Je staat in Florence voor een schilderij waar je al jaren naar hebt uitgekeken. Je kijkt ernaar en voelt eerst vooral bewondering. Maar dan gebeurt er iets vreemds. Je hart begint sneller te kloppen, je wordt duizelig en het voelt alsof de omgeving even niet meer helemaal echt is. Misschien begin je te zweten of krijg je het gevoel dat je moet gaan zitten. In extreme gevallen kunnen zelfs paniek, verwardheid of flauwvallen optreden.
Het klinkt als een nogal dramatische reactie op een museumbezoek. Toch bestaat er een opmerkelijk verschijnsel dat bekendstaat als het Stendhal-syndroom. Het idee erachter is bijna te mooi om waar te zijn: sommige mensen zouden zo overweldigd kunnen raken door kunst of schoonheid dat hun lichaam en geest daar heftig op reageren.
Maar kan een schilderij je daadwerkelijk ziek maken?
Het begon met een Franse schrijver
De naam van het syndroom komt van de Franse schrijver Marie-Henri Beyle, beter bekend onder zijn pseudoniem Stendhal. Tijdens een bezoek aan Florence in 1817 beschreef hij hoe de enorme hoeveelheid kunst, geschiedenis en schoonheid in de stad hem volledig overweldigde. Bij een bezoek aan de Basilica di Santa Croce beschreef hij onder andere hartkloppingen, duizeligheid en het gevoel dat hij ieder moment zou kunnen instorten.
Bijna twee eeuwen later klinkt die beschrijving opvallend modern. En Stendhal was niet de enige die zulke ervaringen beschreef. In de loop van de geschiedenis hebben verschillende kunstenaars en reizigers geschreven over lichamelijke en psychologische reacties op kunst die veel verder gingen dan gewone bewondering (Palacios-Sánchez et al., 2018).
Toch duurde het nog lang voordat iemand probeerde er een naam en een medisch kader aan te geven.
De psychiater die honderden toeristen onderzocht
In de jaren zeventig en tachtig werkte de Italiaanse psychiater Graziella Magherini in het Santa Maria Nuova-ziekenhuis in Florence. Daar viel haar op dat sommige buitenlandse bezoekers na een bezoek aan kunstwerken en musea in de stad met opvallende psychische en lichamelijke klachten werden opgenomen.
Magherini beschreef uiteindelijk 106 toeristen die volgens haar een vergelijkbaar patroon vertoonden. De klachten varieerden van hartkloppingen, duizeligheid en flauwvallen tot angst, desoriëntatie, hallucinaties en een gevoel van verlies van identiteit. Ze gaf het verschijnsel de naam Stendhal-syndroom, naar de Franse schrijver die bijna twee eeuwen eerder zijn eigen overweldigende ervaring in Florence had beschreven (Magherini, 1989; Palacios-Sánchez et al., 2018).
Daarmee was het idee geboren dat kunst niet alleen emoties kan oproepen, maar in uitzonderlijke gevallen zelfs een soort lichamelijke of psychologische crisis kan veroorzaken.
Maar bestaat het syndroom eigenlijk wel?
Hier wordt het interessant. Het Stendhal-syndroom is geen officieel erkende psychiatrische diagnose. Het staat niet als afzonderlijke stoornis in de DSM-5 en er bestaat ook geen eenvoudige test waarmee een arts kan vaststellen dat iemand het syndroom heeft.
Dat betekent echter niet automatisch dat de ervaringen verzonnen zijn. Mensen kunnen daadwerkelijk sterke lichamelijke en psychologische reacties krijgen tijdens een intense esthetische ervaring. De vraag is vooral of al die verschillende reacties samen één afzonderlijk syndroom vormen.
Een recente review uit 2024 in The British Journal of Psychiatry beschrijft het Stendhal-syndroom als een intrigerende psychosomatische reactie op kunst, maar benadrukt tegelijkertijd dat het formele diagnostische erkenning mist. Volgens Wei (2024) bevindt het verschijnsel zich precies op het grensvlak van psychiatrie, neurologie en esthetiek.
Dat maakt het wetenschappelijk juist zo interessant.
Wat gebeurt er in je hersenen als je iets prachtig vindt?
We weten inmiddels dat het ervaren van schoonheid niet simpelweg betekent dat je hersenen een schilderij ‘mooi’ vinden. Bij esthetische ervaringen zijn verschillende hersengebieden en netwerken betrokken die te maken hebben met emotie, beloning, aandacht en zelfreflectie.
Een kunstwerk kan daardoor veel meer doen dan alleen visuele informatie verwerken. Het kan herinneringen oproepen, verwachtingen activeren en sterke emoties veroorzaken. Wanneer een kunstwerk bovendien een grote persoonlijke of culturele betekenis heeft, kan de ervaring nog intenser worden.
Wei (2024) beschrijft bijvoorbeeld de rol van hersengebieden zoals de anterieure insula, die betrokken is bij onder andere emotionele verwerking en de integratie van lichamelijke signalen. Hierdoor wordt begrijpelijker waarom een zeer sterke esthetische ervaring niet alleen als een gedachte of emotie kan worden gevoeld, maar ook lichamelijk.
Je lichaam reageert immers voortdurend op wat je brein belangrijk vindt.
Een schilderij kan dus echt lichamelijke reacties oproepen
Dat idee is eigenlijk helemaal niet zo vreemd. Denk aan de manier waarop je lichaam reageert wanneer je een spannende film kijkt. Je weet rationeel dat de persoon op het scherm niet werkelijk achter je staat, maar toch kan je hartslag omhooggaan en kunnen je spieren zich aanspannen.
