanneer dat sociaal gewenst is, de juiste reactie te tonen en emoties van anderen te herkennen.
Dat roept een bredere vraag op over hoe we omgaan met mensen die sociale signalen anders verwerken.
Wanneer iemand zich anders gedraagt, vragen we ons vaak af waarom die persoon zich niet gewoon kan aanpassen. Almond draait die vraag om. Misschien is het minstens zo interessant om te vragen waarom de omgeving zo weinig ruimte laat voor iemand die anders reageert.
Toch is Yunjae niet alleen maar een slachtoffer
Dat vind ik misschien wel een van de sterkste kanten van het boek.
Het zou gemakkelijk zijn geweest om Yunjae neer te zetten als een zielige jongen die dankzij andere mensen leert om ‘normaal’ te worden. Maar dat is niet helemaal wat er gebeurt.
Yunjae ontwikkelt zich wel degelijk, maar hij wordt niet ineens een compleet ander mens. Zijn manier van kijken naar de wereld blijft bijzonder. Juist zijn afstandelijkheid blijkt soms een kracht. Waar andere personages worden overspoeld door woede, angst of verdriet, kan Yunjae rustig blijven kijken.
Daarmee laat Almond zien dat een eigenschap die in de ene situatie als tekortkoming wordt gezien, in een andere situatie juist waardevol kan zijn.
Een boek over emoties dat je juist laat nadenken over empathie
Wat ik zo interessant vind aan Almond, is dat het boek je als lezer eigenlijk dezelfde opdracht geeft als de opdracht die Yunjae zichzelf voortdurend moet geven.
Je moet proberen te begrijpen hoe iemand anders de wereld ervaart.
En juist omdat het verhaal grotendeels vanuit Yunjaes perspectief wordt verteld, krijg je als lezer niet voortdurend uitleg over wat je zou moeten voelen. Je moet zelf betekenis geven aan zijn reacties. Daardoor ga je je afvragen waarom je bepaalde reacties eigenlijk vanzelfsprekend vindt.
Waarom hoort iemand verdrietig te zijn wanneer een ander sterft? Waarom is boosheid soms acceptabel en op andere momenten niet? Waarom vinden we iemand die weinig emotie toont al snel koud? Het boek geeft daar geen eenvoudige antwoorden op. En dat is misschien maar goed ook.
Is Almond psychologisch helemaal correct?
Nee. En dat hoeft ook niet.
Almond is een roman en geen psychiatrisch handboek. De manier waarop alexithymie en de werking van de amygdala worden beschreven, is vereenvoudigd en op sommige punten wetenschappelijk minder precies dan je in een studie zou verwachten.
Dat is vooral belangrijk omdat alexithymie in werkelijkheid niet betekent dat iemand helemaal geen emoties kan voelen. Het begrip verwijst vooral naar problemen met het herkennen, onderscheiden en beschrijven van emoties. Bovendien is alexithymie geen afzonderlijke psychiatrische stoornis in de DSM-5.
Toch maakt die vereenvoudiging het boek niet oninteressant. Integendeel. Almond gebruikt een neurologisch en psychologisch uitgangspunt om een veel bredere vraag te onderzoeken: kun je leren om andere mensen te begrijpen, zelfs wanneer je hun emoties niet vanzelfsprekend aanvoelt?
Het antwoord van het boek lijkt uiteindelijk verrassend hoopvol te zijn.
En misschien gaat Almond daarom helemaal niet over het ontbreken van emoties
Aan het begin lijkt Yunjae degene te zijn die iets mist. Hij heeft niet wat andere mensen vanzelfsprekend lijken te hebben. Maar hoe verder het verhaal gaat, hoe meer je gaat twijfelen aan die aanname.
Misschien is menselijkheid niet alleen het vermogen om verdriet te voelen wanneer iemand anders verdrietig is. Misschien zit het ook in de keuze om te blijven kijken, te luisteren en iets voor iemand te doen, zelfs wanneer je niet precies voelt wat die ander voelt. Dat is een interessante gedachte, juist omdat we empathie vaak uitsluitend verbinden aan meevoelen.
Yunjae laat een andere mogelijkheid zien: misschien kun je iemand begrijpen zonder precies hetzelfde te voelen.
En misschien is dat uiteindelijk waar Almond echt over gaat. Niet over een jongen zonder emoties, maar over een jongen die op zijn eigen manier leert wat het betekent om verbonden te zijn met andere mensen.
Referenties
Sohn, W.-p. (2020). Almond (S. J. Lee, Trans.). HarperVia. (Original work published 2017)
Shafariana, S., Amir, J., Dalle, A., Wijayanti, T., & Asda, A. N. (2026). [Psychological representation in Sohn Won-pyung’s Almond]. The Critical Review of Social Sciences Studies, 3(3).
Sifneos, P. E. (1973). The prevalence of ‘alexithymic’ characteristics in psychosomatic patients. Psychotherapy and Psychosomatics, 22(2–6), 255–262. https://doi.org/10.1159/000286529
Taylor, G. J., Bagby, R. M., & Parker, J. D. A. (1997). Disorders of affect regulation: Alexithymia in medical and psychiatric illness. Cambridge University Press.