Een kunstwerk kan op een andere manier hetzelfde systeem aanspreken. Het kan ontroeren, spanning oproepen, herinneringen activeren of een gevoel van ontzag veroorzaken. Onderzoek naar neuro-esthetiek probeert precies te begrijpen hoe zulke subjectieve ervaringen samenhangen met processen in de hersenen.
Bij het Stendhal-syndroom wordt die reactie alleen extreem. In beschreven gevallen zijn onder andere hartkloppingen, zweten, duizeligheid, pijn op de borst, flauwvallen, verwarring en zelfs psychotische symptomen gerapporteerd (Palacios-Sánchez et al., 2018; Wei, 2024).
Dat betekent overigens niet dat een museumbezoek letterlijk een psychose veroorzaakt. De beschreven gevallen zijn zeldzaam en kunnen verschillende verklaringen hebben.
Misschien is het niet alleen de kunst
Er is namelijk nog een andere factor die gemakkelijk wordt vergeten: de reis zelf.
Stel je voor dat je maanden hebt uitgekeken naar een reis naar Florence. Je hebt nauwelijks geslapen door de vlucht, loopt uren door een drukke en warme stad, bent omringd door toeristen en hebt de hele dag tientallen kunstwerken bekeken. Vervolgens kom je in een kerk waar je een kunstwerk ziet dat voor jou enorm veel betekenis heeft.
Je lichaam is al vermoeid en je brein is voortdurend bezig met nieuwe indrukken.
Het is dan moeilijk om te bepalen welk deel van je reactie door het kunstwerk wordt veroorzaakt en welk deel door stress, vermoeidheid, spanning of de omstandigheden.
Ook dat is een reden waarom onderzoekers voorzichtig zijn met het Stendhal-syndroom als afzonderlijke aandoening.
Waarom gebeurt het bij de één wel en bij de ander niet?
Dat weten we nog niet goed.
Het lijkt aannemelijk dat persoonlijke eigenschappen een rol spelen. Iemand die sterk betrokken is bij kunst, veel betekenis geeft aan een bepaalde plek of zeer gevoelig reageert op emotionele ervaringen, kan anders reageren dan iemand die een museum vooral interessant vindt.
Ook verwachtingen kunnen belangrijk zijn. Wanneer je ervan overtuigd bent dat je een onvergetelijke, bijna spirituele ervaring gaat krijgen, kan die verwachting je daadwerkelijke ervaring beïnvloeden.
Daarmee komen we bij een fascinerend psychologisch verschijnsel: de betekenis die we aan iets geven kan mede bepalen hoe ons lichaam erop reageert.
Een schilderij is uiteindelijk maar verf op een doek. Maar voor de persoon die ernaar kijkt, kan het tegelijkertijd herinneringen, identiteit, geschiedenis, schoonheid en persoonlijke betekenis vertegenwoordigen.
Ons brein reageert op die betekenis, niet alleen op de verf.
Kun je letterlijk flauwvallen van schoonheid?
In theorie kan een intense emotionele reactie samengaan met lichamelijke reacties die tot duizeligheid of flauwvallen leiden. Maar het zou te ver gaan om te zeggen dat iemand simpelweg ‘van schoonheid’ flauwvalt.
De wetenschappelijke literatuur over het Stendhal-syndroom bestaat voor een belangrijk deel uit historische beschrijvingen, casussen en klinische observaties. Er is geen grote hoeveelheid onderzoek die aantoont dat een specifiek kunstwerk rechtstreeks een herkenbare neurologische aandoening veroorzaakt.
Dat is precies waarom het onderwerp zo intrigerend blijft. De ervaringen kunnen heel echt zijn, terwijl de vraag of ze één afzonderlijk syndroom vormen nog altijd openstaat.
Van psychiatrische curiositeit naar neuro-esthetiek
Misschien is dat uiteindelijk interessanter dan de vraag of het Stendhal-syndroom een ‘echte’ aandoening is.
Het verschijnsel dwingt ons namelijk om na te denken over een veel grotere vraag: wat gebeurt er in ons brein wanneer iets ons diep raakt?
We denken vaak dat emoties in ons hoofd zitten en dat lichamelijke reacties daar los van staan. In werkelijkheid zijn die twee voortdurend met elkaar verbonden. Een herinnering kan je hart sneller laten kloppen. Angst kan je misselijk maken. Muziek kan kippenvel veroorzaken. En een kunstwerk kan je soms zo diep raken dat je lichaam daar onmiddellijk op reageert.
Het Stendhal-syndroom is misschien dus geen klassieke psychiatrische stoornis die je in een handboek kunt afvinken. Het is eerder een extreem voorbeeld van iets wat we allemaal kennen: de merkwaardige kracht die een ervaring kan hebben op zowel onze geest als ons lichaam.
En misschien is dat wel de mooiste paradox van allemaal. Een schilderij kan niets tegen je zeggen, je niet aanraken en je niet eens kennen. Toch kan het, onder de juiste omstandigheden, iets in je brein en lichaam in beweging zetten.
Soms kijken we dus niet alleen naar kunst. Soms lijkt kunst ook iets met óns te doen.
Referenties
Magherini, G. (1989). La sindrome di Stendhal. Ponte alle Grazie.
Palacios-Sánchez, L., Botero-Meneses, J. S., Pachón, R. P., Hernández, L. B. P., Triana-Melo, J. P., & Ramírez-Rodríguez, S. (2018). Stendhal syndrome: A clinical and historical overview. Arquivos de Neuro-Psiquiatria, 76(2), 120–123. https://doi.org/10.1590/0004-282X20170189
Wei, L.-C. (2024). Unravelling Stendhal syndrome: The intersection of art, emotion and neuroscience. The British Journal of Psychiatry, 225(5), 473–475. https://doi.org/10.1192/bjp.2024.168
